9 november 2012

Finse meisjes – Kira Wuck

Finse meisjes zijn niet voor de poes

Recensie door Albert Hogeweij

Of de omslagfoto een heus Fins meisje toont is onzeker, maar de frisheid die er vanaf spat rijmt wel degelijk met de inhoud van deze debuutbundel van Kira Wuck (1978). Weliswaar van Nederlandse bodem is deze dichteres het product van een Indonesische vader en een Finse moeder. En bovenal winnaar van het Nederlands Kampioenschap Poetryslam 2012, het fastfoodgerecht van de dichtkunst. Een genre waarin doorgaans meer wordt gezapt dan ingezoomd, en waarin met aanstekelijke herkenbaarheid gepaard aan goede voordracht, gepoogd wordt het gehoor te boeien. De 34 gedichten in Finse meisjes worden nu zonder voordrachtskunst de wereld in geschopt. En dan blijken ze ook nog verstoken te zijn van iedere vorm van rijm. Maar in ruil daarvoor is er flink ingezet op verrassende beeldspraak als ‘Eenzaamheid ruikt naar kalfslever in een ovenschaal’, abrupte overgangen en sterk onderkoelde zinnen als ‘[mijn oma] had graag bij de maffia gewild / want die zorgen tenminste goed voor hun familie’. De lezer komt dan ook weinig tekort.

De allereerste versregel in deze bundel heeft een voorgeschiedenis achter zich: ‘Hierna drink ik niet meer doordeweeks zei ik’. Dat dit voornemen heeft stand gehouden lijkt twijfelachtig, gemeten naar het aantal gedichten waarin gedronken wordt. Maar tot een kwaaie dronk wil het nergens komen.
Wel hangt er vaak een licht ontheemde sfeer in deze poëzie, maar eentje waarin de lezer zich algauw leert thuis te voelen. Zo kan men glimlachen om een beginzin als ‘Hij ligt in bed met zijn sokken van gisteren’, want een tikkeltje afwijkend gedragen zich de personages wel in Wucks bundel. Deze jongeman blijkt echter in de derde strofe alweer uit bed te zijn:

‘Dan belt hij een moeder
omdat hij met haar naar bed wil
hij kent foto’s van toen ze een bikini droeg
voordat ze drie kinderen baarde

Ze heef het over verjaardagen
hij knikt zonder te antwoorden
loopt naar het balkon
voelt de eerste herfst op hem neerslaan’

Een heel verhaal is hier verteld met weinig woorden. Kira Wuck beschikt beslist over een goed gevoel voor stijl. Van de zinnen is voldoende afgehakt en afgeschaafd om het beeld op z’n scherpst te krijgen.
Het leven van de personages ligt ietwat bezijden van dat van een modaal gezinnetje. Een gedicht heet niet voor niets Mijn ouders zijn goed in ontvreemden. Maar er heerst geen afgedankte stemming. Eerder een latent opgewekte.
Een deze bundel typerend gedicht is het naamloze uit de afdeling Familie:

‘Als het regent op zondag
regent het bij ons anders dan bij anderen
de lucht is droger en de kat laat zich niet aaien

Vroeger hadden we een kijkgat in de schutting
daarachter gebeurde het

Vanuit de achtertuin zie je waar de vaat zich opstapelt
wat de afstand is tussen geliefden
als ze elkaar net niet raken

Intimiteit is erachter komen dat je met iemand
naar hetzelfde punt staart
zoals naar mijn ouders
die voor de zoveelste keer de muren witten’

De samenhang is op het eerste gezicht vrij los. Zo mag in de eerste strofe maar liefst tweemaal van regen sprake zijn, daarna doet de regen al niet meer mee. Maar de toon is er intussen wel mee gezet, die van gelatenheid. Zoals de kat zich niet laat aaien, zo lijken de geliefden verderop elkaar eveneens te ontwijken. Waar het kijkgat in een schutting doorgaans iets onthullends laat zien, wordt hier slechts de alledaagsheid van een zich opstapelende vaat getoond. Niettemin wordt ernaar gestaard en vinden de twee elkaar in hun gezamenlijke staren. De voyeur die doorgaans alleen is, heeft hier tenminste gezelschap. Tussen hen is meer verbondenheid dan tussen het begluurde ouderpaar. Het buitenstaanderschap kent zo z’n eigen wetten van geluk. En zo heeft in deze bundel een montere ondertoon kunnen sluipen. De frisse, uitdagende zinnen staan evenwel niet garant dat het allemaal van een leien dakje gaat. Maar de tragiek wordt gelaten ondergaan en kaltgestellt in een laconieke stijl die geen verzuring toelaat.

Na de afdeling Familie is het de beurt aan de ik-persoon om haar weg in de liefde te vinden. In de afdelingen Wasdagen en Overblijfsels lezen we dat daarbij de nodige hobbels genomen moesten worden: ‘ik had je willen zeggen dat je altijd zo goed het weer voorspelt / en je willen vragen wat voor dag het werd // In plaats daarvan bleef ik staan zonder me te bewegen’. Maar elders blijkt dat uiteindelijk de volgende ervaring is opgedaan: ‘als je er nog bent als ik me omdraai / dan ga je niet meer weg’.

In de laatste afdeling Finse meisjes lijkt de ik-persoon zich thuis te voelen. De benadering van Finnen vergt misschien enige gebruiksaanwijzing: ‘Finse meisjes zeggen zelden gedag / maar zijn niet verlegen of arrogant / je hebt alleen een beitel nodig om dichtbij te komen’, maar ontwakend uit de winterslaap blijken het zomaar ‘mensen die ik als familie beschouw’. De meest fijngevoeligen lijken Finse meisjes niet te zijn: ‘In de nachtbus zetten ze hun tanden in de rubberen stoelleuning / als ze niet in slaap gevallen zijn’. Of de ik-persoon zich er daarom zo thuis voelt? ‘Toen ik iemand zag die heel erg op jou leek / wou ik mijn mond op de zijne drukken / daarna zijn hart uit zijn borstkas snijden / en in een vissenkom doen’. Maar wie Kira Wuck leest heeft vooralsnog niets te vrezen. Prettig lezende zinnen als ‘Alles waar je net doorheen past kun je niet negeren’, ‘hij zoekt een ruimte waarin hij niet gevonden wordt’ of ‘De tijd gaat sneller als je af en toe een plant verschuift’ maken het lezen van Finse meisjes tot een aangename ervaring.

Ofschoon wel duidelijk is dat niet iedereen zich in de buurt van deze meisjes moet gaan wagen, zien we een tweede worp van Kira Wuck graag tegemoet.

 

 

Finse meisjes
Kira Wuck
Verschenen bij: Podium b.v. Uitgeverij
ISBN: 9789057595455
48 pagina's
Prijs: € 15,00

Meer van Albert Hogeweij:

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman

Verwant

9 november 2012

De tragiek van het alledaagse

Over 'Noodlanding ' van Kira Wuck
9 november 2012

Verrassing - Etgar Keret

9 november 2012

Subtiele stijl in verhalen over ontluistering

Over 'Het vogelalfabet' van Kira Wuck