19 november 2015

Feestje

Door Inge Meijer

 

Afgelopen vrijdagavond stond ik in de rij voor de kassa bij de Hema op het centraal station Amsterdam. Het is een klein filiaal waar je de meest noodzakelijke dingen kunt aanschaffen die je bij elke Hema van welk formaat dan ook zult aantreffen zoals schrijfwaren, fietslampjes, sjaals, mutsen, ondergoed en kaarsen en niet te vergeten de rookworst en regenkleding. Ik kocht een klein rood parapluutje want er werd regen en storm verwacht en dankte in gedachten Annie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp voor de verhalen en tekeningen van de onvergetelijke Jip en Janneke die dit rode parapluutje hadden mogelijk gemaakt.

Via de Prins Hendrikkade en het Singel liep ik naar de Keizersgracht. IJverige Japanse toeristen met rolkoffers zo groot dat ik me afvroeg wat ze daar in godsnaam allemaal in meezeulden tijdens hun tour door Europa, ratelden links en rechts aan me voorbij evenals de over de trottoirs  fietsende Amsterdammers. Niks om je druk over te maken. In de Rode Hoed werd de biografie van Geert van Oorschot gepresenteerd en het zeventig jarig bestaan van de uitgeverij gevierd. Arjen Fortuin, wiens naam overigens een dag later, halverwege een recensie van Aleid Truien in de Volkskant over de biografie van Van Oorschot, als een letterlijke morph was overgegaan in Fontein, is de auteur van de biografie. Wanneer een naam verkeerd geschreven wordt, verdwijnt het referentiekader en ontstaat er een geheel nieuw personage waardoor je als lezer verward raakt. Telkens wanneer in de betreffende recensie de naam ‘Fontein’ opdook, keek ik snel naar de titelgegevens in de linkerkantlijn van het stuk om me ervan te vergewissen dat het wel degelijk om de Van Oorschot biografie van Fortuin ging. Ik begrijp dat de naam Fortuin op een vanzelfsprekende wijze kan veranderen in Fontein. Ik denk dat iemand op de boekenredactie er ontzettend veel plezier aan heeft beleefd om, nadat er ontdekt werd dat er een naamsverandering was opgetreden, het zo te laten. Om te checken of de lezer wel oplet.

Op het feestje van Van Oorschot waren veel schrijvers en publicisten. Zo zag ik Joop Goudsblom, Elma Drayer, Stephan Enter en Willem Jan Otten met zijn vrouw Vonne van der Meer. Een schrijfster die ik herkende maar niet noemen wil, zat naast me en keek langdurig op haar mobiel en lachte rollend en luid, ook als er niets te lachen viel. Voor me zat een bezoeker die steeds onrustig en met licht uitpuilende ogen achterom of voorlangs zijn buurvrouw de rij afkeek, als verwachte hij iemand. Tussentijds stak hij wel eens een vinger in zijn neus of lachte kort en hard met de lachers mee. Ik genoot van de mooie melange aan literatuur freaks op deze avond.

Ken je de boeken van de schrijver dan ken je de schrijver en kent de schrijver jou. Haha, dat zou me wat moois zijn. Dus ik liet Eva, de vrouw van Maarten Biesheuvel die zelf thuis was gebleven, voorbij gaan zonder haar aan te klampen met de vraag hoe het met haar man ging. En dat ik zijn advies (wat hij me ooit in een droom gaf waarbij ook zij aanwezig was) had opgevolgd. En toen het afgelopen was en ik de zaal wilde verlaten, keek ik recht in de ogen van Minke Douwesz, die ik om haar schrijverschap bewonder. Ik wilde zeggen: ‘Hallo, hoe gaat het en wanneer verschijnt je nieuwe boek?’ En dat ik haar vorige boeken Strikt en Weg meerdere keren heb gelezen. Dat ik denk er zelfs weer aan toe te zijn ze opnieuw te gaan lezen. Dat het niet erg is dat er geen nieuw boek komt, dat wat ze geschreven heeft al zo mooi en veel is dat ik er in ieder geval mijn hele leven mee toe kan.

Maar ja, ik zweeg en schuifelde de zaal uit naar de garderobe en toen naar buiten. Jip en Janneke pluutje onder mijn arm geklemd zette ik er de pas in om mijn trein te halen. Ohjee, nu zie ik, de tekst teruglezend, dat ik me vergist heb. Truien moet natuurlijk Truijens zijn.

 

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 oktober 2007

Roman met speelse cartoonachtige taferelen De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol. De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis. Steeds meer wetenschappelijke disciplines staan open voor datgene wat deze mensen over bijzondere ervaringen te vertellen hebben die men heeft opgedaan tijdens die crisis. In de westerse wereld zijn wetenschappers de laatste jaren er toe overgegaan dit soort ervaringen toch serieus te nemen en een onderzoek in te stellen naar de strekking ervan. Dat leidt tot uitermate belangrijk onderzoek. Wanneer kan worden aangetoond dat mensen werkelijk de grenzen van ruimte, tijd en sterfelijkheid kunnen overschrijden, zijn de consequenties daarvan voor de wetenschap, de theologie en dus ook voor het leven enorm. Simon Vestdijk schreef in zijn essay Berichten uit het hiernamaals (De bezige Bij , 1982, pg.11) het volgende: Op aarde acht men het psychisch leven gebonden aan de stof. Een dergelijke stoffelijke grondslag kennen wij hier niet. Geen lichaam, geen zintuigen, geen tastbaar denkorgaan, niets. Maar hoe wil ik dat bewijzen? Hoe overtuigend moeten mijn woorden wel klinken, willen zij de kluisters verbreken van wat zelfs ik nauwelijks een vooroordeel waag te noemen? Ik weet zeker, dat ik leef, al ben ik gestorven, en ik weet zeker, dat ik geen lichaam meer heb; maar het zou wel eens kunnen zijn, dat dit dan ook het enige is dat ik weet. Ieder van ons heeft wel eens momenten gehad, dat niets hem eenvoudiger leek dan u, aanstaande lotgenoten, met voorbeeld of beeldspraak uit te leggen hoe wij ons voelen in onze nieuwe toestand, wat er met ons aan de hand is, wie en wat wij zijn en niet zijn. Menige aardbewoner, zo meenden wij, kent uit eigen ervaring wel die dromerige stemmingen, waarin het rumoeren der buitenwereld niet meer tot hem doordringt, en zijn eigen bewustzijn de gehele horizon van zijn bestaan schijnt in te nemen. Dat komt overdag voor, en even voor het inslapen ervaart gij het gewoonlijk op zijn duidelijkst. En nu kunnen wij wel zeggen, dat gij hierin een vergelijkingsmaatstaf bezit, die nadere uitleg onzerzijds overbodig maakt, helemaal eerlijk zijn wij hierin niet, want voor zover wij ons de vroegere dagdromen nog herinneren, weten wij maar al te goed, dat de vergelijking hoogst misleidend is, en dat uw minuten van wegdrijven op innerlijke golven heel iets anders zijn dan onze bestaansvorm. Als gewezen dienaren der wetenschap zouden wij er dus verstandig aan doen onze nederlaag toe te geven. De schrijver Eric de Clercq waagt in zijn roman Het grote spel waterparadijs een poging deze thematiek uit te werken en te gieten in een verhaalvorm. In zijn relaas wordt een zekere Tim ten tonele gevoerd die zich uitgerekend door een sprinkhaan, Vioolpret geheten, laat vertellen dat hij een ongeval gehad heeft en in een comateuze toestand verkeert. Deze toestand zou gelijk staan met de dood. Blz. 17 : “ Je zal ondertussen wel vermoeden dat deze wereld jouw doordeweekse leventje niet is. En dat is het ook niet. Dit is de vijfde Dimensie. De dimensie waarnaast alle levende wezens na hun dood terugkeren. “ Tim wordt in het verhaal omringd door tientallen figuren, allemaal cartoons die de meest uiteenlopende insectensoorten vertegenwoordigen. Elke figuur stelt een soort voor dat het best bij zijn status, beroep of persoonlijkheid past. De figuren die hij tijdens zijn ronddolen ontmoet, komen hem steeds bekend voor. Hij krijgt mensen gepresenteerd die afkomstig zijn uit zijn geboortedorp en die door Tim een plaats toebedeeld krijgen in de vorm van als cartoons. Het stoort hem ook niet dat de figuren creaties zijn van zijn eigen geest. Pas aan het eind van het verhaal keert de rust in Tims’ wereld weer terug. Het feest en de avontuur zijn dan ook voorbij. De figuren van zijn wereld hebben zich teruggetrokken in hun woning op vioolpret na die nog in het rond kuiert..Tim vraagt zich ten slotte af wat de toekomst voor hem in petto heeft. Zou hij uit zijn coma ontwaken en terugkeren naar de aarde, of toch maar hier blijven en binnen afzienbare tijd voor een laatste maal reïncarneren, alvorens te promoveren tot de opperste tweede graad. In de roman gebeurt er van alles, varierende van taferelen die je je in de Efteling doen wanen tot taferelen die zoals Vestdijk schrijft: het eigen bewustzijn de gehele horizon van je bestaan schijnt in te nemen en dat je minuten van wegdrijven op innerlijke golven iets anders zijn dan het gewone bestaansvorm. Het lijkt alsof De Clercq met zijn romanvorm waar hij voor gekozen heeft een poging heeft gewaagd zijn eigen literaire conventie te exploreren en exploiteren. Hij laat je de literaire werkelijkheid met andere ogen bekijken, al is het maar voor eventjes. Desalniettemin kan ik niet concluderen dat De Clercq uitstekende en uitzonderlijke literatuur gecreëerd heeft, d.w.z. literatuur met een inventief beeldend vermogen. In elk hoofdstuk creeert hij een nieuwe bedrijvigheid , volop taal en hallucinerende beelden. Het is voor mij zeker niet bon ton om meewarig te doen over de literaire nijverheid van deze auteur maar als ik zijn literaire conventie serieus neem neig ik te kanttekenen dat zijn relaas veel weg heeft van pulp of zelfs van veredeld divertissement. Voor een serieus thema als reïncarnatie had hij een heel ander soort scéne kunnen bedenken en minder op het speelse en amusante gaan zitten. Het begin van het verhaal is in ieder geval zeer goed bedacht. Het is jammer dat hij voor de tragiek van zijn dramatische expressie gekozen heeft voor taferelen en bedrijvigheden die zijn thema, dat best wel zwaar op de hand is, in het frivole meesleuren. Het is ontmoedigend te moeten constateren dat de verhaallijn die met zoveel ijver en toewijding is geconstrueerd, waar de krachtinspanning ook duidelijk in voelbaar is, enkel de verbinding vormt van een reeks woorden , hoewel deze woorden op zich steeds een beeldenstroom met zich transporteren .Het streven om in deze roman een diepzinnig Oosters gedachtegoed weer te geven , is echter even utopisch als het streven van de schrijver alle aspecten van de zichtbare en verborgen in de reïncarnatie te vangen in een roman, te verklaren door speelse cartoonachtige beelden in de roman en tot slot de personages te willen verklaren door de sociale, de familiaire, historische, culturele, psychologische, biologische, linguïstische etc. van hun geschiedenis.

Roman met speelse cartoonachtige taferelen

De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol.
De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis.

Lees meer