18 april 2017

Zonen van De Farao – Ru de Groen

Een familiegeschiedenis in klassieke tijden

Recensie door Els van Swol

Zonen van Farao is een familiesaga die uit twee delen bestaat en afwisselend switcht tussen de jaren voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal draait om de tweeling Ewoud en Jaap, jonkers in een adellijke familie van sigarenhandelaren. Het vertelperspectief is vanuit Jaap, de jongste van de tweeling en het personage dat het meest uit de verf komt. Plaatsen van handeling zijn het kantoor van sigarenfirma De Farao, een pand aan de Amsterdamse Herengracht waar de familie woont, een studentenhuis aan het Singel en een verblijf – in de buurt van Baarn – aangeduid als het Grote huis.
Tijdens de oorlog wordt dit laatste huis gevorderd door de Duitsers. Eén van de Duitse militairen is vertegenwoordiger bij een tabaks- en sigarettenfabriek in Dresden. Sigaren verbroederen, meent de vader. ‘Wij sigarenrokers herkennen elkaar nu eenmaal. Of we nu tot de overwinnaars of tot de overwonnen behoren.’ Dit maakt hem tot wat Chris van der Heijden in zijn boek Grijs verleden zou noemen: niet fout, maar ook geen verzetsman.
Enige suspense zit in de figuur van de moeder, die merendeels van haar leven het bed houdt. ‘Wat was er toch gebeurd dat ze zo angstvallig voor ons verborgen hield?’ vraagt Jaap zich af. Maar deze spanning wordt niet uitgebouwd en komt wat snel tot een ontknoping wanneer Jaap van zijn moeder openheid van zaken eist.

Tijdsgeest en scheiding
Het begin van deze tweede roman van Ru de Groen doet denken aan de roman Karakter van Bordewijk. In beide gevallen, zowel bij De Groen als Bordewijk, begint het verhaal in een kantoor. In beide gevallen speelt een man die rechten heeft gestudeerd een hoofdrol en ook de namen blijven je bij: Katadreuffe en Dreverhaven bij Bordewijk, Ambrosius bij De Groen. En tenslotte het taalgebruik van De Groen. Een omschrijving als ‘beurde de telefoon op’ lijkt uit de tijd van Bordewijk te komen. En dan de tweeling, zonen van de sigarenfabrikant Van Arckel d’Oubray. De één een bonvivant, de ander een serieuze jongen. Zij mogen in die tijd, de jaren vijftig, een woord als ‘blieven’ niet gebruiken, terwijl hun stand wel woorden als ‘motten’ en ‘effe’ bezigt. Inclusief de wat flauwe humor die de auteur rondstrooit, zoals op het moment dat zoon Jaap besluit op handelsmissie naar Amerika te gaan, zodat ‘er een nieuwe wereld’ voor hem opengaat. Een manier van spreken die overigens niet het hele boek wordt volgehouden.

Vanaf het moment dat de jongste, Jaap, thuis moet blijven en zijn broer en beste vriend Ewout naar Amerika wordt gezonden als vertegenwoordiger van De Farao sigaar, gaat het schuren tussen de twee. Ze zouden moeten samenwerken, maar omdat hun karakters erg uiteenlopen, wordt dit steeds moeilijker. Ewout staat op een lichtzinnige manier in het leven, terwijl Jaap een harde werker is en aast op succes. In de loop van het boek wordt dit verschil steeds duidelijker. Hun relatie loopt uiteindelijk dramatisch af. Daar is Jaap enigszins debet aan, een handje geholpen door zijn vrouw Gusta.

Taalgebruik en metaforen
Je kunt er niet omheen dat de personages uit de beschreven kringen (corpsballen en van adel) een bepaald jargon bezigen dat weliswaar in die kringen gebruikelijk was, maar dat er ook toen mensen waren die daar afstand van namen. Bijvoorbeeld hoe er over vrouwen werd gesproken in termen van: ‘spleten’, ‘gleuven’ en ‘leveren’ (voor baren). Je kunt stellen dat dit in die tijd gebruikelijk was, al valt het niet goed te praten. De metaforen komen rechtstreeks uit deze wereld; inclusief jachttaferelen en fuifjes: ‘Ik draaide me om en bezag de donkere ramen van het Victoria Hotel, die me aanstaarden met de doffe blik van geschoten haas.’ Of: ‘De eerlijkheid in deze familie rustte in mijn ogen op cocktailprikkers.’

Het tweede deel van het boek bevat meer diepgang en ontwikkeling dan het eerste. Symbolisch komt dit tot uiting in de verschuiving van Jaaps voorliefde voor jazzmuziek naar de Beatles, wat een geslaagd tijdsbeeld is. Dit door toedoen van een collega die de popgroep bewondert. Wat op zich wel opvallend is; dat de muzieksmaak van de werkende klasse die van de adel binnendringt, zoals het woordgebruik van de adel de werkende klasse binnendringt.

Reminiscenties
Het verhaal doet enigszins denken aan de geschiedenis die De Groen eerder schreef over het biermerk Grolsch: 400 jaar karakter, een bierbrouwerij die in handen van zijn familie was. Maar ook lichtelijk aan Het verborgen stadspaleis van Elisabeth de Waal: het leest vlot, verhalen over de high society voor en na de Tweede Wereldoorlog die doen alsof de oorlog niet zo erg was, over jachtpartijen en al dan niet gelukkige liefdes. Het biedt een inkijk in een leefstijl waarmee de meeste lezers niet vertrouwd zullen zijn. Hoewel het boek in een vlotte stijl is geschreven is het tijdsbeeld te vluchtig beschreven waardoor het boek moeilijk beklijft.

 

 

Zonen van De Farao
Ru de Groen
Verschenen bij: De Geus
ISBN: 9789044538151
256 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Els van Swol:

4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
20 juni 2017

Een mens van vlees en bloed

Over 'Chelsea Girls' van Eileen Myles
31 mei 2017

Als een rivier onder de grond

Over 'De onderwereld' van Kevin Canty

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus