9 oktober 2016

Ezelsoortjes

Door Marijn Sikken

Onze voorouder was een holenmens.’
Ik ben nog maar net in Thigmofiel van Midas Dekkers begonnen of ik kan mijn geluk niet op: iemand heeft aantekeningen gemaakt. Stevige haken zijn met stomp potlood op het papier gezet, ze omarmen complete alinea’s. Echt lezen doe ik nauwelijks meer, vanaf de eerste potloodstreek die ik tegenkom ben ik alleen nog bezig met de vraag: wat maakt dit citaat zo bijzonder? Door het hele boek zijn lappen tekst gemarkeerd.

Een van de redenen waarom ik graag boeken uit de bieb leen en gratis boekenstalletjes leegroof, zijn de fysieke sporen van vorige lezers. Ezelsoortjes en andere vouwen ontroeren me, opdrachten en aantekeningen in de kantlijn maken me nieuwsgierig.
Onlangs las ik een boek van Douwe Draaisma over ziektegeschiedenissen. In het hoofdstuk over het syndroom van Clérembaut (ook bekend als erotomanie) schreef iemand twee keer het woord ‘vrouwenhaat’, een keer zelfs met uitroepteken. Ik zag het voor me: een vrouw, misschien pezig, in elk geval woedend, aan tafel met het boek voor zich opengeslagen – die vreselijke mannen ook! Woest kraste ze haar commentaar in de kantlijn. Dat zou ze leren. Toen een vriendin een brief vond in een tweedehands boek, brak ze wekenlang het hoofd over de liefde tussen gever en ontvanger van dat boek. Ik blijf me intussen afvragen wie Douwe Draaisma vóór mij leende, wie die haakjes in Midas Dekker zette (en waarom). Alles wil ik over hen weten.

Natuurlijk maak ik zelf ook aantekeningen. Ik kijk naar wat ik zoal aanstreepte in The picture of Dorian Gray: ‘I choose my friends for their good looks, my acquaintances for their good characters, and my enemies for their good intellect. A man cannot be too careful in the choice of his enemies.’ Het blijken dezelfde soort oneliners die ik ook in andere verhalen van het een op het andere moment irritant ben gaan vinden. Halverwege de roman stoppen de aantekeningen abrupt.
Ik pak een ander boek uit de kast – een van mijn favorieten, het doet er niet toe welke. Ooit gaf ik deze roman aan een liefde met de opdracht de honderd woorden erin te vinden die over mij gingen. Hij vond ze snel, te snel, volgens hem had een ezelsoortje me verraden. Ik leerde:
1) een boek met een opdracht geef je cadeau en leen je niet uit;
2) opdrachten hebben alleen zin bij echte lezers (en ware liefdes);
3) mijn leven is geen film en ook geen boek.
Als ik de juiste pagina opzoek, blijkt het ezelsoortje er inderdaad te zitten. Ik vouw het stevig naar binnen en zet de roman terug in de kast, tevreden met het fysieke spoor dat ik erin achterlaat.

 

Foto: Sterre Meurs

 

 

Recent

27 maart 2017

Pulp of kunst

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 april 2007

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

Een westerse vrouw, met Nederlandse wortels, wordt opgenomen in een subgemeenschap in het Islamitische Jordanië. Een verhaal dat een deel van het Midden-Oosten belicht op een manier die zeer welkom is in Nederland op dit moment. Niets van het nu heersende beeld van onderdrukte vrouwen in het Midden-Oosten. Maar een avontuurlijk levensverhaal over een vrouw die, door zichzelf te zijn en te blijven, met haar eigen karakter wordt opgenomen in de gemeenschap en daar een belangrijke rol speelt in de gezondheidsvoorziening.

Lees meer