7 maart 2017

De geluiden – Paul Meeuws

Evenwichtige bundel waarin de stilte klinkt

Recensie door Hettie Marzak

Paul Meeuws heeft voor zijn debuutbundel gedichten geschreven die allemaal te maken hebben met geluid, zoals de titel al aangeeft, en het effect daarvan op ons gevoelsleven. In vijf afdelingen vertelt hij over alle geluiden die een mens gedurende zijn leven vergezellen, waarbij het gekwetter van een vogel of het tikken van een klok niet minder geacht wordt dan een cantate van Bach. Meeuws publiceerde al eerder twee verhalenbundels, Badhuis in de sneeuw (1988) en Jonge modinettes (1994). Gedichten van hem verschenen onder andere in Tirade en op de poëziesite Meander.

Van het begin tot het einde
Als eerste valt het omslag van de bundel op met een afbeelding van Co Westerik, Grammofoonspeler. De titel slaat zowel op het apparaat als op de luisteraar : deze laatste gaat zo intens op in de muziek waar hij naar luistert, dat hij zijn identiteit verliest en – zonder gezicht – een en al oor is. Voor Meeuws gaat het niet slechts om de muziek, maar zijn alle geluiden belangrijk. Daarom begint hij met een gedicht over de eerste indrukken van een baby, die hij in klank weet om te zetten: het openschuiven van een gordijn, de voetstappen van de moeder.

‘Je hebt nog geen aarde geraakt, nog geen ruzies gehoord.
Zang en spraak zijn nog eender, als horen en zien.
Wenkbrauwen bepalen de toonhoogte.’

De baby wordt groot, leert de wereld kennen en de liefde, vindt een partner en wordt vader. In zes gedichten van tien strofen en drie versregels wordt een heel leven getoonzet en verklankt, van zuigeling tot demente bejaarde, van begin tot eind:

‘Er klinkt routinebarok. Strijkers likken je oor,
op zoek naar jouw snaar, gesprongen bedrading naar haar,
teruggekruld naar een wereld van voor de muziek.’

In het laatste gedicht van de eerste afdeling, Vox Humana, zijn we terug bij het prille begin: een vader ligt wakker en piekert over zijn pasgeboren baby: ‘Dit heb je dus verwekt, in net zo’n nacht als nu.’ Ook hier spelen geluiden en klanken de hoofdrol: woorden als ‘stilte’, ‘zachtste zuchtjes’, ‘licht gesmak’ bewijzen hoe zorgvuldig Meeuws zijn zinnen zoekt en woorden kiest om klank en geluid te vertolken. In elke versregel is wel een woord te vinden dat terugvoert naar het zintuiglijk gehoor.  Nergens doet dat  geforceerd aan of lijkt er aan de haren bijgesleept  te zijn om het doel te dienen. Het laat  zien dat Meeuws niet alleen een woordkunstenaar is en een goed luisteraar, maar dat hij zeker bedreven is in het observeren van mensen en dingen:

‘[…] de bijna hemelse schrik
van een kind, zwevend boven je vangende handen.’

Geliefden
Het tweede deel, Nocturnes, bestaat uit zeven gedichten, zeven nachten, die  de geliefde bezingen;  hier doorlopen ze het stadium  van verliefde jongen van zeventien tot aan de eerste liefdesnacht, om te eindigen met een laatste gedicht dat Aubade heet, waarvan de laatste strofe begint met een tevreden: ‘Wij tweeën. Er is veel deelbaar door twee.’ Ook hier is een stijgende lijn in de gedichten aanwezig met een climax, zoals in de muziek een toonladder stijgt.

In het derde deel, Lied, zijn de geliefden oud geworden, de kinderen de deur uit: Leeg nest is de titel van het eerste gedicht. Herinneringen en heimwee naar de jeugd voeren de boventoon, net als  liedjes en muziek van vroeger die weer jong  maken: ‘Jongensadem trekt weer door je heen zodra je het zingt.’

Het laatste gedicht van dit deel gaat weliswaar over ouderdom, maar betreft niet die van de geliefden: naar aanleiding van de terreuraanslagen in Parijs – 13 november 2015 – heeft Meeuws een gedicht geschreven over een oude zangeres die zich opmaakt nog één keer te zingen. Hiermee wordt cultuur tegenover barbarisme gezet:

‘En nu ze oud is en niet meer begeerd, beklimt zij nog eenmaal
haar gammele ladder tot waar ze hem toezingt, aan zijn baard trekt,
uit zijn lafhartige hemelvaart naar beneden.’

Alle gedichten zijn, op een na in terzinen (een strofe van een gedicht van drie regels) geschreven, al is het aantal strofen niet altijd gelijk. Dat ene gedicht is een sonnet, waarvan de twee middelste strofen het sextet vormen. De reden voor deze uitzondering ligt waarschijnlijk verborgen in de slotstrofe: ‘En je wordt weer gezien zoals je bedoeld bent [..]’.

Het geluid van de stilte
Het vierde deel, Werkplek, begint met een gedicht dat werd geschreven in opdracht van stichting het Brabants Landschap en dat – net als de overige vier gedichten – doet vermoeden wat de inhoud is: de beschrijving van een stille plek om te werken, omgeven door een prachtig landschap. In eerste instantie lijken deze gedichten weinig te maken te hebben met het overkoepelende thema.Bij nadere beschouwing wordt de opname ervan in deze bundel gerechtvaardigd door een blaffende hond, een klok die luidt, het fluisteren van het riet, maar bovenal de allesoverheersende stilte die ten slotte niet meer is dan het ontbreken van geluid. De stilte der natuur heeft veel geluiden wist Henriëtte Roland Holst  al.
Bij Meeuws zijn de geluiden zacht, de stilte niet oorverdovend en wordt er gefluisterd. Het zijn gedichten over bezinning en zelfinzicht met opvallend mooie vergelijkingen en metaforen:

‘Klein watergraf daar in het gras.
Erboven trilt een kinderziel
door muggen nagebootst.’

Vader
Tot aan de laatste afdeling heeft Meeuws de lezer meegevoerd in een lange klim door het leven: in  U staat hij stil bij één enkel rustpunt: zijn vader. Aan hem zijn maar liefst zestien gedichten gewijd, waarvan vooral de eerste zeven één geheel vormen. De vader wordt rechtstreeks aangesproken  door middel van liefdevolle herinneringen aan vroeger. Van vader kreeg de dichter zijn naam en zijn liefde voor muziek: vader was organist – ‘Een heel goed organist was u niet’ – en ook heel gelovig: ‘In u stond Gods woord geprent / als een vloermat in een knie’.

Getuige deze gedichten woont vader nu in een bejaardenhuis waar zijn zoon hem komt opzoeken. Moeder is gestorven en vader is een beetje de weg kwijt in een wereld die niet meer de zijne is. In het ontroerende gedicht ‘Laat op de avond’ vertelt de dichter hoe vader niet-begrijpend naar porno op  tv kijkt: ‘U kijkt zoals een kind naar een ongeluk kijkt: liever niet.’

De Tweede Wereldoorlog heeft diepe sporen achtergelaten bij vader, die ook in deze gedichten door middel van geluiden worden uitgedrukt. Zoals in het fijnzinnige gedicht dat begint met de regel: ‘De golven die uw oor vormden overspoelden het ook’. Op indringende wijze wordt de angst voor geluiden consequent volgehouden als symbool voor het naderende kwaad.
De gestorven moeder wordt tenslotte herdacht in het gedicht ‘Bist Du bei mir’ waarna vader zelf aan het woord komt in het tedere Woensdagochtend als hij ‘door moslimmeisje fijn gebaad’ wordt.
In het laatste gedicht Nalatenschap  constateert de dichter hoe zeer hij op zijn vader lijkt:

‘Ik tel geen rimpels meer dan de uwe,
zie mij nageëtst op een oud vel.

Alle lijnen zijn raak.’

Met deze versregel sluit Meeuws een bundel af die aandachtig lezen vraagt. Wie de gedichten laat bezinken, zal verwonderd zijn hoe zeer geluid of stilte daarin verweven zijn: in elk gedicht verwijzen tientallen woorden naar het thema, van het ‘lopen op kousenvoeten’ tot aan ‘muizenoren’. Toch doet het nergens overdreven aan en kunnen de gedichten heel goed – buiten dit thema – op zichzelf staan. Kijken en observeren komen even sterk naar voren als het luisteren naar geluiden; dat bewijzen de mooie vergelijkingen en de bedachtzame weergave van wat er gezien is. Een evenwichtige bundel die nieuwsgierig maakt naar een volgende.

 

De geluiden
Paul Meeuws
gedichten
Verschenen bij: Wereldbibliotheek
ISBN: 9789028426887
64 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Hettie Marzak:

22 maart 2017

Klank en ritme geven sturing aan de gedichten

Over 'Haar vliegstro' van Peggy Verzett
8 februari 2017

Geloven in Amerika

Over 'De gegevenheid der dingen' van Marilynne Robinson
11 januari 2017

Reis door het leven

Over 'De tere bloemen van het verstand' van Myrte Leffring

Recent

23 maart 2017

Mooie ontledingen van Alberts werk die aansluiten op zijn levensverhaal

Over 'Leven op de rand. Biografie A. Alberts' van Graa Boomsma
23 maart 2017

Erotiek en censuur in De Parelduiker

Over 'De parelduiker 2017/1 - Verboden' van Eindredactie: Hein Aalders
21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Over 'De terranauten' van T. Coraghessan Boyle
20 maart 2017

De zee in Tilburg

Over 'Goudvissen en beton' van Maartje Wortel
15 maart 2017

De kracht van verhalen

Over 'Eden' van Marcel Möring

Verwant