Agenda

ELV organiseert eerste workshop stripvertalen

De jaarlijkse zomercursus van het Expertisecentrum Literair Vertalen (ELV) kent dit najaar een primeur: de eerste workshop stripvertalen uit het Nederlands. De workshop is georganiseerd op aandringen van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL).

Van 17 tot en met 19 augustus zullen aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen elf vertalers naar het Engels en het Frans deelnemen aan de driedaagse workshop. Gezamenlijk zullen zij zich buigen over twee prijswinnende strips: Slaapkoppen van Randall C. en Ergens waar je niet wilt zijn van Brecht Evens. De workshop eindigt met een debat, waarvoor ook pers en stripuitgevers zijn uitgenodigd. Daar komen fundamentele vragen aan de orde als: hoe vergoed je een stripvertaling – per pagina, per woord of per tekening?

‘Wij hebben op deze workshop aangedrongen omdat we merkten dat er weinig expertise is op dit gebied’, legt stafmedewerker buitenland voor strip Els Aerts de bemoeienis van het VFL uit. ‘Net als bij prentenboeken vroeger denken uitgevers van strip te snel: het gaat om weinig tekst, ik vraag wel iemand die een beetje Nederlands kent. Wij dringen er daarom bij een uitgever die subsidie aanvraagt op aan dat ze literaire vertalers vragen. Maar wie dan? zeggen zij. En dan hebben wij ook geen lijstje specialisten. Deze workshop kan dat hopelijk opleveren.’

Volgens Aerts is het vertalen van strips moeilijker dan het op het eerste gezicht lijkt: probeer maar eens een uitroep van twee woorden die in combinatie met het beeld tal van nuances uitdrukken, perfect om te zetten in een andere taal. ‘Slaapkoppen wordt vertaald in het Frans en het Engels. De gerenommeerde Daniel Cunin doet het Frans. Randall vindt dat hij echt snapt wat hij wil zeggen. Soms kiest hij een heel ander woord, maar is de bedoeling hetzelfde. Tegelijk wordt de strip in het Engels vertaald, dat loopt veel moeizamer.’

De keuze voor de strips van Randall C. en Brecht Evens is – behalve de internationale belangstelling ervoor – niet toevallig. Aerts: ‘Randall gebruikt een heel literaire taal. Filosofisch en absurd. En Ergens waar je niet wilt zijn gaat over feestjes waar mensen liever niet naar toe waren gegaan. Ze zeggen nietszeggende dingen, gebruiken spreektaal, worden onderbroken. Ook die taal zet je niet eenvoudig één op één om.’

De keuze voor vertalen naar Frans en Engels is evenmin toevallig. Het zijn voor strips de grootste en belangrijkste talen. ‘Zeker door onze presentatie van de Vlaamse strip in Angoulême begin dit jaar zijn al veel vertalingen in het Frans verschenen en nog een aantal in de pijplijn. Ook het Engels gaat in verhouding goed: er zijn drie vertalingen verkocht in een jaar tijd, waaronder de strips voor de workshop. Brecht Evens wil trouwens zijn strip zelf in het Engels vertalen. Ik heb hem dat afgeraden, en ik hoop dat hij door de workshop inziet dat dat moeilijker is dan hij denkt. Je moet toch minstens native speaker zijn om echt goed te kunnen vertalen.’

In ieder geval blijkt dat er voldoende vertalers zijn met interesse voor strips. De workshop had ruimte voor acht vertalers, maar de belangstelling was zo groot dat het VFL het mede mogelijk maakte om nog drie vertalers te kunnen laten deelnemen.

Naast de workshop stripvertalen staat de elfde zomercursus van het Expertisecentrum Literair Vertalen in het teken van vertalers in het Chinees en Japans. Van 17 tot en met 28 augustus buigen de cursisten zich over teksten van Annelies Verbeke en Douwe Draaisma. Net als de stripauteurs zullen zij bij een van de workshops aanwezig zijn om met de studenten hun werk te bespreken. (Bron: (c) Maarten Dessing, Boekblad)