12 september 2008

Elisabeth de Flines

Elisabeth de Flines een onmogelijke liefde in de achttiende eeuw is het tweede boek van de historicus Machiel Bosman. Het eerste Het weeshuis van Culemborg werd goed ontvangen. Bosman onderzoekt de rechtbankstukken van een zaak van een vader en een dochter. De dochter is er vandoor met de knecht van de rijke vader, in het Amsterdam van de achttiende eeuw. Het onderzoek levert inzicht in aspecten van stand, geld, liefde, teleurstelling en eer. Een reconstructie. Hoe komt Bosman op zo’n mooi onderwerp. Het zal blijken niet zijn enige kwaliteit te zijn.

‘Ik wens en begeer dat de trouweloze handelingen van mijn vader publiek en openbaar gemaakt zullen worden, desnoods na mijn dood.’ Dit zijn de woorden van Elisabeth de Flines. Ze spreekt ze uit in 1715, als ze verwikkeld is in een jarenlange vete met haar vader. Het gaat daarbij om een grote erfenis, om standsverschil en om de liefde van haar leven. Wanneer Elisabeth, de dochter van een steenrijke Amsterdamse koopman, er vandoor gaat met de knecht van haar vader, is dat het begin van een verbeten conflict. De strijd, vol intriges, wordt op straat en voor de rechter uitgevochten. De uitslag is ongewis. Volgt Elisabeth haar vader of haar hart? Van dit familiedrama zijn de rechtbankstukken bewaard gebleven. Machiel Bosman diepte ze op, en voldoet met dit boek aan de wens van Elisabeth: de handelingen van de vader, de dochter en de knecht worden hier openbaar gemaakt. Dat levert een meeslepend verhaal op, volledig op feiten gebaseerd, waarin de schrijver diep doordringt in de rauwe werkelijkheid van eeuwen terug. Het resultaat is een fascinerend verslag dat een wereld die driehonderd jaar achter ons ligt met vaart en verbeelding tot leven roept.

Fragment:

Elisabeths vlucht

‘Is ze weg? Laat ze voor de duivel lopen, zolang tot ze moe is!’
22 december 1700. Jacob de Flines, steenrijk handelaar in zijde, treft zijn dochter niet thuis. Zeis negentien, huwbaar en verliefd.
Jacob de Flines woont in een kapitaal pand op de Amsterdamse Herengracht, tussen de Leliegracht en de Herenstraat, in het huis waar ‘Jonas’ op de gevel staat. Hij heeft rond zijn veertigste een nieuw gezin gesticht en heeft met zijn tweede vrouw Agatha twee zoontjes van drie en één. Daarnaast heeft hij uit zijn eerste huwelijk nog een dochter die op de drempel van de volwassenheid staat, Elisabeth. Haar moeder is gestorven toen ze twee was.
Het huis waarin de familie woont ademt in alles de Gouden Eeuw. De kinderen groeien op tussen de schilderijen van Rubens, Van Dijck en Titiaan. De eetzaal is met goudleer behangen, de ontvangstzaal beschilderd door Gerard de Lairesse, een van de grootste meesters van zijn tijd. Personeel loopt af en aan. De meiden slapen in de keuken, de knecht in het tuinhuis.
Op dit grachtenpand rust een zware hypotheek. Het is het onderpand voor een dure plicht die Jacob te vervullen heeft. Als zijn dochter trouwt, moet hij haar vijftigduizend gulden geven, of anders vervalt het huis aan haar. Dat vloeit voort uit het testament van haar grootvader aan moederszijde.
Maar Elisabeth weet dat niet. Net zomin als de knecht met wie ze ervandoor is.
Eduart Back is zijn naam ? de man die Elisabeth het hart op hol heeft gebracht. Hij is de zoon van een kleermaker uit de Huiszittensteeg, pal achter het stadhuis; het derde kind uit een gezin van zes. Kleermaken was een beroep dat je vanwege de moordende concurrentie als het even kon niet aan je kinderen doorgaf, maar Eduarts vader is succesvol genoeg om zijn zoons betere perspectieven te bieden. Een van Eduarts broers wordt horlogemaker, terwijl hijzelf zich toelegt op het naaien van zijde, een luxestof die vakmanschap vereist.
Maar na een half jaar kan Eduart zijn spullen weer pakken, als naar buiten komt dat hij het met de dochter des huizes heeft aangelegd. Jacob heeft een andere voorstelling van Elisabeths toekomst. Een huwbare dochter is een kostbaar bezit, daar kunnen allianties mee worden gesmeed. En hij heeft aardig wat in de aanbieding: door haar moeders erfenis brengt ze ruim een ton mee, met inbegrip van het huis op de Herengracht. Jacob is met twee jongemannen in onderhandeling, maar Elisabeth moet niets van ze hebben. Al kwam er een burgemeesterszoon om haar hand vragen, ze zou hem niet hoeven, zou ze een van haar vaders meiden hebben toevertrouwd. En als ze moest kiezen tussen haar vaders kandidaten, nam ze de ziekelijke van de twee, in de hoop dat die snel dood zou gaan.

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer