16 maart 2015

Elders – Martijn Knol

De lezer een voyeur

Recensie door Astrid van Wijngaarden

Het motto waarmee de novelle Elders opent ‘Pleased to meet you. Hope you guess my name.’ – overgenomen uit het controversiële rocknummer Sympathy for the Devil van The Rolling Stones – is meteen al goed voor een koude rilling. Alsof de schrijver op voorhand een waarschuwing wil afgeven, een ‘bezint eer ge begint’.’ IJzersterke actie van Martijn Knol (1973): het verhaal nog niet begonnen, de toon al gezet.

Een gezinnetje – vader, moeder, twee zoons – viert een weekje vakantie in de Italiaanse Alpen. Nazomers familiegeluk. Alhoewel? Ze blijken niet alleen te zijn. Op het terras is ongezien een mysterieuze figuur neergestreken, de verteller van het verhaal. Van een afstandje volgt hij nauwlettend de gezinsleden. Verdacht hoeveel hij van hen weet. Zelfs in hun gedachten, gevoelens en toekomst kan hij kijken. Wie is deze sinistere – met haviksogen, waakhondoren en oververhit brein uitgeruste – gedaante die zich in toenemende mate aan hen opdringt? Is hij een bekende of wellicht een zinnebeeld? Welke boodschap komt hij brengen?

Knol – die al drie romans op zijn naam heeft staan en van wiens pen we ook op Tirade.nu volop kunnen genieten – speelt in Elders een gedurfd literair spel met lezer en personages. Het verhaal wordt verteld in de tweede persoon enkelvoud. Een tricky perspectief dat in de regel gekunsteld aandoet en nogal steriele teksten oplevert. Zo níet bij Knol, die er een spannende draai aan weet te geven door de verteller rechtstreeks – en zeer nadrukkelijk – tot één van zijn personages te laten spreken, de jongste van de twee zoons. Het is deze pakweg tienjarige jongen die de ‘je-/jij’ vertolkt. Doordat de verteller ook nog eens alwetend is (zoveel meer weet dan de personages), krijgt het geheel een ongewoon intiem en manipulatief karakter. De lezer wordt gedwongen dichtbij te komen, beschamend dichtbij: ‘Ik ben hier niet uit vrije wil. Ik ben hier omdat jouw moeder wil dat ik hier ben. […] Je moeder verlangt naar een ander leven. Maar de waarheid is dat ze ook in dat andere leven naar een ander leven zou verlangen. […] Je moeder houdt ervan om af en toe tegen de grond getrapt te worden. Jij wilt vernederd worden om te voelen dat je leeft, is de strekking van wat je vader soms naar haar schreeuwt. En helemaal onwaar lijkt me dat niet.’

Ook Knols compositie is onalledaags en getuigt van lef. Geen hoofdstukken, geen titels. Wél 130 opzichzelfstaande blokken tekst die in grootte sterk variëren – er zijn zelfs blokjes van één enkele zin: ‘Als je moeder met haar vriendinnen over je vader praat, heeft ze het over Meneer Bouwhuis.’ Waar Knol de jongens aanhoudend met een frisbee laat werpen, laat hij de lezer springen van blok naar blok. Je vliegt heen en weer tussen gisteren, vandaag, morgen. Én tussen fantasie en werkelijkheid. Maakt een uitdagende hink-stap-sprong door tijd en ruimte. Meermaals land je ook in een tijdloze dimensie – Knols ‘filosofische brein’ – om je daar al dolend  af te vragen of de sprongen die je eerder maakte op waarheid berustten of enkel werden gedacht, wie weet zelfs geprojecteerd. Knol laat het ‘bouwen’ volledig aan jou. Daagt je uit de mogelijkheden te onderzoeken.

Is de toon in aanvang nog ingehouden en hartelijk, wordt deze allengs destructiever, obsessiever. Met het oplopen van de spanning weet de verteller zich steeds minder binnen te houden. De jongen wordt niet langer keurig aangesproken maar bestookt met – nee meer nog belaagd door – wraakzuchtige demonen. Er is geen houden meer aan. Onthulling volgt op onthulling: ‘Ik vervuil jullie gezin, puur door mijn bestaan. Ik ben de rot in jullie fundamenten. De roofvogelschaduw die over het open veld naar een kluitje dwergkonijnen scheert.’ Heldere taal. Hier spreekt duidelijk een getormenteerde ziel die een belangrijke boodschap heeft. Maar is het wel wraak, een gefrustreerd verlangen? Of handelt hij uit medelijden? Is het een persoonlijk offer dat hij komt brengen?

Eerst blik je rustig mee. Gaandeweg wordt het blikken een loeren. Voel je je steeds ongemakkelijker worden. Er bekruipt je een gevoel van medeplichtigheid. Meermaals vraag je je af waar je het lef vandaan haalt zo mee te gluren – het familiegeluk te verstoren – om in the end geschokt te moeten constateren dat je níet hebt ingegrepen. Dat je met ingehouden adem en wijdopen ogen bent blijven kijken. Dat de nieuwsgierigheid het won. Ik lezer, een laffe voyeur.

Hope you don’t guess my name.


Elders

Auteur: Martijn Knol
Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
Aantal pagina’s: 79
Prijs: € 9,95

Elders
Martijn Knol
ISBN: 9789028425897

Meer van Astrid van Wijngaarden:

27 januari 2015

Je ruikt de stront, proeft de puree

Over 'Hoogvlakte' van Naomi Rebekka Boekwijt
17 november 2014

Droogkomisch avontuur als politiek pamflet

Over 'Haas en bedelaar' van Tuomas Kyro
7 oktober 2014

Verhalen als kogelwerend vest 

Over 'Mijn lievelingsboek' van Marekta Pilatova

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

16 maart 2015

Wrange getuigenis

Over 'De erven Oppermann' van Martijn Knol
16 maart 2015

Recensie door: Sunny Jansen

Over 'Een artistiek, maar rommelig allegaartje' van Martijn Knol