Einde van de dienst

Waddenblog door Hans Muiderman

De dijk loopt af in de richting van de sluis bij Knock en onverwacht is die daar: de overkant. Ik zie de plek waar ik vandaan kom. Helemaal rechts het Eemshotel, voor mij de industrieterreinen van Delfzijl en links het gebouw van een gemaal. ‘Termunterzijl,’ roep ik. Er is hier niemand.
De overkant is een vreemd ding. Horizonnen afturen en verlangen naar het onbekende. Maar nu sta ik aan die overkant. En ik kijk terug. Het brede water van de Eems lijkt nu veel smaller en ik herinner me – alsof het gisteren gebeurde – het gesprek met de kunstenaar bij Termunterzijl die me vertelde over prielen en inversiewegen, woorden die ik nog niet kende. Ik zie weer zijn alpinopet.*)
Bij het terugkijken naar de kant waar je vandaan komt, speelt het geheugen met de werkelijkheid: het verkleint de afstand in ruimte en in tijd. Terwijl als je vooruit kijkt, naar het onbekende, lijkt alles traag en eindeloos.

Ik pak mijn fiets en kies de eerste weg naar rechts, het land in. Jannes Ohlingstrasse heet het hier, de naam komt me bekend voor. Ik blader in mijn notitieboekje. Jannes ( 1904-1974) was een herenboer, veehouder, opperdijkgraaf en opperzijlrechter. Een baas over zichzelf, zeg maar. Hij wordt gezien als de kenner van de Ostfriese cultuur. Met het boekwerk Schutze des Deiches werd hij bekend.
Aan de kant van de weg staan veel auto’s geparkeerd. Op een gemaaide strook land, meer dan een kilometer lang schat ik, wordt een balspel gespeeld. Ik ken het niet. Scheidsrechters met witte hesjes aan lopen met een meetlint rond. Er wordt onderhands gegooid, iemand met een hoed op houdt de puntentelling bij. In mijn beste Duits vraag ik hoe dit spel heet. ‘Hollandkugel’! roept een man en laat mij een papier met de puntentelling zien. ‘Hollandkugel’ staat er boven. Ik kijk verrast, de mensen lachen. Waar je op reis iets van jezelf herkent, voel je je thuis, schreef ik al eerder.
Ik fiets verder richting Rysum, fietsers groeten me met ‘moin’.

De kerken hebben open dag in Rysum. Bij de Evangelisch-Reformierte kerk, boven op de terp, speelt het orgel.

Het is zondagochtend, ik loop naast mijn vader. Hoe oud was ik, een jaar of vijftien. Mijn zussen lopen achter mij. Waarom ga jij naar de kerk? vroeg hij. Ik moet verbijsterd zijn geweest en wat gestameld hebben. Omdat u gaat. Zoiets. Je hoeft alleen nog maar te gaan als je dat zelf wilt, zei hij. Zijn stem klonk streng. Na zijn vraag ging ik niet meer naar de kerk. Alles wat met calvinisme en godsdienst te maken had, bande ik uit mijn leven.
Nu zit ik op een kerkbank tussen mensen met gereformeerde gezichten, ik herken daarin de familie van mijn vader en merk dat die gezichten me tegenstaan, maar ook – ik schrik ervan – dat ik me thuis voel.
Dan gaat de organist voluit, alle registers open. Iedereen gaat staan. Ik ook, voor mij als kind was dit het verlossende signaal: het einde van de dienst.
Ik stap weer op de fiets en mijmer, met rechts van mij de Waddenzee, dat je overal naar toe kan reizen maar niet ontsnapt aan wat je heeft gevormd.


Hans Muiderman reist graag langs de Wadden. Hij bezoekt niet alleen de eilanden maar ook de kustgebieden tot waar de zeeklei ophoudt en het hogere land begint. Zijn reizen gaan van de Kop van Noord-Holland tot het midden van Jutland in Denemarken. Hij reist niet in die volgorde maar ‘springt heen en weer’.

foto’s: Anneke van Kroonenburg

 

*) zie blog Zoet en zout

 

 

Recent

22 februari 2018

Boek van een ramp

19 februari 2018

Spiegels van de tijd

14 februari 2018

Gedenkteken in woorden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

25 februari 2008

Indrukwekkend verhaal

Door Bernadet

De overgave is na De zwarte met het witte hart en Een schitterend gebrek de derde historische roman van Arthur Japin die een mengeling is van fictie en non-fictie. Het verhaal is gebaseerd op de geschiedenis van Cynthia Ann Parker (zij staat ook op de voorkant van het boek) Als kind groeide zij op bij de familie Parker die na een lange reis vol beproevingen een nieuw bestaan probeerden op te bouwen in Texas.

Lees meer