2 november 2009

Een vage buitenlander

Een vage buitenlander, Benno Barnard

Tempus fugit: een auteur op zoek naar zijn schat

Ondanks de ondertitel ‘terug naar Engeland’ blijft het lang onduidelijk was nou precies de bedoeling is: gaat het om een literaire reis, een zoektocht van de schrijver naar zijn wortels of is het een ode aan zijn vader, een dominee die vaak door Engeland treinde en daar zelfs een reisboek over schreef? Eigenlijk is dit boek van alles een beetje: Keats en Shelley en ook Lewis Caroll blijven in tegenstelling tot andere kinderboekenschrijvers onbesproken, zoals Barnard zelf toegeeft is het genealogisch een mager werkstuk en ook de vader komt niet echt uit de verf. Het gaat tenslotte vooral om het verlangen om in Engeland te zijn, om, zolang het nog kan, dat oude Engeland te hervinden, dat eiland met die heel eigen sfeer en zijn glooiende pastures. Benno Barnard is niet iemand die het zich gemakkelijk maakt. ‘Van de versteende clichés over Engeland kun je een heel Stonehenge bouwen.’ Hij probeert zelf verklaringen te zoeken, voor de vriendelijkheid voor lifters bijvoorbeeld. Die zou te maken kunnen hebben met het feit dat men sinds 1066 nooit meer een bezetting heeft meegemaakt, net zoals het patriottisme wortelt in een gefrustreerd superioriteitsgevoel, die ook de vele spookverhalen voedt: Engelsen kunnen ook na hun dood geen afscheid nemen van hun land. Wat van het imperium wel is overgebleven is de taal. Daarover doet Barnard een mooie uitspraak: ‘Godzijdank hebben het Gemenebest en Amerika geen Taalunie die de spelling ieder decennium aan groepsverkrachting door een stel ambtenaren onderwerpt.’

Benno Barnard legt weinig uit. De lezer volgt hem op de voet en wordt meegesleept naar een warme, huiselijke pub waarin je de druilerige regen vergeet, naar kerkhoven, die ‘zo intiem zijn, dat je best een paar dagen dood zou willen zijn,’ op een niet echt serieuze zoektocht naar een eigen huis, waar hij door makelaars wordt ingelicht over verschillen tussen de edwardian, victorian of georgian stijl, naar de eerste wereldoorlog en het drama van de shellshock- patiënten, die gefusilleerd werden als deserteurs en het verlangen van de eilandbewoners ‘naar het nooit-1914-worden, naar de relatieve onschuld van de oude wereld, toen die miljoenen jongemannen nog niet aan flarden waren geschoten.’

Barnard formuleert prachtig en schrijft persoonlijk. Hij schakelt soepel over van de tijd dat hij met zijn huidige gezin van het verdeelde koninkrijk België naar het verenigd koninkrijk vertrok om een jaar in Rye te verblijven naar het jaar 1956 toen hij twee jaar oud was, er gevaar dreigde dat de Russen Europa onder de voet zouden lopen en het gezin Barnard de wijk nam naar het eiland.

Zijn taal is die van een dichter, soms literair, soms cryptisch, maar vaker verrukkelijk. Het begint al meteen in de eerste zin als de ferry zich losmaakt van de kust en een siddering ‘door een kolossale hoeveelheid ijzer gaat, talloze malen herhaald, altijd identiek gebleven.’

Er spreekt weemoed uit zijn manier van schrijven. Benno Barnard noemt zichzelf een conservatief die graag de Daily Telegraph leest en een junkie van het verleden, iemand die nostalgisch is aangelegd en meer hangt aan de herinnering dan aan de verwachting.

Zijn oog treft vaak wat anders dan hij zou willen zien, bijvoorbeeld een vrouw van het als weduwe geboren soort die op haar knieën zit te wieden in het grind. ‘In elk geval herinnert ze me eraan dat mijn eigen beeldschone Engeland een reëel bestaande onwerkelijkheid is.’

Benno Barnard vindt Engeland een geweldig land ondanks alle tegenstellingen, zoals die tussen de lieflijke landschappen en steden als Stoke-on-trent, waaruit in de tweede wereldoorlog zo’n vreselijke walm opsteeg dat de Duitsers meenden dat het al gebombardeerd was, tussen de prachtige oude steden en andere verloederde stadscentra, tussen de hoge graad van beschaving en de grote sociale tegenstellingen. Helaas gaat hij zich gaandeweg wat vaak herhalen en wordt het boek daardoor te lang, maar dat neemt niet weg dat hij de lezer aansteekt en zijn verlangen treffend weet over te brengen.

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer