14 november 2011

Prozaïsche tegenhanger van Toon Tellegen

Recensie door:  Jaap M. Jansen

‘Een man zei:
het is onmogelijk om volmaakt gelukkig te zijn,
hoe kortstondig ook

en een engel sloeg hem neer’

Met deze woorden begint een gedichtje in de bijzondere bundel Stof dat als een meisje (2009) van Toon Tellegen. Het is me toch een stel mooie woorden. Daar is Tellegen heel goed in, van gewone woordjes iets moois maken. Waar wij wellicht zouden beginnen met een uiting als ‘In het licht van de zilverende maan verzuchtte een droef man’, schrijft Tellegen ‘Een man zei’ op. Als je dat overtuigend kan, ben je een dichter.

‘Hmpf’, zult u nu uitbrengen, ‘hmpf, wat doet dat ertoe?’ ‘Misschien niet zoveel’, zeg ik dan. Maar misschien doet ‘het’ er ook wél een beetje toe. Dat valt te onderzoeken.

De roman Een uur en achttien minuten, het literaire debuut van de NRC-redacteur Peter Zantingh, leest niet als een debuut. Het werk handelt over een groep West-Friese voetbalvrienden, van wie er één, Joey, geheel onverwacht zelfmoord heeft gepleegd. De ik-verteller is Johan, een in Utrecht studerend lid van deze vriendengroep. Na Joey’s dood keert Johan tijdelijk naar het ouderlijk huis terug om de rest van de vriendengroep bij te staan, en mee te helpen aan de voorbereiding van de begrafenis. Het boek bestaat uit zes delen, gelijk de zes dagen waarin de plot zich afspeelt. De hoofdstukjes – steeds een paar per dag – zijn kort; verleden en heden worden, zonder veel verwarring, afgewisseld.

Het gedicht van Tellegen gaat verder:

‘de man richtte zich op
en fluisterde: of zou…’

Ingehouden, klein, maar niet aanstellerig. Bij Tellegen geen sensatie, geen diepe psychologische observaties. Bij Zantingh evenmin: alles wat in dit boek gebeurt, is levensecht. Hij heeft geen ‘romanverhaal’ geconstrueerd, geen filmscènes erin aangebracht. Elk personage is volledig geloofwaardig, elke herinnering, ja zelfs elke mijmering van de ik-figuur. Had in de flaptekst gestaan: ‘Gebaseerd op ware gebeurtenissen’, dan had niemand daaraan getwijfeld. Dit is realisme pur sang. Vanaf de eerste bladzijden leef je mee met de personages: geen romantypes als Henri Osewoudt, Charles Bovary of Onno Quist, maar gewóne jongens, jongens die elke zaterdag een thuis- of uitwedstrijd hebben, jongens met bijbaantjes, vriendinnetjes, uitgaansfeesten en katers. En dat maakt dit werk beangstigend intens: alles is zo verdraaid écht.

‘bedacht één mogelijkheid,’

Het bevreemdende aan de gedichten van Tellegen is, dat je als lezer bij elke versregel denkt: och, dat had ik zelf ook wel kunnen schrijven. En toch komt iedereen hierin bedrogen uit, want niemand kan zo schrijven. Je moet je eigen vocabulaire zó goed kennen, dat je telkens precies dat ene woordje kiest dat mensen kan raken. En dat kan niemand. Ook Zantingh niet – doch hij komt, op zijn eigen manier, wel heel erg in de buurt.

U moet het u als volgt voorstellen: normaliter gooit een schrijver een immense bak aan woorden op zijn papier, om vervolgens alle overtollige woorden weer te verwijderen; Tellegen en Zantingh echter zetten de ‘woordenbak’ naast zich op de grond, leggen hun papier (of, prozaïscher, laptop) netjes voor zich neer en pakken uit de bak telkens een enkel woordje. Het draait bij hen om de losse, naakte woorden, en om de meest voor de hand liggende betekenis van deze woorden. Dus geen – waar de huidige postmodernisten zich zó in uitleven – associatiechaos, geen ‘zoektocht naar de zin van een zoektocht naar de zin van het bestaan’, nee: gewone woorden, niet moeilijk doen.

‘één kleine, ingewikkelde, telkens verspringende en van aard verwisselende, uiterst kortstondige mogelijkheid,
wiste het bloed van zijn gezicht,’

In weerwil van al dit realisme en simplisme, haast ik me om te zeggen dat u nu niet moet denken dat Zantinghs debuutmeesterwerkje de diepgang van Jip en Janneke heeft. Integendeel, het heeft een complexe structuur waarbij een realist als Dickens zijn vingers zou aflikken. Hiermee doel ik niet louter op de vele flashbacks (die, om in voetbaltermen te spreken, bijzonder doeltreffend blijken), maar ook op Zantinghs prijzenswaardige vermogen om de kern van zijn verhaal niet onomwonden mede te delen, maar om deze te laten reflecteren in schijnbaar triviale herinneringen. En wat te denken van de ingenieuse uitwerking van het grondmotief van de roman, en de betekenis van de titel – is dit een roman in het genre ‘coming of age’, is het noodkreet om aandacht voor het hoge zelfmoordpercentage onder West-Friese jongeren, of is het iets anders?

De laatste regel van Tellegens gedicht mag u zelf opzoeken.

Debuutromans bepalen vaak het literaire aangezicht van een auteur. Is het een dromer, een provocateur, een filosoof, een activist, een verteller? Literatuurcritici grijpen zo’n debuut aan om voorspellingen te doen: dit wordt de thriller-Reve, de Voskuil van de 21ste-eeuw, dé geglobaliseerde opvolger van Vestdijk, etc. Overigens is dit nimmer waar gebleken, maar ach, een recensent wil ook wel eens gewichtig doen, en ik hoop dat u begrijpt dat ik hierin niet kan achterblijven.
Humhum. (Ondergetekende schraapt zijn keel.)

Peter Zantingh wordt (of is) de prozaïsche tegenhanger van Toon Tellegen. Dat stel ik, bij dezen. November 2011. Over een halve eeuw, nadat deze getalenteerde NRC-fellow voor zijn grootse poëtisch-prozaïsche oeuvre de Constantijn Huygensprijs in ontvangst heeft mogen nemen, praten we verder.

 

Een uur en achttien minuten

Auteur: Peter Zantingh
Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
Aantal pagina’s: 195
Prijs: € 18,50

Prozaïsche tegenhanger van Toon Tellegen
ISBN: 9789029578455

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant