22 maart 2016

Onder het dal – Arjaan van Nijmegen

Een prijs voor Arjaan van Nimwegen?

Recensie door Huub Bartman

‘Als het leven geen zin heeft, dan máákt het maar zin, godverdomme!’ (Gumbah)

Het nieuwste boek van Arjaan van Nimwegen speelt zich af in het Jekerdal iets ten zuiden van Maastricht waar de Waalse kunstenaar, filosoof, paleontoloog en vredesactivist Robert Garcet in de jaren ‘80 en ’90 van de vorige eeuw gedurende vijftien jaar gebouwd heeft aan een vuurstenen toren. Diens bizarre denkbeelden over de Apocalyps in de Openbaring van Johannes zijn knap verwerkt in het boek in de figuur van Charles en ingepast in het concept van de roman. Dit boek prikkelt daarnaast ook de nieuwsgierigheid naar dit dal.

Een prachtboek
Dat Arjaan van Nimwegen prachtige boeken kan schrijven, bewijst hij al jaren. Zijn bloemrijke, barokke taalgebruik past goed bij de spannende en avontuurlijke boeken die hij schrijft. Zijn boeken zijn eigenlijk meer ideeënromans dan historische romans. Het draait minder om de ontwikkeling van zijn karakters dan om het ontwikkelen van zijn filosofische ideeën. Ze zijn doortrokken van het verleden waarin een stille hunkering weerklinkt naar een betere wereld, echter vanuit de wetenschap dat die er helaas niet inzit. Dat geeft zijn werk een droefgeestige inslag en is dan ook onvervalst romantisch te noemen, reviaans eigenlijk. Er ligt altijd een filosofische benadering aan ten grondslag gebaseerd op het in wezen romantische vooruitgangsoptimisme van de Verlichting gefnuikt door de bittere realiteit van de in eenzaamheid op zichzelf teruggeworpen postmoderne mens. Het zijn eigenlijk prachtige sprookjes voor volwassenen. Zo ook zijn nieuwste roman Onder het dal. De titel verwijst naar het verlichtingsideaal van de best mogelijke aller werelden geconcretiseerd in het dal, waaronder, diep verborgen in de aarde, oeroude, irrationele krachten voortdurend van zich doen spreken en uiteindelijk de mooi ontworpen constructie vernietigen.

Een raamvertelling
Het boek is opgezet als een raamvertelling waarin de hoofdpersoon, Simon, terugblikt op zijn actieve leven van 1831 tot 20 maart 1871. Hij beschrijft daarin zijn studentenjaren in Utrecht waarin hij in de ban raakt van de door zijn vriend Willem zo mooi verwoorde idealen betreffende een betere wereld, zijn verblijf na het afstuderen in het vertrouwde ouderlijk huis in Groningen en tenslotte zijn avonturen tussen 1835 en 20 maart 1871 in het Eberdal, waarin hij zich door Willem heeft laten meeslepen. Hij doet dit afwisselend in de vorm van chronologisch opgebouwde memoires en in de vorm van een beschouwing daarover in maart 1871. Aan het eind komen deze verhaallijnen bij elkaar. Tenslotte sluit hij het boek af met wat dagboekaantekeningen over de periode na de catastrofe in het Ebeldal opgetekend na zijn terugkeer in het ouderlijk huis in Groningen van 1875 tot de dood van zijn moeder op 15 oktober 1877.

Het avontuur in het dal
Nadat ze als vrijwilliger deel hebben genomen aan de veldtocht van koning Willem I tegen de opstandige Belgen in augustus 1831 resteert bij Simon en diens boezemvriend Willem een katterig gevoel. Gevochten hadden zij eigenlijk niet, alleen wat armoedige boerenhoeven geplunderd.

Deze Willem is theoloog en wordt neergezet als visionair, een soort oudtestamentische Mozes met navenante dadendrang en gemodelleerd naar het voorbeeld van onze verlichte vorst in die dagen, koning Willem I. Gegrepen door het positivistische gedachtengoed van een utopisch denker als Saint-Simon en Johannes van den Bosch, de stichter van de heropvoedingskoloniën in Drente, over de maakbare wereld en de kneedbare mens komt Willem op zekere dag de aarzelende en besluiteloze Simon in zijn ouderlijk huis ophalen om met hem mee te gaan en vorm te geven aan zijn droom van een betere wereld in zakformaat.
Hij heeft daarvoor het Jekerdal uitgekozen, idyllisch gelegen in het Waalse mergelland en van ouds bekend om zijn vuursteen(silex)groeven. Het dal is vrijwel verstoken van contacten met de buitenwereld met hier en daar een vervallen hoeve waar arme, argwanende boeren hun zware, simpele arbeid verrichten. In de mergelgroeven aan de randen van het dal huizen ontheemde deserteurs uit het verslagen Belgische Maasleger, lotelingen uit de oorlog van 1830, die zich bezig houden met stroperij en vol wraakgevoelens zitten jegens die arrogante Hollanders, laf en in niets lijkend op de rovers van weleer, de Bokkenrijders, voor wie de boeren huiverden en over wie de verhalen nog steeds de ronde doen. Willem en Simon doen hun best aanhangers te werven voor hun ideale, zelfvoorzienende samenleving zonder geld, gebaseerd op Vrijheid, Gelijkheid en vooral Broederschap. Behoudens een paar eenvoudigen van geest zoals de boerenzoon Matthieu en de voormalige huisknecht van de ouders van Simon, Ubbo, sluit niemand zich bij hen aan. Mogelijke aanhangers, die het dal met een bezoek vereren, zoals boerenknechten uit de omgeving op zoek naar vrijheid, opstandige arbeiders bezield door de revolutionaire gelijkheidsidealen van 1848 en onconventionele naaktlopers uit de semi-intellectuele beaumonde in de ban van romantische ideeën van ‘Wandervögel und Körperkultur’, blijken uiteindelijk alleen maar uit te zijn op eigen voordeel. Als blijkt dat Willem zijn hartstochten niet kan bedwingen en verstrikt raakt in de netten van een vrouw, die hem uiteindelijk een zoon schenkt, Charles, wordt de mislukking van het project steeds duidelijker.

Willem verwordt steeds meer tot een liederlijke dronkaard, slachtoffer van zijn lusten, en een gewetenloze verrader van zijn boezemvriend Simon bovendien. Charles ontwikkelt zich tot een nieuwe leidersfiguur, wereldvreemd, die zich verliest in verhalen over het oervolk dat miljoenen jaren geleden vuurstenen bewerkte tot symbolische figuren en zich een toren bouwt van vuursteen uit de mergelgroeven met boven op de hoekpunten de vier monsters uit de Openbaring van Johannes; de sfinx, de stier, de arend en de leeuw als wachters op het einde der tijden. Hij draagt Simon op de geschiedenis van zijn rijk op te schrijven. In zijn waandenkbeelden wordt Charles gevoed door de vondst van botten van een reusachtig oermonster, een soort Mosasaurus, dat hij reconstrueert tot het Beest uit de Apocalyps en inbouwt in zijn toren. Als er dan tenslotte een klein meisje op het toneel verschijnt, dat zich, als priesteres en minnares van Charles, ontpopt tot een beeldschone femme fatale, die iedereen in haar ban weet te krijgen, gaat het laatste restje gemeenschapszin definitief ten onder. Als door een aardbeving – een veel voorkomend verschijnsel in het mergelland – de toren, de zetel van de mythologische keizer Charles, instort, verzorgt Matthieu een passende uitvaart voor zijn koning Willem die met de jeneverfles in zijn hand verdwijnt in het moeras der vergetelheid.

Als Willem de leider is geweest van de op de ideeën van de Verlichting gestoelde wereld in het dal, is Charles die van de irrationele, romantische wereld van de mythologie van het oude oervolk onder het dal. In Willem heeft Simon ooit geloofd, in Charles niet.

Zingeving
Simon verlaat het dal en gaat naar het huis van zijn moeder, die al op hem zit te wachten zoals een moeder betaamt. Hij is weer terug waar hij begon, in zijn ouderlijk huis op het Groningse platteland.

‘Mijn moeder wachtte mij op in de muziekkamer. Zonder een woord pakte ze mijn handen vast en streelde ze. Ze keek me lang aan, glimlachte en haar gezicht straalde. Ze had me herkend.’  

De hoofdpersoon Simon was in zijn jeugdig enthousiasme een gelovige en liet zich meeslepen in de maatschappelijke vergezichten van zijn vriend en leermeester Willem en was in zoverre niet vrij, maar wordt uiteindelijk een ongelovige en vrij.  Maar vrij van wat? Vrij van zingeving……..?

Onder het dal
Arjaan van Nijmegen
Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
ISBN: 9789028426405
288 pagina's

Meer van Huub Bartman:

10 januari 2017

Een echt Renaissance-mens

Over 'Rusteloos en overal' van Michiel van Kempen
14 december 2016

Indrukwekkend historisch document

Over 'Zo zag de waarheid er op donderdag uit' van Victor Klemperer

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

22 maart 2016

Een dictatuur om de vrijheid te bewaken

Over 'Westerlingen' van Arjaan van Nijmegen
22 maart 2016

Rennen voor je bestaan

Over 'Zonder land' van Arjaan van Nijmegen
22 maart 2016

Veel vragen, weinig antwoorden

Over 'Nieuwe Chinese plantenkunde' van Arjaan van Nijmegen