25 januari 2010

Een pion voor een dame, Jacoba van Beieren 1401-1436 – Antheun Janse

Jong gestorven, vijf maal gehuwd, maar ongeschikt voor een soap.

 
 

Door Rein Swart

 
De titel duidt op een schaakspel waarbij echter niet twee deelnemers achter het bord zitten, maar meerdere partijen. In de epiloog spreekt Janse van een ingewikkelde kluwen van politieke tegenstellingen zoals tussen Hollanders en Zeeuwen (de zgn. Hoekse en Kabeljauwse twisten), de strijd tussen de Duitse Roomskoning en de Bourgondische hertog, de oorlog tussen Engeland en Frankrijk en allerlei vormen van interne machtsstrijd. ‘Veel van deze conflicten waren bovendien onderling verbonden.’
Al die partijen deden zetten op het politieke toneel die weer tegenzetten van anderen  uitlokten. Het was de kunst om zoveel mogelijk landen te veroveren en Jacoba zat daartussen.
Jacoba maakte naam als strijdbare dame, maar Janse vraagt zich af of haar positie niet eerder die was van een vooruitgeschoven pion. ‘Op het politieke schaakbord van de vroege vijftiende eeuw heeft Jacoba op enkele momenten het verloop van de partij beïnvloed, maar ze deed dat als een afhankelijke pion, niet als een vrij bewegende dame.’

De biograaf Jansen (niet te verwarren met de auteur) plaatste haar positie in 1967 tegen de achtergrond van de opkomst van de moderne bureaucratische staat, die de feodale wereld verving waarin de ridderlijke aristocratie de dienst uitmaakte.

Haar herkomst maakte Jacoba tot een waardevolle pion op het politieke schaakbord. Haar  Beierse vader Willem en haar Bourgondische moeder Margaretha ontmoetten elkaar na het huwelijk regelmatig, maar tot een zwangerschap wilde het eerst niet komen. Des te groter was de opluchting dat Margaretha in juli 1401 beviel van een dochter. De ingebouwde afhankelijkheid van een toekomstige echtgenoot maakte echter dat een erfdochter vaak een bron van instabiliteit was in een tijd waarin een huwelijk vooral van strategisch belang was. ‘Nog voordat Jacoba de kleuterjaren achter zich had gelaten, werd al op hoog niveau over haar huwelijk vergaderd.’ De Franse prins Jan van Touraine werd haar eerste echtgenoot. 
Janse vraagt zich af of Hella Haase in Het woud der verwachting de wereld van de kinderen goed heeft ingeschat, als zouden die tijdens hun huwelijksfeest gierend van de lach met eten hebben gegooid.

Janse heeft, zo zegt hij in de verantwoording, deze biografie geschreven omdat er, na een vijftal oudere wetenschappelijke biografieën, al lang niet meer over Jacoba van Beieren gepubliceerd was én omdat hij haar persoonlijke invloed op de maatschappelijke gebeurtenissen wilde onderzoeken. Hij vergelijkt Jacoba met een personage in een roman van Dostojevski en voelde zichzelf, omdat hij te weinig tijd had voor bronnenonderzoek, een diepzeeduiker die te weinig zuurstof heeft om de bodem te bereiken.
 
Janse vormt zich een oordeel in gesprek met de eerdere biografen. In de inleiding noemt hij ook Bilderdijk die als privé docent in 1819 met afgrijzen tegen zijn studenten over de onverzadigbare wellust van Jacoba sprak, omdat ze in haar 35 jarige leven vijf mannen verslond.
 
In het bijzonder gaat Janse in op de amoureuze affaire tussen Jacoba en de Zeeuwse edelman Frank van Borssele, die door Filips van Bourgondië werd afgewezen. Frank werd gevangen genomen en door Jacoba vrijgekocht tegen inlevering van al haar bezittingen.
Hun liefdesverhaal inspireerde schrijvers als Betje Wolff en Albert Verwey, die Jacoba neerzetten als een koppige, ambitieuze en impulsieve vrouw. Maar was dat ook zo? Janse reconstruceert de geschiedenis en concludeert dat er van verliefdheid geen sprake was. Het portret op de omslag van het boek werd geschilderd om een juiste man aan te trekken en kon niet voor Frank bedoeld zijn omdat die haar al kende.

Volgens Janse is Jacoba geen ster uit Hollywood, die mooi en verleidelijk en wispelturig is en is ze evenmin een mannenverslindster. Dus jammer voor een soapschrijver die nog een historische figuur voor de hoofdrol zoekt. Janse acht het interessant de beeldvorming rond Jacoba te onderzoeken, maar dat is niet het doel van zijn biografie. Hij wil de historische Jacoba tot leven wekken.
Janse vindt haar ook geen Lady Diana, die met een ontwapende optreden de harten van haar onderdanen won, maar ze lijkt mijn inziens wel een beetje op Maxima, want zij schaatste op de Hofvijver, terwijl haar moeder allerlei politieke besprekingen voerde.
‘Later schreef ze zelf “alle dingen altijd met raad van anderen” te hebben gedaan,’ noteert Janse. Jacoba leefde onder de hoede van haar moeder en haar raadsmannen.
Toch vindt Janse een plaatsje voor haar in de canon te verdedigen. ‘De geschiedenis wordt immers niet alleen bepaald door winnaars.’
‘Wie in het schaakspel een dame inruilt voor een pion, maakt niet veel kans daarmee de partij te winnen,’ zegt de schrijver over zijn biografie, omdat die bestaat uit grijstinten en witte vlekken waar zijn voorgangers haar in felle kleuren schilderden. Toch blijft ze een sleutelfiguur, omdat de Lage Landen daarna definitief de weg naar eenwording insloegen.

 
 

Een pion voor een dame
Jacoba van Beieren 1401 ? 1436

  
Auteur: Antheun Janse
Verschenen bij: Uitgeverij Balans (2009)
Prijs: € 19,95

;

2 reacties

  • Henk 't Jong zegt:

    Wat een vreemde recensie. Het is eerder een beetje journalistieke samenvatting met wat citaten van de schrijver als uitgangspunten. Deze worden vervolgens niet door de recensent becommentariseerd, wat je toch zou mogen verwachten. Eigenlijk komen we helemaal niet te weten wat hij van het boek vindt. Het is zelfs de vraag of hij het boek wel gelezen heeft, want de citaten komen voornamelijk uit de verantwoording, de proloog en de epiloog, met een paar toefjes over Frank van Borselen die in het laatste hoofdstuk te vinden zijn. Als behandeld schrijver zou ik dit stukje heel onbevredigend vinden. En, literair gesproken, incompleet.

  • rein swart zegt:

    Beste Henk, bedankt voor je reactie, al kan ik die niet helemaal plaatsen. ik heb het boek met plezier gelezen en hoop met mijn recensie belangstelling op te wekken. Uitgangspunt was voor mij de stelling van de schrijver – om in schaaktermen te blijven spreken – dat Jacoba toch vooral als een pion moet worden gezien, maar daarmee verval ik in herhaling. Ik hoop dat de schrijver zich wel in mijn bespreking kan vinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van :

24 mei 2016

Wat vliegt daar?

Over 'De spreeuw' van Koos Dijksterhuis
23 mei 2016

Een boek om te proeven

Over 'Spel en tijdverdrijf' van James Salter
20 mei 2016

Jullie hebben ons verpest

Over 'Turis' van Özcan Akyol

Recent

17 mei 2016

Een filmische roman 

Over 'Dingen die niet mogen' van Sabine van den Berg
16 mei 2016

‘De nauw begrijpbare schoonheid van het menselijke leed’

Over 'De oorlog heeft geen vrouwengezicht' van Svetlana Alexijevitsj
12 mei 2016

Wonen in een lichaam als een haveloos oud gebouw

Over 'De geest geven' van Hilary Mantel
11 mei 2016

De strijd om het bestaan in koloniaal Marokko

Over 'Hongerjaren' van Mohamed Choukri
10 mei 2016

Een cerebrale dichter

Over 'Ruimtedier' van Elmar Kuiper

Verwant