18 november 2015

Moussa of de dood van een Arabier – Kamel Daoud

Een overrompelende leeservaring

Recensie door Adri Altink

Moussa of de dood van een Arabier raakt de lezer als een voltreffer. De winnaar van de Prix Goncourt 2015 doet je met een schok beseffen hoe we met westerse ogen kijken. Het boek zet vraagtekens bij De vreemdeling van Albert Camus en toont bovendien aan hoe weinig we van de geschiedenis leren.

Om direct maar een misverstand te voorkomen, schrijver Kamel Daoud heeft groot respect voor Camus. Moussa is qua structuur en thema zelfs schatplichtig aan hem, maar tegelijk opent Daoud onze ogen voor wat Camus verzweeg.

Eerst maar eens naar De vreemdeling van Camus. In die roman uit 1942 pleegt de Franse kantoorbediende Meursault op het strand van Algiers een moord op een Arabier die wraak zou willen nemen voor wat zijn zus was aangedaan. Voorafgaand aan die moord heeft Meursault zich onaangedaan getoond bij de begrafenis van zijn moeder. Hij wist niet eens precies hoe oud ze was bij haar dood. Hij rouwde niet, maar begon meteen erna een relatie met een zekere Marie, waarin hij evenmin blijk geeft van diepere gevoelens. Meursault wordt gearresteerd en ter dood veroordeeld, niet vanwege de moord op de Arabier, maar omdat hij een maatschappelijke code schond: je hoort verdrietig te zijn om de dood van je moeder en het niet meteen daarna aan te leggen met een vriendin. Het zijn normen en waarden die door de maatschappij zijn opgelegd en waarvan Meursault de absurditeit aanvaardt, omdat hij leeft naar wat hem voor de voeten komt in het besef dat niets een hogere zin heeft en het leven tijdelijk is.

Haroen
Het vertrekpunt van Daoud is dat de Arabier die is vermoord in de roman van Camus, geen enkele rol speelt in de veroordeling van Meursault. Hoofdpersoon in Moussa is Haroen, de broer van de vermoorde, die in De vreemdeling 25 keer, zo heeft Haroen becijferd, als ‘de Arabier’ wordt aangeduid en niet één keer bij zijn naam wordt genoemd. Haroen is intussen ruim 80 jaar oud. In een bar vertelt hij een journalist hoe zijn moeder haar hele leven op zoek is geweest naar het lichaam van Moussa, haar meest geliefde zoon. Het lijk is nooit gevonden, en de moeder legde alle last van haar verdriet op Haroens schouders, voor haar de mindere zoon.

Haroen was 7 jaar toen Moussa werd vermoord en hij begaat op zijn 27ste, in 1962, na de gevechten die zouden leiden tot de Onafhankelijkheid van Algerije, zelf ook een moord op de Fransman Joseph Larquais, in wiens huis hij na het vertrek van de Fransen met zijn moeder gaat wonen. Ook Haroen moet terechtstaan voor zijn misdaad. En ook in zijn geval speelt nauwelijks de moord op de Fransman een rol; wat hem verweten wordt is dat hij niet aan het Verzet heeft deelgenomen: hij had de Fransman moeten vermoorden vóór de Onafhankelijkheid.

Haroen wordt niet veroordeeld, maar hij beseft dat zijn verhaal steeds meer samenvalt met dat van Meursault. Al veel eerder in de roman, als de lezer nog niet op de hoogte is van zijn daad, heeft Haroen al gezegd: ‘Voordat ik besefte in hoeverre hij en ik celgenoten waren (…)’.

Ook in Haroens leven speelt een vriendin een rol met wie hij uiteindelijk niet de door hem gewenste relatie krijgt. Het is Meriem (vergelijk ‘Marie’ bij Meursault), een studente die hem heeft opgespoord omdat zij op zoek is gegaan naar ‘de Arabier’ uit De vreemdeling. Hij krijgt van haar het boek van Camus.

Kolonie
Moussa tilt het verhaal van Meursault in De vreemdeling daarmee uit boven een roman over de absurditeit van ons bestaan en stelt het tevens aan de kaak als een voorbeeld van de westerse verhouding tot de kolonies: ‘Over de moordenaar [van Moussa] wisten we niets. Hij was el-roemi, ‘de vreemdeling. (…) voor ons was hij de incarnatie van alle kolonisten, zwaar van alle gestolen oogsten’. En even verderop:  ‘Het was hier haast traditie geworden: als de kolonisten wegvluchten laten ze drie dingen voor ons achter: botten, wegen, en woorden – of moorden’.

Is dat al een rijkdom die het bestaan van Daouds roman ten volle rechtvaardigt, de schrijver stelt bovendien de verlammende invloed van de islam op het moderne Algerije aan de orde. Staat en godsdienst dienen gescheiden te zijn. Religie is een privézaak voor Daoud. Of zoals hij Haroen in de roman laat zeggen: ‘Religie is voor mij openbaar vervoer waar ik geen gebruik van maak, ik hou ervan naar God te gaan, lopend als het nodig is, maar niet met een georganiseerde reis.’ Toen hij zich in een interview nog veel explicieter uitliet over de onwenselijke rol van het moslimfundentalisme, kwam hem dat op een fatwa van een salafistische imam te staan.

Contra-expertise
Deze aspecten in aanmerking nemend, is een vraagteken te plaatsen bij de vertaling van de titel van de roman in het Nederlands. In het Frans luidt die Meursault, contre-enquête. De Nederlandse vertaling Moussa of de dood van een Arabier legt de nadruk erg op het ontbreken van de naam van de vermoorde in Camus’ verhaal, terwijl de oorspronkelijke titel het hele proces van Meursault in ogenschouw neemt als een tegenonderzoek (in de roman zelf wordt contre-enquête vertaald als contra-expertise). In feite gaat de roman zelfs niet zozeer over de persoon Moussa als over hoe zijn dood bepalend is geweest voor het verdere leven van zijn moeder en zijn broer, maar ook over de omgang met zo’n daad en de geestesinstelling van de dader. Meursault zag Moussa als een wezen dat er niet toe deed. Dat brengt Haroen in de roman tot de uitspraak: ‘Wat me pijn doet, telkens als ik eraan denk, is dat hij hem heeft gedood door over hem heen te stappen, niet door hem neer te schieten.’

De Nederlandse titel doet tevens tekort aan de manier waarop Haroen zijn eigen daad, de moord op de Fransman, spiegelt aan die van Meursault. Dat doet Daoud door in zijn roman Haroen een soortgelijk gesprek te laten voeren met een imam als Meursault dat in De vreemdeling heeft met een aalmoezenier.

Intertekstualiteit
Daarmee begeven we ons meteen ook in de literaire verknooptheid van Moussa met de roman van Camus door de grote intertekstualiteit. Daoud gebruikt tal van citaten en verwijzingen naar De vreemdeling.

Meursault begint zijn relaas met de zin ‘Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren. Ik weet het niet.’ Haroen zet in met ‘Vandaag is mijn moeder nog in leven.’ (Overigens weet Haroen evenmin als Meursault hoe oud zijn moeder is, maar anders dan bij die laatste is dat een gevolg van de administratie in de koloniale tijd, toen geboortedata van inlanders niet werden vastgelegd).

En waar Meursault eindigt met ‘Om alles volmaakt te doen zijn, om me minder alleen te voelen, bleef mij nog slechts over te wensen dat er veel toeschouwers zouden zijn op de dag van mijn terechtstelling en dat ze mij met kreten van haat zouden begroeten’, is het Haroen die zijn toehoorder in de bar aan het slot van zijn relaas zegt: ‘Het is net de biografie van God. Ha, ha. Niemand heeft hem ooit ontmoet, zelfs Moussa niet, en niemand weet of zijn verhaal waar is of niet (…) Aan jou om die vraag te beantwoorden (…). Ik hoop ook dat er veel toeschouwers zijn, en dat hun haat groot is.’

En zie de wending in het verhaal waarin Haroen de Fransman Joseph Larquais heeft gedood, waarin door een ontlening aan Camus wordt verwezen naar de moord door Meursault. De laatste doodde Moussa ’s middags om 2 uur in de brandende zon, Haroen pleegde zijn moord om 2 uur in de nachtelijke duisternis. Meursault, die eerst één keer en daarna nog viermaal op Moussa schoot, zegt daarover in De vreemdeling: ‘En het klonk als vier korte slagen waarmee ik op de deur van het ongeluk klopte’. Haroen loste twee schoten op Joseph en zegt daarvan: ‘Het klonk als twee korte slagen waarmee ik op de deur van de verlossing klopte’. Ketening tegenover bevrijding.

Daoud grijpt ook in de constructie van zijn roman naar Camus.
Haroen doet zijn verhaal op een barkruk in een lange monoloog tegen iemand die niets terugzegt, zoals de advocaat Clamence in De Val van Camus aan een zwijgende Amsterdamse cafégast vertelt hoe hij naliet een vrouw die zelfmoord pleegde daarvan af te houden.
En de waarschuwing van Daoud tegen de (fundamentele) islam roept De pest, dat gaat over de menselijke reactie bij opkomend gevaar, in gedachten.

Soms zit een verwijzing naar Camus in minieme details. Haroen vertelt bijvoorbeeld hoe hij klem zit tussen de dood van zijn broer en het verdriet daarover dat zijn moeder op hem overdraagt en beschrijft dat als ‘de absurde situatie waarin ik me bevond, namelijk dat ik een lijk naar de top van een berg moest duwen waarna het weer naar beneden tuimelde, en zo eindeloos door.’ Aldus verwijzend naar De mythe van Sisyphus van Camus.

Opvallend, tot slot, zijn overigens ook de parallellen tussen Camus en Daoud zelf. Beiden werden geboren in Algerije, kwamen uit een arm, deels analfabetisch gezin, beiden begonnen als journalist en beiden schreven ze een verpletterende debuutroman, Camus De vreemdeling, Daoud Moussa of de dood van een Arabier.

Samen vormen ze een overrompelende leeservaring.

 

Opm: De gebruikte citaten uit De vreemdeling van Camus komen uit de vertaling door Adriaan Morriën.

Moussa of de dood van een Arabier
Kamel Daoud
Vertaling door: Manik Sarkar
Oorspronkelijke titel: Meursault, contre-enquête
Verschenen bij: Ambo/Anthos
ISBN: 9789026332890
114 pagina's
Prijs: € 18,99

3 reacties

  • M. Jansen zegt:

    Ik heb het boek net uit en vond het onverwacht taai. Ergens halverwege begint het boek ( het is maar een korte roman) te kantelen naar een kant die veel meer aan Camus doet denken dan de eerste helft.
    Dit is zeker geen slechte roman, en zeker een aanrader voor wie van Camus houdt, maar overrompelend vond ik het niet. De roman komt wat moeizaam op gang en de verwijzingen naar Camus en zijn werk zijn soms wat flauw. Ik had na alle lovende recensies veel meer verwacht.

  • Frans Hendrickx zegt:

    Ik heb eerst Camus “de Vreemdeling” gelezen en daarna dit boek. Ik vind het een fantastisch boek. Enerzijds fileert hij Camus volledig, anderzijds lijkt het verhaal in heel veel opzichten op het verhaal van Camus. en dat in een stijl waarin hij deze lezer direct aanspreekt. Heel knap

  • Margo Rens zegt:

    Een schitterend, uitermate subtiel boek. “De vreemdeling” heb ik 100 jaar geleden gelezen, het is me altijd bijgebleven als een echt poëtische, existntiële roman.
    Deze contre-enquete (gelukkig kan ik hem in het Frans lezen) vind ik er een direct gevolg op. Ik ga bij mezelf te rade hoe het mogelijk is, dat het me destijds niet is opgevallen dat de persoon van de Arabier geen naam, geen familie enz enz had.

1 Trackback





 

Meer van Adri Altink:

1 december 2016

Wat maakt ons tot wie we zijn?

Over 'Hier ben ik' van Jonathan Safran Foer
13 september 2016

Op de vlucht naar moed

Over 'Helden van de grens' van Dave Eggers

Recent

20 januari 2017

Openhartig over lotsbestemming

Over 'Het visioen aan de binnenbaai' van Oek de Jong
19 januari 2017

Lawaaidichter en lawaaimakers

Over 'Radeloos en betoverd' van Pat Donnez
18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris
16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann

Verwant

18 november 2015

Oogst week 42

18 november 2015

De moedertaal als paradijs

Over 'De belevenissen van Ruben Jablonski ' van Kamel Daoud