Tessa Leuwsha – Fansi´s stilte

Een ontroerend boek

Recensie door Huub Bartman

‘Ma ontving nooit post! De brief zag er formeel uit.´To miss Francelyne Cummings, afzender Sarah Cummings.´ Ma legde hem met een trillende hand op de keukentafel. Albert brandde van nieuwsgierigheid. De brief bleef twee dagen ongeopend op tafel liggen, toen was ie weg. Albert vroeg moesje ernaar. “Ik heb hem teruggebracht naar het postkantoor”, zei ze. “Waarom?'” Vroeg Albert. Moesje bromde: “M’n moeder wou me niet, nu is het te laat.” ‘

Fancelyne Evelyne Cummings, Fansi, was de dochter van Sarah Cummings, een blanke vrouw, en een onbekende zwarte man.  Ze werd in 1905 in het noordwesten van Suriname geboren, in Nickery, een plaatsje waar ooit, ten tijde van de slavernij, het plantageleven bloeide, maar waarvan in Fansi’s tijd al weinig meer over was. Zij groeide op bij pleegouders en heeft haar eigen moeder nooit gekend. Zij had alleen een foto van haar. Dat zij een blanke moeder had, bleef voor haar kinderen lange tijd een goed bewaard geheim. Toen zij daar achter kwamen was de verbijstering groot. Fansi was ongetrouwd en kreeg negen kinderen uit verschillende relaties. Het gezin leefde in de jaren dertig in Paramaribo in armoedige omstandigheden, dicht op elkaar. Fansi had, als wasvrouw voor de blanken, weinig opleiding en stond er eigenlijk helemaal alleen voor. Om de armoede te ontvluchten, vertrokken bijna al haar kinderen in de jaren zestig naar Nederland. In 1970 vertrekt ook Fansi naar Nederland waar zij tot haar dood in 1979 is blijven wonen.

Tessa Leuwsha werd in 1967 in Amsterdam geboren. Zij is de kleindochter van Fansi. Leuwsha volgt de omgekeerde route. Zij gaat in 1995 haar vriend achterna naar Suriname, sticht een gezin en besluit zich er definitief te vestigen. In Fansi´s tijd was Suriname nog een kolonie van Nederland, nu is het een onafhankelijk land.

Tessa Leuwsha raakt steeds meer gebiologeerd door de vraag hoe Fansi het allemaal heeft gerooid. Wie was haar oma eigenlijk? Haar vader heeft haar nooit veel verteld, evenmin als haar ooms en tantes, die zij overigens zelden zag. Hoe kon een gezin dat in Suriname zo op een kluitje had geleefd in Nederland zo uiteen zijn gevallen? Zij besloot op zoek te gaan naar haar Surinaamse wortels door haar ooms en tantes te interviewen.

Boeiende gesprekken
Deze interviews leveren de structuur van het boek. Fansi had negen kinderen. Dit betekent negen gesprekken vervat in negen hoofdstukken. Elk interview wordt gevolgd door één of twee wat meer beschouwende hoofdstukjes, waarin Leuwsha reflecteert op de voortgang van haar onderzoek en de nieuw te nemen stappen. Zij begint de reeks met haar oudste oom Albert in Suriname en eindigt met haar jongste tante Mildred in Nederland. Het levert negen prachtige portretjes op van heel verschillende mensen met een gemeenschappelijke band, Fansi. Ontluisterend, maar ontroerend tegelijk is bijvoorbeeld het verhaal van Albert die met zijn vrouw een bezoek aan zijn moeder komt brengen in Nederland en ´s-avonds in het donker de weg kwijt raakt en langs de kant van de weg stopt om met een zaklantaarntje de kaart te bestuderen. ‘Een verblindend licht, een portier zwaait open, iemand hield een pistool in de aanslag. “Politie, uitstappen! Handen op het dak en benen spreiden!…………” Albert was maar wat blij weer naar Suriname te kunnen terugkeren.’ Daarnaast levert het een reis door de tijd op, van Albert, die nog dicht bij het leven van Fansi in Suriname staat en van Mildred, vergroeid met het leven in Nederland, maar ook door de geschiedenis van Suriname, van Nederlandse kolonie tot onafhankelijk land. Hoewel een echt inzicht in de persoon van Fansi nooit verkregen kan worden door enig historisch onderzoek, krijgen we toch steeds meer zicht op de wereld van Fansi en dus op Fansi zelf.

Hartverscheurende ontdekkingen
In het hoofdstuk ‘Huize Cummings’ blijkt Leuwsha feitelijk te zijn vastgelopen in haar onderzoek. Hoewel het duidelijk is dat er in het leven van Fansi nog sporen zijn achtergebleven van de slavernij, blijft het moeilijk die ook aan de hand van documenten echt zichtbaar te maken. Maar dan komt het toeval haar te hulp in de vorm van een mailtje van een nazaat van Fansi’s pleegfamilie. Plotseling komt zij veel meer te weten over de rol die de slavernij heeft gespeeld, vooral in het leven van de pleegmoeder van Fansi, maar waarschijnlijk ook in dat van Fansi zelf. Dit zorgt voor een versterking van de spanningsboog in het boek en levert onverwachte inkijkjes op in het leven van Fansi en haar pleegmoeder. Zo wordt steeds duidelijker waarom Sarah Cummings haar dochter meteen na de geboorte waarschijnlijk heeft afgestaan. De pleegmoeder blijkt nog geruime tijd slavin te zijn geweest. Daardoor komt zij gedurende het onderzoek wat meer in het brandpunt van de belangstelling te staan.

Ook de speurtocht zelf die Tessa Leuwsha onderneemt langs allerlei archieven is boeiend om te volgen en brengt ons in contact met stukjes Suriname en Guyana buiten Paramaribo. Het maakt duidelijk wat voor diepe wonden de slavernij heeft geslagen, ook nog in de volgende generaties. Fansi vertelde nooit iets over het verleden en ook haar kinderen praten er eigenlijk nooit over. Als Tessa Leuwsha haar ooms en tantes benadert met de vraag of zij hen mag interviewen over dat verleden, zijn zij dan ook verrast en vaak in eerste instantie wat afhoudend. Als echter het moment van het interview is aangebroken, blijken zij er graag over te praten.

Tessa Leuwsha heeft een prachtig boek geschreven vol liefdevolle portretjes van gewone mensen. De goed geconcipieerde structuur van het boek maakt het spannend en zorgt ervoor dat de lezer haar zoektocht geboeid blijft volgen. Haar betrokkenheid bij het onderwerp zuigt de lezer mee in de bizarre en vaak ontroerende restanten van het slavernijverleden die doorwerken in het individuele leven van de mensen. Prachtig zijn bijvoorbeeld de foto’s waarop Fansi alleen en samen met haar pleegzus staat afgebeeld met een traditioneel gevouwen hoofddoek op. Niet zozeer omdat buitenissige foto’s altijd leuk zijn, maar vooral omdat Tessa Leuwsha in haar boek schrijft dat deze hoofddoeken in de tijd van de slavernij op verschillende manieren gevouwen werden om bepaalde boodschappen aan elkaar duidelijk te maken. Zij mochten immers niet met elkaar praten tijdens het werk. Dit maakt de foto’s ontroerend.

 

 

Omslag Fansi´s stilte - Tessa Leuwsha
Fansi´s stilte
Tessa Leuwsha
Verschenen bij: Atlas Contact
ISBN: 9789045030425
244 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Huub Bartman:

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale

Verwant