3 februari 2014

Een makelaar in Pruisen – Nicole Montagne

Kijk! Kijk! En blijf kijken!

Recensie door Adri Altink

‘Ook kijken moet je leren’. De bewering lijkt zo’n gemeenplaats, maar kijken is bij Nicole Montagne een activiteit met diepgang. En als ze dat zinnetje op pagina 70 van Een makelaar in Pruisen neerschrijft ben je als lezer al helemaal gewonnen voor wat goed kijken je oplevert. Het boek is een bundeling van verhalen en essays – vooral essays, hoewel de scheiding vaak moeilijk aan te brengen is. Montagne schrijft in heldere, beeldende taal en scherp analyserend over wat we (denken te) zien en hoe we kijken, maar door al die beschouwingen heen loopt een persoonlijk, vaak autobiografisch verhaal. Een groot aantal van de stukken is dan ook verbonden met momenten in haar leven: als aankomend graficus in 1984 stage lopend in Praag, in daarop volgende jaren op reis met vrienden in het toenmalige Tsjecho-Slowakije, met haar gezin op zoek naar een woning bij Berlijn (in het titelstuk van de bundel) en in Nederland kritisch lezend en TV-kijkend.

En wat is het een genot om door haar bril mee te kijken!
Montagne is scherp, formuleert heel precies, en registreert alles met een kunstenaarsoog. Geen gebouw, geen dorp dat ze inloopt ontkomt aan haar observerende blik die onmiddellijk de kleuren, de stilering, ja zelfs de geuren en met dat alles direct de sfeer vangt. Ze gaat op in wat ze doet en schrijft. Zoals ze dat ook in haar vak doet:

Van huis uit ben ik grafica, ik studeerde onder meer af in de techniek van de houtsnede. Een fijne en ook wel stoere techniek want je hebt er kracht voor nodig. Bovendien, als je snijdt, komt de geur van hout naar boven. Hout ruikt lekker. Het is geen reden om er op af te studeren, maar het is wel een prettige bijkomstigheid.

De bundel zuigt je direct al mee in haar eerste stuk Psychogeografisch flaneren over hoe vormgeving van ruimtes en gebieden ons humeur en gedrag beïnvloeden en manipuleren. In die psychogeografie wordt het onopvallendste bijzonder door een wind die er waait of een patroon dat herkenbaar wordt. In de stukken die volgen opent Montagne steeds nieuwe vergezichten: letterlijk nieuwe dimensies door een andere manier van kijken of door messcherp de lagen van onze waarneming te fileren. Dat doet ze bijvoorbeeld schitterend in Een veehouder in Mongolië, waarin ze tijdens een wandeling de sensatie ervaart in een landschap van Kokoschka te staan en op een ander moment de overeenkomsten ziet, nee: belééft, tussen een schilderij van Munch en een foto waarop Tolstoj aan het water zit.

Zo associatief schrijft Montagne ook in Flarden als haar gedachten naadloos van het gerinkel van de trambel in Praag overvloeien naar de knopenla in een fourniturenwinkel uit haar jeugd. Niets is wat het lijkt, wil ze maar zeggen. Er zijn altijd oude beelden en ervaringen die onze manieren van kijken meebepalen. In je hele leven speelt zich een, wat zij noemt ‘proces van betekenisgeving’ af. Al in je kleuterjaren maak je associaties die je kijken later zullen beïnvloeden. Ze illustreert dat – alweer autobiografisch – met haar kinderfantasieën over verre werelden bij het zien van de afbeelding op de hoes van een grammofoonplaat van haar vader.

Veel van de stukken gaan over kunst, maar Montagne is ook een observator van ons taalgebruik en ons, tja, je zou bijna zeggen: ons zelfbedrog. Het is een woord dat de schrijfster zelf niet gebruikt, maar dat moeiteloos bij de lezer opkomt. Over vernieuwing bijvoorbeeld. Het ‘is inmiddels een toverwoord geworden’. Wil hedendaagse kunst meetellen voor musea en fondsen, dan moet ze vernieuwend zijn. De term is een kreet geworden: ‘Hij is uitgehold, evenals de begrippen ‘passie’ en ‘creativiteit’’. Aan de hand van een expositie door Jef Rademakers van werken uit de Romantiek in 2011 schetst ze uiterst helder hoe die stroming, die in veler ogen traditionele plaatjesmakerij was, een noodzakelijk tegenwicht bood tegen de doorgeschoten rationalisering van de Verlichting: ‘De mystiek en het magische werden in ere hersteld (…) In dat opzicht was deze stroming grensverleggend. De schilders presenteerden, als kinderen van hun tijd, een volstrekt andere manier van kijken naar de werkelijkheid.’ Hoezo niet vernieuwend?

Boeiend is Montagne evenzeer in haar kijk op moderne technische mogelijkheden. In De verloren tijd in beeld neemt ze het op voor de herinneringen zoals die hangen om oude foto’s. Die waren meestal geposeerd (ze geeft een amusant voorbeeld van haar vader die in zijn ‘luie’ stoel Readers Digest leest met haar moeder achter hem voorovergebogen meelezend: ‘maar mijn moeder las nooit welwillend over schouders mee; de machtsverhoudingen bij ons thuis lagen voor eens en voor altijd andersom’). Toch zijn ze waardevol. Omdat ze een verdwenen wereld tonen, maar ook omdat er relatief zo weinig van dit soort foto’s zijn. Tegenwoordig fotograferen we digitaal alles wat los en vast zit. En we slaan het ook allemaal op. En onze band ermee, onze herinnering, wordt bedolven onder een overschot aan materiaal. In plaats van alles bewaren, moeten we selecteren, vindt Montagne. Of, zoals ze het in een ander stuk schrijft: ‘Alles vastleggen is dodelijk voor het geheugen’.

Het langste essay in de bundel is een vurig pleidooi voor zuiver kijken. Het stuk is een ongemeen felle uithaal naar kunstbeschouwer Joost Zwagerman en dan vooral zijn bespreking van A photographer’s life: 1990-2005 van Annie Leibovitz. Veel foto’s in dat boek zijn uit haar privéleven met de schrijfster Susan Sontag. En je hóórt Montagne vloeken als ze beschrijft hoe Zwagerman, bewonderaar van de geschriften van Sontag, het werk van haar partner Leibovitz voortdurend bekijkt vanuit zijn kennis van wat Sontag heeft geschreven. Hij legt steeds Sontag over Leibovitz heen en weigert naar de foto’s zelf te kijken, constateert ze woedend. Alleen al dit essay maakt de bundel tot een rijke bron van leesgenot en leerzaamheid.

Nicole Montagne heeft een prachtboek geschreven (ook qua vormgeving trouwens). Ze is niet alleen een kunstenares in hout of op papier, maar kan ook haarscherp kijken, denken en formuleren. Een makelaar in Pruisen zijn beschouwingen om te herkauwen.

 

 

Een makelaar in Pruisen
Nicole Montagne
verhalen en essays
Verschenen bij: Vantilt, Uitgeverij
ISBN: 9789460041457
192 pagina's
Prijs: € 19,95

Meer van Adri Altink:

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
27 september 2017

De mens moet geen god willen zijn

Over 'Aan een onbekende god' van John Steinbeck
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars