Frans Budé – De dagen

Een Limburgse Rémi

Recensie door Adri Altink

Menige babyboomer genoot van De gouden jaren, de bestseller waarin Annegreet van Bergen verslag deed van de veranderingen in ons dagelijkse leven in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Het boek riep bij veel mensen nostalgische beelden op. Herinneringen aan hoe het thuis was toen je nog kind was. Maar Van Bergen schreef met haar boek een min of meer economisch en sociologisch verslag op basis van literatuur, statistieken en persoonlijke herinneringen van geïnterviewden.

Bij wie het onlangs verschenen De dagen van Frans Budé leest, zal af en toe een glimp van De gouden jaren oplichten (onder andere in de gebruiksvoorwerpen, compleet met merknaam), maar daarmee houdt de vergelijking wel op. Frans Budé, geboren in 1945, beschrijft daarin de persoonlijke herinneringen van een Limburgse jongen tot zijn 12de jaar. Maar hij doet dat op een indringende persoonlijke manier. Daardoor worden niet zozeer, als bij Van Bergen, de jaren ’50 zelf herinnerd, maar vooral het leven van een kind in de eerste pakweg 15 jaren na de oorlog. Dat levert een beeld op van de gemeenschap en de gang van zaken daarbinnen in die tijd, maar vooral van het gevoelsleven van een kind daarbinnen.

Die samenleving is in die kinderwereld klein. Het is een katholiek provinciestadje, of beter: een buurt in die stad, geconcentreerd rond een winkelstraat, scholen en een kerk. Hoewel de naam van de plaats ongenoemd blijft valt er enigszins Maastricht in te herkennen, niet toevallig de geboorteplaats van de schrijver. Als het gezin een tochtje naar Aken maakt of naar familie in België gaat is dat voor ‘de jongen’ meteen een andere wereld.

Inderdaad, ‘de jongen’. Zo wordt de hoofdpersoon in het boek voortdurend genoemd. Ook zijn naam komt in het boek niet voor, hoewel uit een voorval rond een servies dat hij krijgt ter gelegenheid van zijn Eerste Heilige Communie valt op te maken dat hij Paul heet. Hij groeit op in het huis achter de drogisterij van zijn vader in een gezin met nog een broertje en een zusje. Hun namen duiken wel veelvuldig op in het boek en dat versterkt nog eens het beeld dat je geleidelijk van ‘de jongen’ krijgt: een gevoelig, dromerig en enigszins in zichzelf gekeerd ventje, dat zich vaak erg alleen voelt. Aan het slot identificeert hij zich zelfs met Rémi uit Alleen op de wereld.

Veel van wat hij in zijn jonge leventje te weten komt, ontdekt hij zelf. Vader en moeder zijn er met de beste bedoelingen op uit de kinderen het leed van hen zelf en van de wereld te besparen. Ze praten er liever niet over. Zo ontdekt de ‘jongen’ dat zijn ouders een kind liever niet vertellen over de Tweede Wereldoorlog. En er is de schokkende ontdekking, in het boek gedoseerd verteld, dat hij een zusje heeft gehad, Anna, dat kort na haar geboorte is gestorven. Het is een verlies waarover zijn ouders de kinderen niet willen lastig vallen om hen te ontzien, maar vooral omdat ze het zelf nooit hebben kunnen verwerken.

Het boek houdt het midden tussen een roman en een bundel korte verhalen. Dat blijkt al uit de presentatie. De woorden ‘roman’ of ‘verhalen’ ontbreken  op het omslag of de titelpagina – op die laatstgenoemde bladzijde vinden we ook pas de ondertitel: ‘Belevenissen van een jongen.’ Een mededeling die welhaast even sober is als de omslagtitel De dagen.

Diezelfde soberheid is er in de manier van vertellen van Budé. Gebeurtenissen worden niet tot in detail beschreven; de tekst lijkt er soms overheen te scheren. Om steeds terug te komen bij het effect dat het gebeurde heeft op de jongen. Hij leert bijvoorbeeld het verschil tussen zijn vader en moeder kennen in hun houding jegens het katholieke geloof door een onschuldig gesprekje over de mogelijkheid dat de paus tijdens zijn Paaszegen de hik zou kunnen krijgen. Maar voor de jongen blijft dat een kwestie die hij in zijn eentje overdenkt.

Veel van de voorvallen gaan over grote vraagstukken, zoals de dood, lijden, eerlijkheid, liefde. Allemaal zaken die de jongen diep raken, maar die hij moeilijk bespreekt met anderen. De enige met wie hij ze soms, alleen op zijn kamertje, deelt, is zijn nooit gekende zusje Anna, van wie hij zich een beeld vormt als een engel die op hem toeziet. Of hij trekt zich, tijdens een verblijf bij familie, terug in een varkensstal, waar hij zijn verhaal doet tegen een zeug die hij de troetelnaam Balba geeft. De dood van dieren raakt hem diep: een paard dat op straat in elkaar zakt; een schaap dat na de slacht op de ladder hangt.

Alles lijkt zich zijns ondanks te voltrekken en zich buiten hem om af te spelen. Tot aan het slot van het boek toe. Er ontstaat een bang vermoeden in hem als hij zijn ouders over ‘tekeningen’ en ‘bestek’ hoort praten, maar er valt een stilte als hij binnenkomt. De lezer weet wat er aan de hand is en korte tijd later laat zijn trotse vader de jongen de bouwplaats zien van een nieuw huis. Ver van zijn vertrouwde buurt. Hij is voor het laatst alleen in de drogisterij waaruit alles al is weggehaald, als hij nog één keer op een indringende manier aan Anna wordt herinnerd. Dan stapt hij de verlaten drogisterij uit: ‘Een laatste blik in de etalage. Leeg. De jongen ziet zichzelf weerspiegeld, beter dan ooit.’

Budé weet de lezer met groot gemak mee te nemen in het gevoelsleven van de jongen, in een mooie taal en sobere schetsen. De jongen mag zichzelf dan vergelijken met Rémi, hij maakt er geen zielig ventje van.

 

Omslag De dagen - Frans Budé
De dagen
Frans Budé
Verschenen bij: Uitgeverij Karaat
ISBN: 9789079770267
216 pagina's
Prijs: € 18,95

Meer van Adri Altink:

Recent

14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale
8 december 2017

Over de grenzen tussen feit en fictie

Over 'Broeder, schrijf toch eens!' van Rinus Spruit

Verwant