28 april 2017

Een koe

Door Inge Meijer

Er riep een koe door de nacht. Het was een mooie roep; donker en dwingend. Het riep herinneringen op aan ochtendweilanden waarlangs je naar huis fietste na een nacht doordrinken. Net als de nachtelijke misthoorn van een trein het verlangen wekt om weg te trekken, zomaar ergens heen. Mijn lief sliep, zuchtend en stoom afblazend, waarbij de lucht zijn mond met een pfffff-end geluid verliet, als een band die leegliep. Het is niet erg wakker te liggen zei ik in gedachten tegen mezelf en draaide op mijn andere zij. Maar ik had ook nog José Eduardo Agualusa in mijn hoofd. En iets uit een klein essay van Maarten Asscher. Waarin hij schrijft hoe irritant het is als een Portugese José wordt uitgesproken als een Spaanse José. Dat je een Portugese José uispreekt als ‘zjosé en niet als het harde ‘gossé’, voor de Spaanse.Dat het te pedanterig is om dit te corrigeren, betweter die je dan bent. En dat ik laatst in Paradiso bij leesclub Le Monde was, waar een boek van Agualusa besproken werd en dat de moderator, Gossé Eduardo Agualusa zei en ik me (dankzij Asscher) inhield omdat ik geen betweter wilde zijn.

Weer riep er een koe door de nacht, urgenter en langer aanhoudend. Het leek me een andere koe dan de eerste. Daardoor kwam ik in een staat van alertheid. Alsof ik straks verantwoording zou moeten afleggen over die verschillend klinkende boehoe’s en vanaf welk weiland dat kwam. Als ik dat dan verteld had, dat die koeien ’s nachts gemuilkorfd zouden worden. En dat had ik dan bewerkstelligd. En of ik dat wilde; nee, dat wilde ik niet, dus laat die koeien nu maar. En ik probeerde niet naar koeien te luisteren. Maar Agualusa was er ook nog. Ik draaide me op mijn rug en dacht aan Een algemene theorie van het vergeten. Waarin zoveel verhalen zitten als het leven zelf. Het verhaal van de hoed, dacht ik, zit verweven door de roman. Dat ging zo (geloof ik):

Er lag een hoed naast een vuilcontainer. Iemand vertelt dat een man in de grond is verdwenen, precies op de plek waar de hoed ligt. Dat hij met eigen ogen zag hoe de man er het ene moment was en het volgende alleen zijn hoed. Zo ontstond het verhaal van de man die in de grond verdween. Ik moest denken aan een Angolees bij Leesclub Le Monde. Hij zei: ‘Ik lees niet.’ Hij zei niet: ‘Ik lees nooit’. Voor zijn vriendin had hij het boek gelezen. ‘Een knap boek’, zei hij. ‘Niets is moeilijker dan orale verhalen opschrijven.’ Nu pas, slapeloos in bed, begreep ik (veel wordt in de nacht pas helder) waarom hij zei ‘Ik lees niet’. Het is een staat van leven. Verhalen, die al doorvertellend worden tot een boek als van Agualusa. Daar hoef je niet voor te lezen. En ik nam me voor vanaf morgen verhalen te vertellen waarin de waarheid een onopvallend aspect zal zijn.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer