3 mei 2012

Een kamer in Rome – Sipko Melissen

Gesignaleerd:

Uitgeverij Van Oorschot schrijft over Een kamer in Rome:

‘Hoofdpersoon in Een kamer in Rome is de dromerige student Daniël die op de dag dat het uitgaat met zijn vriendin een novelle in handen krijgt van de mysterieuze schrijver Alle Waterink. Over de schrijver is niets bekend behalve dan dat hij in Toscane in Italië woont. Wie is die man? En waarom raakt Daniël zo bevangen door deze novelle? Een kamer in Rome is een literaire detective die, in tegenstelling tot andere boeken uit dit genre, wél goed geschreven is. Daniël vertrekt naar Italië om meer te weten te komen over Alle Waterink. Hij belandt in een duizelingwekkende wereld van taal en literatuur, vol mystificaties en culturele verwijzingen, die de lezer naar adem doen happen. Een kamer in Rome is een boek dat meesleept en, zoals ware literatuur kan bewerkstelligen, je de alledaagse werkelijkheid volledig doet vergeten.’

‘Melissen houdt van mooie verhalen met een raadsel erin, zoals dat hoort in goede klassieke literatuur.’ – Kees ’t Hart, Leeuwarder Courant ‘Een bijzondere stijl. Intiem, gevoelig, en met een duidelijke spanningsboog.’ – Judith Janssen, De Volkskrant
Een kamer in Rome

Auteur: Sipko Melissen
Verschijnt bij: Uitgeverij Van Oorschot
Prijs: € 18,50 .

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer