16 april 2016

Wat huid is – Peter du Gardijn

Een goed observeerder

Recensie door Menno Hartman

“The more specific you are, the more general it’ll be” is een citaat van fotografe  Diane Arbus. Arbus fotografeerde veel kinderen, tweelingen, maar ook reuzen en dwergen, thema’s waardoor zij bang was dat ze bekend zou blijven als de fotografe van ‘freaks’. Dat is gelukkig niet gebeurd. Peter du Gardijn wijdt een mooie kleine hommage aan haar in zijn nieuwe bundel Wat huid is.

Het goede, specifieke kijken van Du Gardijn in deze bundel is wat ongelijk verdeeld. Er zitten hele goede gedichten tussen, vooral aan het begin en aan het einde van de bundel.

Voorjaarsklassieker
In Vlaanderen is de lucht het oudst
het land zo vlak dat het pijn doet aan je ogen.
Er is geen donshaar in maart, alleen de wind
die in koud stamverband de daken schuurt.
Aan alles, om de boom te tarten
waaraan geen blad wil groeien, ontsnapt damp.
Zelfs de mussen op het frietkot,
longen als vliespinda’s halen zichtbaar adem.
Maar het gebarsten kruisbeeld weigert.
Daarom staar ik naar de strepen op het asfalt
en de ruimte eromheen.

Een buitengewoon sterk gedicht waar vrijwel alles aan klopt. Een taalmachine die onmiddellijk aanslaat. Daar staan er een aantal van in deze bundel.

Wanneer echter in het middendeel de wat biografische toon de overhand krijgt, over zusje en broertje, en moeder in een Biblebeltdorp B(arneveld) waar God tegen de plinten klotst, dan werkt het veel minder goed in de gedichten van Du Gardijn. Schaffelaar en Jezus en de HEMA weet hij dan niet tot poëzie te verheffen.

Laten we eerlijk zijn, verzen larderen met ‘grazige weiden’ of een ‘hijgend hert der jacht ontkomen’ vallen in de Nederlandse poëzie in zulk een rijk beplant bloembed, dat ze onzichtbaar worden. Je moet er iets bijzonders mee aanvangen. En dan niet ‘ Onze vader die in de zemelen bijt, Uw raam worde gereinigd.’ In veel van deze gedichten, grofweg de afdeling ‘omstandigheden I’ staat ook steeds meer dan nodig is voor het gedicht. En de licht humoristische toon waarmee de dichter zich op afstand tracht af te zetten van zijn jeugdjaren in religieus Gelderland slaat de plank dan mis. ‘Ook Zijn bijbelbeladen Alpenkreuzer past in het plaatje / en nooit bleef de vrucht uit van Zijn arbeid.’

Du Gardijn heeft zeker een oog voor het juiste aforisme op de juiste plaats. Elke mens is zijn medemens een boemerang’ is er zo een. Condooms als ‘rubberen vruchten van de vooruitgangsindustrie.’ ‘Amerika is het christendom vloeibaar gemaakt op een hammondorgel.’ Ook in de mindere gedichten vind je nog vaak een raak beeld of iets wat bijna een maxime is. Of in dit sterke gedicht:

Tussenuur
In het openbaringslicht van de supermarkt opgenomen
weet ik dat ik in een tussenuur leef.
Omdat ik geen varken ben, hoef ik niet in het schap.
Hoeveel kruisingen wij ook overleven, altijd wacht ons de honger.
en de eigengereidheid van de geproduceerde dingen
aardappelpuree in cellofaan,, nagemaakte jus of soja
om mij het gescharrel van wie er ook zijn, de mensen
die naast mij de stad bewonen.

In een flankerend vers warmt de ‘ik’ zijn handen aan de magnetron en trekt in het licht van het 8-uurjournaal het cellofaan los ‘zodat de puree kan dampen bij het oorlogsfront. Dit is goed gedaan en toont van Du Gardijn kan:  in aardse regels met sterk beeldgebruik een moment vastleggen en duiden. Niet teveel duiden.

Misschien wreekt zich in het wat verhalende middendeel de romanschrijver die Du Gardijn ook is. In het gedicht ‘Joy Division’ wil deze verhalenverteller dan toch weer terug naar de poëzie en springt niet ver genoeg. Wat volgt zijn maar liefs 4 pagina’s die je misschien lankmoedig ‘vormvernieuwing’ kunt noemen omdat er nogal wat socialmedia namen in voorkomen en wat Engels, maar eigenlijk is het gewoon, ja, wat: pathetic: ‘i dance with you Ian/He looks like Frodo!/Ian can read this. Froooodoooooo! Loooooony!  Dat werk.

Du Gardijn maakt de beste gedichten als hij zijn ogen volgt en goed kijkt en dat op schrift stelt. Verwijzingen naar Der Mouw, Nijhoff, Kousbroek slaan steeds stuk als te in het oog springend. Verhalende, persoonlijke geschiedenis haalt het niet bij een goed aantal afgeronde, niet te veel weggevende gedichten die toch zeker wel een belofte inhouden. Want hoe specifieker hij kan schrijven, hoe alomvattender het wordt.

 

 

Wat huid is
Peter du Gardijn
Verschenen bij: De Bezige Bij 2014
ISBN: 9789023487487
72 pagina's
Prijs: € 19,50

Meer van Menno Hartman:

22 april 2016

De macht om te binden of te ontbinden

Over 'District en Circle' van Seamus Heaney
14 maart 2016

Een dans van geïntensiveerde verveling

Over 'Club Brancuzzi' van Maarten Buser

Recent

20 januari 2017

Openhartig over lotsbestemming

Over 'Het visioen aan de binnenbaai' van Oek de Jong
19 januari 2017

Lawaaidichter en lawaaimakers

Over 'Radeloos en betoverd' van Pat Donnez
18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris
16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann

Verwant