12 oktober 2017

De rechter en zijn beul – Friedrich Dürrenmatt

Een antikrimi

Recensie door Daan Pieters

Wat een opluchting om eens een misdaadverhaal te mogen lezen zonder schreeuwerige cover of LITERAIRE THRILLER in koeien van letters op de kaft. En wat een heuglijk nieuws: le nouveau Dürrenmatt est arrivé, nadat eerder al De verdenking in het Nederlands verscheen. Als u deze Duitstalige Zwitserse auteur (1921-1990) nog niet kent, en u leest bijvoorbeeld wel eens graag een Maigret, dan kunnen we hem van harte aanbevelen.

De verwijzing naar Maigret is niet toevallig: Georges Simenon en Friedrich Dürrenmatt waren ongeveer in dezelfde periode actief, en ook al was de productie van de Zwitser veel bescheidener dan die van zijn Belgische vakgenoot, toch is het opvallend hoe beide heren graag misdaadverhalen schreven waarin de psychologische ontwikkeling van de personages centraal stond en het er nou niet echt toe doet wie de misdaad pleegde. Ze hanteerden daarvoor een afgemeten, uitgebeende stijl zonder overbodige franjes. De meeste van Dürrenmatts personages zijn zwijgzame mannen – het moet gezegd: vrouwen zijn, anders dan bij Simenon, grotendeels afwezig in dit boek. Ze worden getypeerd door hun handelingen en door kleine details; eigenlijk gunt de verteller de lezer maar zelden een blik in hun hersenpan. Typerend is een omschrijving als ‘een dik, pafferig, niet onmarkant maar enigszins simpel gezicht boven een elegante smoking.’

De rechter en zijn beul speelt zich kort na de Tweede Wereldoorlog af. In het Zwitserse dorp Twann wordt in een auto aan de kant van de weg het lijk aangetroffen van Ulrich Schmied, politie-inspecteur van de stad Bern. Het onderzoek naar de moord wordt gevoerd door commissaris Bärlach, Schmieds superieur, een ‘oude man’ die ernstig ziek is en behoorlijk cynisch en levensmoe overkomt. Hulp krijgt hij van Tschanz, een jonge ambitieuze collega (en dat was nog geen cliché toen Dürrenmatt dit boek schreef). Het spoor leidt al snel naar een mysterieuze rijke man die chique feestjes voor kunstenaars, industriële en notabelen uit het binnen- en buitenland organiseert, maar het onderzoek wordt op alle mogelijke manieren gedwarsboomd door machtige hoogwaardigheidsbekleders.

In tegenstelling tot wat u uit de voorgaande beschrijving zou kunnen opmaken, is De rechter en zijn beul geen lineair, conventioneel misdaadverhaal dat naar een logische ontknoping leidt. Al op bladzijde 12 zegt Bärlach zijn chef bijvoorbeeld in bedekte termen dat hij eigenlijk al weet wie de moord pleegde. Een whodunit is dit boek dus eigenlijk niet, veeleer een onderzoek naar de aard van het kwaad. De beklemmende film-noirsfeer van het boek, met veel regen en scènes in het donker, draagt daar zeker toe bij. Memorabel is vooral de magistrale scène van Schmieds begrafenis: ‘Maar toen de mensen om het graf van hun verbijstering waren bekomen en kwaad wilden worden om het incident, en toen de stadsmuzikanten, om de plechtigheid te redden, weer wanhopig begonnen te blazen, groeide de regen aan tot zo’n de taxussen geselende storm dat iedereen van het graf wegvluchtte; alleen de doodgravers bleven achter, zwarte vogelverschrikkers in het geloei van de wind, in het gekletter van de wolkbreuken, en ze deden hun best de kist eindelijk te laten zakken.’ Ook de krachtmeting van Bärlach en zijn aartsvijand, die niet met wapens, maar met verbaal vuurwerk wordt beslecht, zal de lezer zeker bijblijven (‘Slechts één gedachten had hem jarenlang beheerst: de man vernietigen die nu in deze kale, grijze ruimte aan zijn voeten lag, door het omlaagvallende gips als met lichte, spaarzame sneeuw bedekt’).

Volgens het nawoord van Gerhard P. Knapp worden de conventies van het misdaadgenre in dit boek bewust doorbroken omdat de auteur zijn afwijzing van de logische, lineaire opbouw van de politieroman (en dus waarschijnlijk bij uitbreiding van de werkelijkheid) wilde uiten: de literatuur moet de lezer dwingen tot confrontatie met een poly-interpretabele werkelijkheid. Vandaar wellicht het dubbele slot van het boek: na de eerste, vermeende ontknoping volgt de échte oplossing van het mysterie, als er tenminste al sprake kan zijn van een echte ‘oplossing’. In zekere zin hebben we hier dus te maken met een antiroman, of beter gezegd, een antikrimi. Kortom, De rechter en zijn beul is een aanrader, zelfs als u niet dol bent op het misdaadgenre, want dit boek overstijgt het genre ruimschoots.

De rechter en zijn beul
Friedrich Dürrenmatt
Vertaling door: Ria van Hengel
Nawoord door: Gerhard P. Knapp
Verschenen bij: Athenaeum
ISBN: 9789025306410
136 pagina's
Prijs: € 17,50

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Daan Pieters:

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
3 oktober 2017

‘De korst van het denken lospeuteren’

Over 'De peer en ander proza' van Konrad Bayer
25 september 2017

Een waardig gedragen ongeluk

Over 'Kolonel Chabert' van Honoré de Balzac

Recent

17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant

12 oktober 2017

Op zichzelf aangewezen

Over 'De Wand' van Friedrich Dürrenmatt