18 mei 2016

Dwarse rolstoel

Door Els van Swol

Al weken had ik naar dit concert uitgekeken. Naar de violiste, Viktoria Mullova die ik graag mag horen, en een symfonie van de door mij gewaardeerde componist Nielsen. Het orkest mag er ook zijn: het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Dmitri Slobodeniouk. ‘Mooi’, denk ik, als ik mijn plaats gevonden heb: twee stoelen vanaf het gangpad, net niet achter een pilaar.

Ik sla het programmablad van Het Zondagochtendconcert om en lees de biografietjes van soliste, dirigent en orkest. Als ik mijn blik weer opsla, kijk ik recht in het vriendelijke gezicht van een oudere dame in een rolstoel. We zeggen elkaar gedag. Een man, die haar zoon blijkt te zijn, sjort net zolang aan de stoel totdat deze voor de hoekplaats in mijn rij staat. ‘Kun je zo wel wat zien, achter die pilaar?’ vraagt hij aan zijn moeder. ‘Ja’, antwoordt ze, ‘ik zie alles.’ Maar nu blijkt dat de stoel precies voor zijn toegewezen plaats staat. Hij begint opnieuw aan de rolstoel te sjorren. Als deze uiteindelijk schuin in het gangpad staat en de ingang naar de rij voor me belemmert, zegt de zoon: ‘Ach, ik zit naast die mevrouw.’ Dan klimt hij via de rij achter me naar zijn plaats naast mij. Waarom zou je het je makkelijk maken als het moeilijk kan?

Inmiddels is het paar dat voor ons hoort te zitten gearriveerd: jonge mensen, voor de gelegenheid nonchalant-netjes gekleed. Ze kijken naar hun plaatsen, maar kunnen er niet bij, ‘tenzij’ zegt zij, ‘we eroverheen mogen klimmen.’ Ze bedoelt de rolstoel. Dat mag. Dan begint de zoon tegen ze: ‘In Rotterdam is het veel beter geregeld. Hier zijn maar een paar rolstoelplaatsen: bij deze pilaar en daar aan de andere kant.’ De vrouw voor ons zegt: ‘Wat seniel!’ Haar partner gaat er niet op in. ‘Houdt u niet van kritiek?’ vraagt de zoon. ‘Nee’, antwoordt hij, ‘ik kom hier om te genieten.’

‘Eén, twee, drie’, zegt de oude dame in de rolstoel en het concert begint. Nog één keer hoor ik haar tegen haar zoon fluisteren: ‘Mooi hè?’ Ze geniet zichtbaar. Ze kan alles zien en horen. Af en toe meen ik een soort gesnor op te vangen, als van een spinnende poes. Applaus – groot applaus na een indrukwekkende symfonie waarin inderdaad wel iets aparts te zien viel: namelijk een slagwerker die halverwege het werk de statige trap oploopt om zijn partij, blijkt, achter een deur te vervolgen.

Iedereen staat op en applaudisseert nogmaals langdurig. Als we weg willen naar de garderobe, maakt de zoon geen  aanstalten het pad vrij te maken. Amsterdam is blijkbaar toch zo gek nog niet. Dan maar rechtsom de rij uit als het linksom niet gaat. Tot de man voor me opeens ‘Aso!’, zegt. Luid en duidelijk. Het concert is ten einde.

 

Recent

21 juli 2017

Vast in het ijs

19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

17 juli 2017

Terug naar vroeger

10 juli 2017

Ongewone intensiteit

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 juli 2007

De twaalfjarige Alice Winston woont met haar ouders in een afgelegen huis in Desert Valley. Haar moeder is na de geboorte van Alice in bed gekorpen en komt er zelden meer uit. Haar vader probeert met veel pijn en moeite een paardenfokkerij draaiende te houden. Zus Nona, de lieveling van haar vader, is er een half jaar geleden vandoor gegaan met een rodeorijder.

Alice is een stil en teruggetrokken meisje, erg eenzaam ook, ze heeft geen vriendinnen. Ze mist haar zus verschrikkelijk.

"Ik wilde Valerie vertellen dat mijn zus ons niet belde, dat ze haast nooit schreef, dat ik me 's nachts in de stille donkere uren probeerde voor te stellen wat er in haar leven gebeurde, wat er zo opwindend en belangrijk was dat ze ons helemaal vergat en ons door het leven liet zwalken zonder haar."

Lees meer