Drieluik

Door Els van Swol

Op de tentoonstelling Ed van der Elsken – de verliefde camera in het Amsterdamse Stedelijk Museum – die nog tot 22 mei te zien is – hangen ze als een drieluik naast elkaar: foto’s van drummer Kenny Clarke tijdens een Jazz from Carnegie Hall-concert (1958). In het boek Jazz van J. Bernlef en Ed van der Elsken (1981) staan ze ónder elkaar afgebeeld. Naast elkaar valt de nadruk op het feit dat ze pal na elkaar zijn gemaakt: Clarke in extase, nog net in extase, met de ogen half open gericht op wat was en wat zo weer voorbij dreigt te zijn, en Clarke die nageniet van het moment. Als een horizontaal gebeuren in de tijd. Verticaal afgedrukt valt de aandacht op iets dat van buiten leek te komen en het de drummer overkwam. Het effect is er niet minder om, maar anders.

Het drieluik is uniek binnen het oeuvre van Van der Elsken: close ups van één  musicus, zonder mede-musici, zonder band,  zonder publiek. Het drumstel fel uitgelicht, de achtergrond donker. Dat was Van der Elsken óók, met oog voor wat de muzikant bewoog en een trefzekere vinger om dat heel kort na elkaar, en zonder flits (wat een technische beheersing in die tijd!) vast te leggen. Het zijn ook unieke foto’s omdat ze – in tegenstelling tot wat Bernlef als kenmerkend voor de meeste jazzfoto’s van Van der Elsken omschrijft – in werkelijkheid juist niet ‘een tikje aardser en grover maakte dan zij al was’. Door die serie van drie besefte ik óók opeens waarom Bernlef wél van de rationele cooljazz hield en niet van de emotionele bebop van Clarke die hieraan vooraf ging.

De foto’s vormden een sleutel die me binnen liet in de binnenkamer van jazzliefhebber Bernlef. Ik wist het ook eigenlijk wel, want schreef hij in zijn gedicht Conservatorium (Raster, 89/2000) niet: De ramen van het conservatorium staan wijd open / daarbinnen vergrijpt iemand zich aan eeuwenoude gevoelens / de vleugel jammert en klaagt Bebop was in zijn ogen niet alleen te emotioneel, maar ook onvolmaakt, met zijn breaks waarin opeens maten worden toegevoegd aan een standaard bluesschema. Want, zo dichtte hij niet zozeer verrast als eerder wat teleurgesteld (Het ontplofte gedicht, 1978): Sonny Rollins in Londen /
begon met een blues / die geen blues bleek te zijn

Muziek moest in de ogen van Bernlef even ‘cool’ en overdacht zijn als de opbouw van een gedicht. Niet emotioneel en extatisch. Dat maakte het drieluik van Ed van der Elsken in combinatie met de gedichten van Bernlef op één of andere manier nog eens haarscherp duidelijk.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 december 2007

Verhalenwedstrijd levert fraai uitgeven bundel op
Recensie door Karel Wasch

Uitgeverij De Vleermuis uit Roermond organiseert jaarlijks een tweetal wedstrijden (poëzie en verhalen). De wedstrijd voor verhalen leverde dit jaar het fraai uitgegeven boek Zenit op. Daarin 44 verhaaltjes (aantal woorden was beperkt) van uiteenlopende snit en kwaliteit. Aan de wedstrijd deden in totaal 187 mensen met een verhaalinzending mee.

Lees meer