17 maart 2016

Hier – Richard McGuire

Door de tijd reizen in een hoek van de kamer

Recensie door Teunis Bunt

In een beeldroman vertelt de auteur een verhaal, met behulp van tekst en afbeeldingen. De verhouding daartussen ligt niet vast. Er zijn schrijvers die veel tekst gebruiken. Dick Matena heeft zelfs romans van Elsschot, Wolkers, Reve en Thijssen verstript, waarbij hij de complete tekst overgenomen heeft. Het andere uiterste zijn beeldromans waarin nauwelijks of geen tekst voorkomt, zoals Het Tuitelcomplex van Wasco en Doolhof van Eeden van Roelof Wijtsma.
De meerwaarde van het genre komt het duidelijkst naar voren als de afbeeldingen meer zijn dan illustraties, als ze ook vertellen, informatie overdragen die we niet uit de tekst kunnen afleiden.

Tijd
In Hier laat Richard McGuire de afbeeldingen zo’n beetje al het werk doen. Op de eerste pagina’s komen we niet meer tekst tegen dan een jaartal: 2014, 1957, 1942, 2007. Op elke afbeelding (die steeds twee bladzijden beslaat) zien we dezelfde locatie: een hoek van een kamer, steeds in een ander jaar. Andere meubels, andere kleuren, maar onmiskenbaar dezelfde plek.
Dan krijgen we opnieuw 1957 en op deze afbeelding komt er voor het eerst een persoon voor: een vrouw die zich afvraagt: ‘Wat kwam ik hier ook alweer doen?’ Binnen de afbeelding is er een vierkant ‘uitgesneden’: een kat, met de datering 1999. Je zou ook kunnen zeggen dat er een plaatje van een kat op de afbeelding is geplakt.
Ineens gaan de tijden door elkaar lopen.

Dat doet McGuire het hele boek door: we zien dezelfde kat uit 1999, net als de mevrouw uit 1957, terug in 1623, in een boslandschap. Dezelfde plek blijkbaar, maar in een tijd dat het huis nog niet gebouwd was.
Zo flitsen we door de tijd heen: van miljoenen jaren voor de gebruikelijke jaartelling tot ver in de toekomst. We zien hoe een overstroming in de toekomst (de tweeëntwintigste eeuw) het huis zal bedelven en hoe in de drieëntwintigste eeuw mensen door een gids door het gebied geleid worden.
Soms kan de lezer een tijdje een verhaal binnen het verhaal volgen. Enkele bladzijden na elkaar zien we (ook weer ingeplakt in andere tijden) een scène waarin vier mensen bij elkaar zitten. Een van hen vertelt een mop.

Plaats
De titel geeft duidelijk de plaats aan: hier, in deze hoek van de kamer. Dat is het constante in het boek en dat houdt het verhaal dus bij elkaar. Hier is bijzonder strak in het hanteren van het principe eenheid van plaats.
Een enkele keer wijkt McGuire lichtjes af: dan zoomt hij uit tot buiten het gebouw. Daardoor wordt duidelijk hoe het huis eruitziet en in welke omgeving het staat. Soms zien we een ingeplakte scène die zich buiten op het grasveld afspeelt, maar het overgrote deel van het boek wordt de camera niet verplaatst.

Het lezen van Hier heeft een wonderlijke uitwerking: de lezer wordt zich bewust van de geschiedenis die zich vastgezet heeft in een bepaalde plek. En ook dat die geschiedenis geen lijn is, maar een opeenstapeling van momenten, die door elkaar geschud kunnen worden en in een willekeurige volgorde op kunnen duiken.

Aan het eind van het boek zien we weer de vrouw uit 1957, die zich afvroeg wat ze hier ook alweer kwam doen. Ze ziet een boek en pakt het op. ‘Nu weet ik het weer’, zegt ze. Het effect is dat je je voor kunt stellen dat het hele boek in haar hoofd zit, dat alle scènes door haar heen geflitst zijn: als personage (maar ook als persoon) maak je deel uit van de geschiedenis. Je bent op deze plaats en dus ben je een zandkorreltje in die berg van momenten.
Misschien ook pakt de vrouw het boek op dat de lezer in handen heeft. Dan hebben we te maken met het Droste-effect: een vrouw pakt een boek op waarin een vrouw voorkomt die een boek oppakt, waarin…

Kruimel
Hier
wijst ons op de onbeduidendheid van de mens. Weliswaar gaat een groot deel van het boek over de periode dat het huis bewoond was, maar dat is een uitvergroting van een minieme tijdsspanne, zeker als je rekent in miljarden jaren.
De lezer wordt klein bij het doorkijken van Hier. Een broodkruimel op de rok van het universum, schreef Lucebert al. Alle tijd valt weg, er is alleen nog plaats: de grond waarop je je bevindt en die er nog zal zijn als jij en je hele soort verdwenen zullen zijn.

Hier kent nauwelijks tekst: het verhaal wordt voornamelijk verteld door de afbeeldingen. Of misschien is juist de gedachte achter de structuur van het boek datgene wat ons het verhaal vertelt. Zoals plaats triomfeert over tijd, is het beeld het woord de baas. Hier had een geschiedenisboek kunnen zijn, met enkele honderden bladzijden tekst. Het is een beeldroman geworden die voornamelijk uit afbeeldingen zonder tekst bestaat. De vertelling is er alleen maar indringender op geworden.

 

Hier
Richard McGuire
Vertaling door: Toon Dohmen
Verschenen bij: Oog&Blik, De Bezige Bij
ISBN: 9789054924500
304 pagina's
Prijs: € 24,99

Meer van Teunis Bunt:

16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann
22 september 2016

Hoe lang kun je demonen bedwingen?

Over 'Jheronimus Bosch' van Griffo
30 augustus 2016

Een vliegtuigspotter wordt vader

Over 'Graphic novel: Spotters' van Michiel van de Pol

Recent

23 oktober 2017

Zingende gedichten onovertroffen in hun beeldspraak

Over 'Nacht & navel' van Yannick Dangre
20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Verwant

17 maart 2016

Oogst week 18

17 maart 2016

Getekend leven

Over 'De Arabier van de toekomst' van Richard McGuire