17 september 2015

Dood werk – Maarten van der Graaff

Tussen engagement en lamlendigheid

Poëzierecensie door Maarten Buser

Maarten van der Graaff debuteerde in 2013 met de bundel Vluchtautogedichten, waarvoor hij in 2014 de C. Buddingh’-prijs voor beste poëziedebuut kreeg. Die prijs verdiende hij, hoe wisselvallig de bundel soms ook overkwam. Op de beste momenten liet Van der Graaff  zien dat wilde uitspattingen te combineren zijn met een grote taalbeheersing; op de mindere momenten kwam hij nogal moedwillig fragmentarisch, ontoegankelijk en excentriek over. Dat debuut maakte bovendien erg nieuwsgierig naar hoe Van der Graaff zich verder zou ontwikkelen. Toen Dood werk aangekondigd werd, gebeurde dat echter met een weinig enthousiasmerend citaat:

Nederland, ik schrijf dit niet zomaar,
ik zoek naar je dood en gemeenschap.
Ik zoek naar je waarheid en haat.
Ik schrijf gedichten, ik ben in de war.
Ik zoek naar je lichaam,
ik ben oppervlakkig.

Een passage die gespeend is van elke vorm van esthetische fraaiheid. Het is een warrig stukje waarin een aantal dito gedachten naast elkaar staan; het roept meer vragen op dan dat echt iets te zeggen. Ook bij aandachtige lezing blijft onduidelijk wat Van der Graaff hier precies wil zeggen. Maar vergeleken met dat fragment valt Dood werk uiteindelijk hard mee, en is bij vlagen vrij sterk. Voor ‘mooie’, beeldrijke poëzie hoef je de bundel niet te lezen, maar de gedichten blijken heel andere kwaliteiten te hebben.

De ‘ik’ in Dood werk lijkt  erg op Van der Graaff zelf: opgegroeid op het eiland Goeree-Overflakkee, binnen een christelijk milieu, nu ongelovig en woonachtig in Utrecht, geëngageerd, dezelfde vrienden (o.a. Frank Keizer en Hannah van Binsbergen), en zo te zien ook dezelfde boekenkast: onder meer Jack Spicer, Chris Kraus en Kirill Medvedev. Wie Van der Graaff op facebook heeft, zal de auteurs herkennen uit berichtwisselingen tussen zijn vrienden en hem. De bundel is in twee delen opgedeeld: lijstgedichten en geklokte gedichten. Wat opvalt is dat Van der Graaff minder wild is geworden, en er  een wat prozaïschere stijl op nahoudt die anekdotische elementen vertoont. De gedichten hebben vaak iets weg van de praterige ‘“I do this, I do that” poems’ van Frank O’Hara. Maar vooral de lijstgedichten doen aan Kirill Medvedev denken (de Russische dichter die vorig jaar nog een grote sensatie was in de scene rond Van der Graaff en Frank Keizer). Ook Van der Graaff zoekt het nu in vaak langgerekte lijsten van observaties, ideeën, geregeld (een deel van) een anekdote tussendoor. Er lijkt geen hiërarchie of samenhang te zijn.

Na die eerste helft met lijstgedichten volgt de reeks ‘Geklokte gedichten’, die qua opzet en indeling aan de tweede helft van Vluchtautogedichten doet denken, de reeks ‘Vrije encylopedie’. Beide reeksen laten zich lezen als één lang gedicht en zijn ook duidelijk opgezet als een geheel. De gedichten volgen elkaar direct op en beginnen niet op een nieuwe pagina. De geklokte gedichten verschillen vaak niet zo van de lijstgedichten, op de tijdsaanduidingen na. Van der Graaff beschrijft zelf het procedé in een van de gedichten:

Hoe maak je een geklokt gedicht? / Kijk op de klok. Noteer de tijd. // Schrijf een gedicht. / Wanneer je stopt met schrijven en even zit te lummelen / moet je daarna, wanneer je verdergaat, de tijd noteren.

Daarna volgen verdere stappen om zo’n geklokt gedicht te schrijven en de opmerking: ‘Nu ben je een dichter. Creatief en ondernemend.’ Het slot van deze instructie doet denken aan Tristan Tzara’s beroemde ‘Hoe maak je een Dada-gedicht?’, dat eindigt met het sarcastische ‘En u zult zien, u bent een ongelooflijk origineel schrijver met feeling, hoewel miskend door het volk’ (vertaling door Sjoerd Kuyper en Peter Nijmeier). Die spot zit er ook bij Van der Graaff in, die poëzie schrijven tot een aan te leren trucje herleidt.

Maar zo gemakkelijk ligt het uiteraard niet: Van der Graaff is een serieus dichter. Tegelijkertijd geeft hij ook toe dat hij helemaal niet zo’n verheven figuur is. De grootste charme van Dood werk schuilt mijns inziens in de kloof tussen zeer geëngageerd willen zijn en dat vervolgens niet zijn. Tussen interesses als de Hoge Cultuurvorm Poëzie en ‘[i]n wasbakken plassen.’ De verteller komt geregeld nogal lamlendig over, klaagt dat hij te veel drinkt, zich niet om zijn lichaam bekommert en al moe is als hij net wakker is geworden. Er is vast een lezing mogelijk waarin die persoonlijke problemen symptomen zijn van wat er mis is de samenleving, maar het engagement is  minder interessant dan de discrepantie tussen engagement en lamlendigheid.

Dat engagement blijft toch wat flets, omdat er nergens echt stellingen worden ingenomen. De gedichten zijn daar te gefragmenteerd voor; het zijn gedachtenflarden, geen afgeronde standpunten en roepen vaker vragen op dan ze antwoord geven. Dat zal enerzijds niet ieders smaak zijn, maar je zou die opzet als een uitdaging kunnen zien. Het prima Dood werk zal daarom voor uiteenlopende meningen, lezingen en beoordelingen zorgen, maar laten we wel zijn, dat is spannender dan een bundel waar iedereen het over eens is.


Dood werk
Maarten van der Graaff
64 blz.
Prijs: € 19,99
Uitgever, Atlas Contact

Zie ook:
Maarten van der Graaff – Vluchtautogedichten
Kirill Medvedev – Alles is slecht

Dood werk
Maarten van der Graaff
ISBN: 9789025445782

Meer van Maarten Buser:

27 augustus 2017

Het echte vuur van deze bundel zit in het ongemak

Over 'Vonkt' van Marije Langelaar
30 juni 2017

Een magere oogst van vier decennia poëzie

Over 'Zingend naar huis' van R.A. Basart
20 april 2017

Een bundel die afstand schept

Over 'Oden voor komende nacht' van Jacques Hamelink

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

17 september 2015

Les Murray en kaddisj zeggen.

Over 'Liter nr 77 - maart 2015' van Maarten van der Graaff
17 september 2015

Een koor van ikken

Over 'Niemand had er enig idee van wat er aan de hand was' van Maarten van der Graaff