10 september 2014

VW – Nikolaj Gogol

Krimchampagne voor de ziel

Recensie door Joost van der Vleuten

Dode Zielen is een Russische roman van de Oekraïner Nicolai Gogol (1809 – 1852). Hij stelde zich een onmogelijke opgave: Rusland bezielen met nieuw elan, een nieuwe moraal en nieuwe idealen, en het bevrijden van de epidemische verfransing die Napoleon had ontketend. Hij vertilde zich aan die ambitie, maar schreef wél een meesterwerk.

Dode zielen is in feite onvoltooid. Het eerste deel verscheen in 1842 en speelt zich af in Tsaristisch Rusland. Wie een verfijnde grootsteedse elite verwacht, puissant rijke landeigenaren, glamoureuze bals en banketten, jachtpartijen en veldslagen, besprenkeld met verrukkelijke melancholie en diepe gevoelens, die komt bedrogen uit. Daarvoor kun je terecht bij Dostojewski, Tsjechov of Toergenjev. Gogol beschrijft met Mozarteske virtuositeit en trefzekerheid een land dat aan zijn eigen lamlendigheid ten onder gaat. Een lappendeken van landgoederen zo groot als een provincie, bewoond door hordes lijfeigenen die dom worden gehouden, uitgebuit en verhandeld. Iedere zandweg onbegaanbaar, iedere akker verwaarloosd. Geen dak of het lekt, geen ruit of hij is gebarsten of vervangen door vodden. Gogols Rusland is een land zonder visie en leiderschap, een land ook van loze pretenties en hypocrisie. Dode zielen is zeer genietbaar ondanks dat alles. Ruim 400 bladzijden glanzend en tintelend proza, doorschoten met verrassende beelden die soms een eigen leven gaan leiden: . Met dank aan Aai Prins die een pracht van een vertaling leverde.

Coulissen en wandelgangen
Door de onttakelde Russische wereld trekt ‘de held’ van het verhaal; de ontspoorde ambtenaar Pavel Tsjitsjikov. Hij bezoekt het ene landgoed na het andere om de eigenaren te verlossen van hun ‘dode zielen’: overleden lijfeigenen waarover  nog steeds belasting is verschuldigd, omdat hun registratie maar eens in de drie jaar wordt bijgewerkt. Als hij een paar duizend van die zielen met bijbehorende koopakten heeft vergaard wil Tsjitsjikov er een fictief landgoed mee bevolken waar hij een forse hypotheek op kan afsluiten. Briljante oplichterij, maar zeker zo interessant is zijn moeizame tocht langs allerlei landgoederen met hun eigenaren en de bizarre besprekingen die hij met hen voert voordat ze afstand doen van hun dode zielen. Ook fascinerend zijn de belevenissen en verwikkelingen die Tsjitsjikov doormaakt in het ‘gouvernementstadje NN’ waar hij met zijn bedienden een kamer in een herberg betrekt. Door zijn wereldwijsheid en sociale vaardigheden raakt het halve stadje idolaat van hem (mannen zowel als vrouwen) en zien in hem een belangrijk man die grootste daden verricht. Tsjitsjikov laat zich dat graag aanleunen, en beweegt zich van banket naar bal, wat Gogol alle ruimte biedt om de verfranste mode en pronkzucht op de hak te nemen, alsmede het geritsel en gemanipuleer in de coulissen en wandelgangen.

Loutering en hellevaart
Gogol had grootse plannen met zijn held Tsjitsjikov. Deel 1, dat nu leest als een schelmenroman waar de schurk wegkomt maar geen triomfen viert, had de hellevaart van de held moeten zijn. In deel 2 van Dode zielen zou hij tot inkeer komen en een morele loutering doormaken en in deel 3 zou hij zich  – wedergeboren – tot een rolmodel voor Rusland ontwikkelen. Zover kwam het niet. Gogol bleef deel 2 herschrijven omdat hij er ontevreden mee was, en werd uiteindelijk gek. In een godsdienstwaanzinnige poging alle verdorvenheid uit te drijven hongerde hij zichzelf dood, een handje geholpen door incompetente artsen met wisselbaden en bloedzuigers. Wat blijft is een puntgaaf deel 1 en een fragmentarisch deel 2 zonder einde. Gogol schrijft nog steeds briljante zinnen, maar slaat af en toe danig aan het moraliseren. Rusland moest zichzelf hervinden, afscheid nemen van vreemde invloeden en goedkoop materialisme, en zich richten op het vervolmaken van wat authentiek Russisch is. Niks verstedelijking en industrialisatie: het landgoed is de maat der dingen, bewerkt door gedisciplineerde lijfeigenen, beheerd door een weldenkende en hardwerkende landheer, gesteund door een pronte prachtvrouw die niet meewaait met alle Franse modes. Gogol kreeg het niet voor elkaar, hoewel hij personages introduceert die wel degelijk de fris gewassen weldenkendheid en goedheid van ziel hebben om van hun landgoed een modelboerderij te maken, als blauwdruk voor heel de Russische samenleving.

Vreemde intrige
Naarmate in Dode zielen het idealisme toeneemt, vermindert de spankracht van de verhaallijnen. Het realisme van deel 1 is veel rijker van dynamiek dan het gebiedermeier in deel 2. Zelfs als de schrijver alleen maar kijkt gebeurt er al van alles: ‘In het winkeltje op de hoek, of beter gezegd in het raam er van, was een honingdrankverkoper gevestigd met een roodkoperen samowar en een gezicht dat even rood zag als zijn samowar, zodat je uit de verte zou kunnen denken dat er in het raam twee samowars stonden, ware het niet dat een ervan een pikzwarte baard had.’ Hier en daar wordt ook de schrijfarbeid, het boek en de lezer tot onderwerp gemaakt. Na de beschrijving van een zijlijn van een zijlijn – een ruzie tussen Tsjitsjikov en een collega over ‘een vrouwtje’, waarbij een derde er met de buit vandoor ging: ‘Hoe het werkelijk in elkaar stak – geen flauw idee; laat de lezer die daar aardigheid in heeft het verhaal liever zelf afmaken.’ En nadat Tsjitsjikov iemand zijn snode plannen met de dode zielen heeft verteld: ‘En zo had zich in het hoofd van onze held deze vreemde intrige gevormd waarvan ik niet weet of de lezers hem er dankbaar voor zullen zijn, en wat de dankbaarheid van de auteur aangaat – die valt moeilijk in woorden uit te drukken. Want hoe je het ook bekijkt, als Tsjitsjikov niet op dit idee was gekomen, dan had dit poëem nooit het licht gezien.’ Een poëticale ring van Möbius….  Overigens: ‘Een poëem’ en niet ‘een roman’ is de ondertitel van deze onmiskenbare roman….

Zelfbedrog en hypocrisie
Een traktatie apart zijn de dialogen. Zelden werd het luie geleuter en richtingloze geredeneer van onze medemens genadelozer weergegeven dan in Dode zielen. Dat begint al als Tsjitsikov op bladzijde 1 een stadje binnenrijdt. Twee ´Russische boerenkerels’ staan langs de kant: ‘”Moet je dat wiel daar ’s zien”, zei de een tegen de ander, “Wat denk je, als dat wiel bijgeval naar Moskou moet, zou-ie dat dan halen, of niet?” “Jawel”, antwoordde de ander. “Maar Kazan haalt-ie toch zeker niet, hè?” “Kazan niet”, antwoordde de ander. Daarmee was het gesprek ten einde.’ De overtreffende trap van deze verrukkelijke onzin is de ontmoeting van Tsjitijikov met zijn oude kennis Nozdrjov. Die heeft 3 dagen feest gevierd op de jaarmarkt en bij het kaartspelen al zijn bezit verloren. Hij hangt onnavolgbare redeneringen op over hoe hij alles terug zou kunnen winnen ‘en nog wel twintigduizend roebel meer’, als hij maar 20 roebel zou hebben. Als zijn metgezel hem er op wijst dat hij daarvoor al 50 roebel had gekregen en die ook had verspeeld, volgt een onnavolgbare argumentatie: ‘”Dat had ook niet gehoeven, heus waar, dat had niet gehoeven! Als ik niet zelf een stommiteit begaan had, echt, dan had dat niet gehoeven. Als ik na het doubleren op die vervloekte zeven niet verhoogd had, had ik de bank kunnen laten springen.” “Maar je hebt hem niet laten springen,” zei de blonde. “Nee, omdat ik niet op tijd verhoogde. Dacht jij soms dat die majoor van jou zo goed speelde?” “Goed of niet, hij heeft wel van je gewonnen.” “Stelt nogal wat voor!” zei Nozdrjov. “Ik win zo van ‘m. Nee, laat-ie maar eens proberen te verdubbelen, dat wil ik dan weleens zien, dan wil ik wel eens zien wat voor speler hij is!”‘ Enzovoorts. Alsof Gijp, Derksen en Kraaij junior aan tafel zitten. Zo davert het boek voort: een pandemonium van zelfbedrog en hypocrisie, bevolkt door kletsmajoors, feestneuzen en brokkenpiloten.

Achter de zedenkomedie van Dode zielen schuilt het drama van Gogol. Het informatieve nawoord van Aai Prins en de brieven van Gogol over Dode zielen (ook opgenomen in de uitgave) maken duidelijk dat hij een verscheurde ziel was: een romanticus. Hij wilde een ideaalbeeld ontwerpen van ´de mens´ naar Russische snit. Maar als hij zijn ogen de kost en zijn pen de vrijheid gaf, tekende hij menselijk gescharrel in een slordige wereld. Zo trefzeker dat het nu nog herkenbaar is: in negentiende eeuwse vermomming komt half bekend Nederland voorbij. De mens in zijn onontkoombare feilbaarheid, Gogol was geniaal in het stellen van de diagnose, maar kon er niet mee leven. Evenzogoed: wát een boek!

 

VW
Nikolaj Gogol
Vertaling door: Aai Prins
Nawoord door: Aai Prins
verzamelde werken 2
Verschenen bij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V.
ISBN: 9789028240537
467 pagina's
Prijs: € 39,00

Meer van Joost van der Vleuten:

1 september 2016

Herinneringen gedrenkt in vergaan geluk

Over 'Parijs is een feest' van Ernest Hemingway
7 juli 2016

Rennen voor je bestaan

Over 'Zonder land' van Lawrence Hill
27 mei 2016

Onder vuur genomen door zijn eigen mensen

Over 'Het laatste vaarwel' van Robert Haasnoot

Recent

23 oktober 2017

Zingende gedichten onovertroffen in hun beeldspraak

Over 'Nacht & navel' van Yannick Dangre
20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken

Verwant

10 september 2014

Wat is er te verliezen?

Over 'De duimsprong' van Nikolaj Gogol
10 september 2014

De ongebundelde stukken bevatten veel leuks, aardigs en wetenswaardigs

Over 'Verzameld Werk 4: Uren met Henk Broekhuis; Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes; Art.1973-1980)' van Nikolaj Gogol