7 april 2015

Dit kan niet waar zijn – Joris Luyendijk

Kuifje bij de Bankiers

Recensie door Adri Altink

Ongeveer halverwege Dit kan niet waar zijn haalt Joris Luyendijk Greg Smith aan, die in 2012 in The New York Times een artikel schreef onder de titel Why I left Goldman Sachs (later in boekvorm uitgediept). Smith kon niet meer tegen de cultuur bij de bank: ‘Jaren geleden hadden we Griekenland geadviseerd hoe het land met derivaten de eigen schuldenlast kon verbergen. Nu waren de rapen gaar en adviseerden we hedgefunds hoe ze munt konden slaan uit de chaos in Griekenland. Aan de andere kant van de Chinese Muur probeerden intussen onze zakenbankiers contracten binnen te halen bij Europese overheden om hun te adviseren hoe de rotzooi kon worden opgeruimd.’

Ter voorkoming van een misverstand: de Chinese Muur uit het citaat staat niet in Azië, maar in de bank zelf. Hij moet voorkomen dat koersgevoelige informatie van de ene afdeling van de bank doorlekt naar een andere afdeling binnen diezelfde bank. Met als gevolg dat bijvoorbeeld een afdeling die overnames van bedrijven regelt informatie achterhoudt voor de afdeling die juist klanten probeert over te halen om aandelen voor zo’n bedrijf te kopen.

Is die Chinese Muur op zichzelf al een verontrustend gegeven, de verbazing van Luyendijk geldt vooral de verveelde reacties uit de financiële wereld op het boek van Smith. Wat de bank deed was toch legaal? En dat illustreert weer een ander verontrustend punt uit Luyendijks boek: de banken vragen zich niet af of hun gedrag immoreel is; ze bewaken slechts het amorele gedrag ervan. ‘Goed’ en ‘kwaad’ worden buiten de discussie gehouden; dat soort discussie moet vermeden worden. Er wordt niet gekeken of een plan moreel deugt, maar of het ‘reputatieschade’ meebrengt. In extremis leidt dat er toe dat belastingontduiking mag, als je maar binnen de marges van de wet blijft. Om de morele vraag te ontlopen noem je het ‘belastingoptimalisatie’.

Wie moet hierbij niet denken aan de discussie van de afgelopen weken over de salarisverhogingen van een ton in de top van ABN/AMRO? Politici en burgers repten van onethisch gedrag, maar topman Zalm presenteerde de beloning als ‘inleveren’: de bank bleef binnen de wettelijke marges en had zelfs nog hogere beloningen mogen toekennen (zelfs toen de verhoging werd teruggedraaid, werd daaraan opnieuw toegevoegd dat er eigenlijk wel recht op bestond; alsof het goodwill was, maar geen moreel punt).

Joris Luyendijk stortte zich in 2011 in de Londense bankwereld – noemt hij zich. Hij wist weinig van financiën, maar dat stelde hem juist in de gelegenheid beginnersvragen te stellen die gewone burgers ook hebben. Hij beschreef zijn ervaringen op een internetblog van The Guardian (en in Nederland in columns in NRC Handelsblad). Nu is er zijn boek met de balans van zijn onderzoek.

Luyendijk beschrijft de financiële wereld van binnen uit als antropoloog en journalist op zoek naar omgangsvormen, cultuur en denkwereld van medewerkers van hoog tot laag in de sector. Zijn werkgebied is de City, het financiële hart van Londen. Hij heeft het daar niet gemakkelijk, want aanvankelijk krijgt hij niemand te spreken. Als dat uiteindelijk wel lukt en zijn eerste blogs verschijnen komen er reacties los die tot nieuwe gesprekken (uiteindelijk 200 in zo’n twee jaar) leiden.

Al snel brengen die hem op een essentieel punt. In het bankwezen blijken de meesten de crash van 2008 niet te hebben zien aankomen. Dat zou je een gerust gevoel kunnen bezorgen omdat het dus geen complot of samenzwering was. En die geruststelling stralen de banken uit: het was een fout, maar die is bezworen, dus alles is weer in orde: het is weer business as usual. Maar voor Luyendijk is juist dat gegeven dat niemand het zag aankomen het angstwekkende. Met andere woorden: kent de financiële wereld de risico’s van haar eigen gedrag wel? Weten ze wel waar business as usual toe kan leiden?

Een eerste verdienste van het boek is dat de auteur duidelijk maakt dat we geneigd zijn ‘de banken’ de schuld van veel problemen te geven, maar dat de organisatie van de financiële wereld veel ingewikkelder is. Naast banken spelen ook verzekeraars en vermogensbeheerders een grote rol. En binnen de bankenwereld maakt het een groot verschil of je het over consumentenbanken hebt of over zakenbanken (Luyendijk beweegt zich vooral in de laatste).

Planet Finance, zoals hij de financiële wereld noemt, is dus niet één pot nat; zelfs de banken zijn dat niet. Een bank is geen samenhangende organisatie, ontdekt Luyendijk, maar een verzameling individuen in machtsposities, die ze gedecideerd afschermen. Er worden hoge beloningen betaald, maar daar staat tegenover dat er geen ontslagbescherming geldt. Bij een hoog inkomen hoort een hoge levensstandaard met dure huizen in de Londense City en duur particulier onderwijs voor je kinderen. Loop dan maar eens het risico van ontslag op staande voet, omdat je je targets niet haalt.  Je hoort ook niet veel kritiek over je wijze van leven want je sociale omgeving vernauwt zich door de stress en prestatiedrang steeds meer tot een wereld van louter collega’s.

Het stimuleert om financiële producten te bedenken die op korte termijn hoge winsten opleveren; of die producten risicovol zijn moet de klant zelf maar beoordelen (opvallend genoeg komt het woord zorgplicht in het hele boek niet voor). Maar het houdt de interne controleurs er ook vanaf om zwakke punten in de producten te signaleren. Kritiek op een risicovol product dat een hoog rendement voor de bank heeft kan tot onmiddellijk ontslag leiden.

Daar komt bij dat sommige producten en diensten van de bank zo complex zijn dat zelfs binnen de bank niemand ze nog snapt. Dat leidt tot misverstanden, misrekeningen en de mogelijkheid van misbruik. Als Luyendijk iets duidelijk maakt, is het dat de problemen zoals in 2008 niet moedwillig werden veroorzaakt, maar juist – overdreven gezegd –  door gebrek aan inzicht. Het grote risico zit daarom niet in de mensen, maar in het systeem dat de financiële wereld overeind houdt.

‘De sector is immuun voor ontmaskering’, concludeert de auteur. Als het misgaat worden maatregelen genomen om de gaten te dichten en de banken worden gered door de belastingbetaler omdat we ons met zijn allen niet kunnen veroorloven dat grote banken omvallen. Ze zijn ‘too big to fail’, want dan dondert alles in elkaar. Daarna gaat de sector op de oude voet door.

Maar met al die ingrepen blijft het systeem overeind. Een systeem met teveel belangenconflicten en perverse prikkels. Alles woekert gewoon door: banken blijven net zo lang fuseren tot ze te groot worden om nog failliet te kunnen laten gaan; zakenbanken gaan naar de beurs waardoor de winst belangrijker wordt dan de betrouwbaarheid van zijn producten voor de klant; opnieuw worden hypercomplexe producten gecreëerd die zelfs niemand binnen de bank nog kan volgen; maar ook: nog steeds wordt geaccepteerd dat kredietbeoordelaars worden betaald door de banken waarvan ze de producten moeten beoordelen en dat accountantskantoren mogen bijklussen als consultant voor dezelfde bank waarvan ze de boekhouding moeten controleren.

Het is een gigantisch probleem om dat stelsel te veranderen. Dat vereist internationale politieke samenwerking. Een bescheiden journalist kan alleen maar laten zien hoe gevaarlijk de sector is geworden. Daarin is Luyendijk met lof geslaagd. ‘Het kan zo weer gebeuren.’

 

Dit kan niet waar zijn

Auteur: Joris Luyendijk
Verschenen bij uitgeverij: Atlas Contact (2015)
Aantal pagina’s: 208
Prijs: € 19,99

Dit kan niet waar zijn
Joris Luyendijk
ISBN: 9789045034041

Meer van Adri Altink:

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
4 mei 2017

Roman over de oude en nieuwe elite

Over 'Geloof mij steeds' van René Huigen
13 maart 2017

Iedere keer weer een beginner

Over 'Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen' van Jacques Klöters

Recent

24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy
17 mei 2017

Geloven in ongebakken lucht

Over 'Dans! Denk!' van Désanne van Brederode

Verwant

7 april 2015

Oogst week 39

7 april 2015

Legpuzzel van een vervalsingscarrière

Over 'De Condottiere ' van Joris Luyendijk
7 april 2015

Wel een naam, geen karakter

Over 'Het talent van Gil de Andrade' van Joris Luyendijk