30 november 2016

Dirkje Kuik

Door Stefan Ruiters

Een paar jaar geleden kocht ik een prachtig etsje van Dirkje (voorheen William D.) Kuik (1929-2008), voorstellende, naar ik meen, een stadsgezicht van Venetië.  Maar helemaal zeker weten doe ik niet, want het rechthoekige grafiekwerkje bevindt zich ergens in een lade, maar welke lade? Wel deed het werk me denken aan de etsen van de 18de-eeuwse Italiaanse kunstenaar Giovanni Battista Piranesi, bekend van zijn etsen van Rome en de ondergrondse gewelven. Ook het papier waarop de ets is gedrukt had al een verkleuring en wat roestplekjes waardoor beeld en papier elkaar versterken. Ik herinner me een gondel met mensen erin en eromheen de majestueus hoog oprijzende barokke gebouwen langs het water.

Al jaren wist ik dat hij, die een zij werd in 1979, naast beeldend kunstenaar, ook schreef. Telkens als haar bundels – door De Arbeiderspers uitgegeven – door mijn handen gingen, dacht ik: ‘Ja, jou moet ik eens een keer gaan lezen.’ Tot gisteren kwam het er niet van. Maar na twintig jaar is het er toch van gekomen. Ik las in, hoe toevallig zeg, de verhalenbundel Piranesi en zijn dochter (1994) het verhaal van een Utrechts meisje dat heel graag tekent en al varend over de Kromme Rijn tekeningen en schetsen maakt en droomt over een toekomst waarin ze zich tekenares weet. In het tweede deel van het verhaal is de ik-figuur oud en een bekende kunstenares en dan kijkt ze via een ontmoeting en een gesprek met een curieuze man terug op een specifieke, wonderlijke gebeurtenis in haar jeugd. Net als op de ets heeft een boot en het water in dit verhaal van Kuik een centrale rol. Ik moest even wennen aan Kuiks wat naïeve schrijfstijl, maar dat werkt juist voor de inleving in het meisje voor de lezer zeer goed. Waarom dit verhaal zo in me kroop komt, denk ik, door het verlangen iets te zijn en te worden wat je nog niet bent of misschien wel nooit gaat zijn. Maar toch. De jeugdige dromen die je mogelijk later gaat leven, is even zo prachtig verwoord in, ik schreef het al eens, in Vestdijks Anton Wachter-romans.

Snel maar eens zoeken naar dat etsje van Dirkje Kuik. En maar weer eens een volgend verhaal van haar lezen. Op www.dirkjekuik.com kun je zien wat voor kunst ze maakte en mogelijk is er ook nog wat te koop.

 

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer