18 september 2017

Ovale dakraam – Pierre Reverdy

Dichter van de werkelijkheid

Recensie door Hettie Marzak

Voor wie de Franse taal niet machtig is, zal de dichter Pierre Reverdy (1889-1960) misschien een onbekende zijn: tot nu toe was alleen de vertaling van Rein Bloem uit 1995 van de bundel De leien van het dak en een aantal van zijn prozagedichten verkrijgbaar in het Nederlands. Met deze vertaling van Jan H. Mysjkin van La lucarne ovale uit 1916 komt het vroege werk van Reverdy onder handbereik in deze tweetalige uitgave. De tekst ervan is gezet in het font Questa, waarbij de lettercombinaties st en sp door een boogje met elkaar verbonden zijn. Dat zou er niet toe moeten doen, maar de vorm leidt af van de inhoud en dat werkt storend bij het lezen van deze mooi verzorgde bundel.

Reverdy werd geboren in Narbonne als zoon van een wijnboer. Het was de bedoeling dat hij in zijn vaders voetsporen zou treden, maar toen er in 1907 zo veel wijn geproduceerd werd dat de prijzen kelderden en boze boeren de wijn op straat lieten lopen, ging de zaak failliet en Reverdy kreeg de kans om naar Parijs te trekken. In Montmartre woonde hij vlak bij de kunstenaarsbuurt Bateau Lavoir (de Wasboot) waar hij schilders leerde kennen als Picasso, Matisse en Modigliani, maar ook Coco Chanel, met wie hij gedurende vijf jaar een moeizame relatie onderhield. Hun vriendschap hield echter meer dan veertig jaar stand.

Het kubisme en later het surrealisme en dadaïsme uit de beeldende kunst hadden een grote invloed op hem, evenals de kennismaking met schrijvers als Apollinaire, Breton en Tristan Tzara. Zijn korte en fragmentarische gedichten werden gewaardeerd als het literaire equivalent van de schilderijen en beeldhouwwerken van de kubisten. Evenals zij hanteerde hij materiaal uit de dagelijkse werkelijkheid om de wereld visueel opnieuw te ordenen.
Zijn gedichten gaan dan ook schijnbaar over eenvoudige dingen: de woorden die het meeste in zijn gedichten voorkomen zijn onder meer: tafel, raam, straat, wind, zon. Door deze te groeperen op zijn eigen manier wilde hij “de sublieme eenvoud van de echte realiteit” vinden:

‘Wanneer de lamp nog niet is ge-
doofd, wanneer het vuur begint af
te nemen en de zon gaat schuilen,
zijn er toch nog mensen op straat
die voorbijgaan.’

De eerlijke werkelijkheid wilde hij ook oproepen met de emoties die hij in zijn gedichten verwerkte.
Door middel van experimenteel rijm en ritme roept hij een spanning op die de doodgewone dingen in een ander daglicht stelt. Hij brengt losse beelden samen die op het eerste gezicht helemaal niet lijken samen te kunnen gaan. Daardoor krijgen zijn gedichten iets spookachtigs, ‘unheimisch’ en bevreemdends. Schots en scheef dient de werkelijkheid zich in fragmenten aan, als een afspiegeling van de omgeving die hij waarneemt. De gedichten lijken de weergave van een boze droom, waarin alle gevoel voor richting is verdwenen. Dat levert verrassende en surrealistische wendingen op:

‘Ik zou willen vluchten maar ik ben niet alleen
Het lawaai volgt me
We zijn eindelijk binnen en het is nacht
Ik roep de morgen die mijn gordijnen opent en me
wekt
De zon
Maar mijn ogen zijn geblust
En hij heeft geen oren’

Een ander aspect van diezelfde werkelijkheid dat opvalt bij het lezen van Reverdy’s poëzie is de afzondering en de eenzaamheid, die geschapen worden door het tegenover elkaar plaatsen van dingen die niet bij elkaar behoren: er ontstaat afstand, onbegrip, omdat ze niet kunnen doordringen tot elkaars wezen. Zich verloren voelen is een emotie die telkens weer doorschemert in de gedichten en groeit uit tot verbittering:

‘Je zou kunnen roepen
Niemand die het hoort
Je zou kunnen huilen
Niemand die het begrijpt’

De lucide begrippen die vaak voorkomen, zoals ‘lamp’, ‘ster’ worden naast tegenovergestelde voorwerpen geplaatst als ‘schaduw’ en ‘donker’ in een scherp contrast, als symbolen van de uiterlijke, verlichte wereld en de innerlijke, duistere werkelijkheid. Zo kan ook het ovale dakraam uit de titel gezien worden als een sprankje daglicht dat de hoop biedt op verlossing uit de diepe zwartheid:

‘Kwam er maar een beetje lucht
Liet het buiten ons maar toe om klaar te zien
[…]
We zijn alleen mijn schaduw en ik
De nacht daalt neer’

De gedichten in het latere werk worden meer en meer bezwerend en hallucinerender van toon. De inhoud steeds somberder, met afdalingen in het onbewuste en de ondoordringbare hoeken van de menselijke geest. Alsof een van Freuds patiënten zich er tijdens de psycho-analyse toe gezet heeft om de vrije associatie uit te drukken in poëzie.
Het moet een verwarrende tijd geweest zijn met belangrijke industriële veranderingen, een snel veranderende maatschappij en een grote politieke onrust. Na de Eerste Wereldoorlog verkeerde de wereld in een verbijsterende toestand waarin veel oude waarden en mormen hun betekenis hadden verloren. Angst en onzekerheid namen van veel mensen bezit en kregen vorm in de kunst; ook de poëzie van Reverdy weerspiegelt de tijdgeest.

Misschien is de gemoedstoestand waarin hij deze gedichten schreef mede de oorzaak geweest van zijn bekering tot het katholicisme in 1921. Maar over zijn motieven om zich te laten dopen is niets bekend. Vast staat dat Reverdy samen met zijn vrouw Parijs verlaat en gaat wonen in Solesmes in het departement Sarthe, een dorpje dat zelfs heden ten dage slechts 900 inwoners herbergt. Wel heerst er van oudsher een strenge katholieke traditie, de Liturgische beweging, gesymboliseerd door de benedictijner Abdij van Sint Pieter. Ook wordt het Gregoriaans hier in ere gehouden.

Hier, diep verscholen in het platteland, blijft Reverdy drie jaar lang vanuit een strenge behoefte ‘aan het absolute’. Hij verbrandt diverse onuitgegeven manuscripten en schrijft aforismen, maar nauwelijks nog poëzie. Pas in 1937 verschijnt er een nieuwe bundel ‘Ferraille’. Maar even plotseling als hij zich bekeerd heeft, wendt hij zich ook weer van de kerk af, al verliest hij niet zijn persoonlijke geloof. Regelmatig gaat hij terug naar Parijs, maar hij blijft tot aan zijn dood in Solesmes wonen.

‘Een hoofd gebogen onder het gewicht van stralen
En door lichtspijkers doorboorde handen
Het bebloede voorhoofd rustend op de wolken
Beide armen uitgestrekt om de doorgang te
versperren
De wereld ging onder je voeten voorbij
Mens en God’

Reverdy’s poëzie werd zeer gewaardeerd in kleine kring, maar grote bekendheid heeft hij daarbuiten nooit gehad. Daarvoor zijn zijn gedichten te moeilijk en te verontrustend. Ze laten zich lezen zoals een kubistich schilderij zich laat bekijken, waarin vanuit verschuivende standpunten een beeld wordt samengesteld, waarbij niet altijd op de waarneming vertrouwd kan worden. Maar al lijken ze deels te behoren tot de mystiek, toch blijven ze steeds verankerd in de alledaagse wereld. Niet voor niets luidde het credo van Reverdy: ‘De dichter moet de dingen zien zoals ze zijn en ze vervolgens tonen aan anderen zoals ze die, zonder hem, niet zouden zien.’ Met deze mooie bundel kan de kring van liefhebbers van de poëzie van Pierre Reverdy ook buiten het Franstalige gebied worden uitgebreid.

 

 

Ovale dakraam
Pierre Reverdy
Vertaling door: Jan H. Myskin
Verschenen bij: Vleugels - Franse reeks
ISBN: 9789078627357
136 pagina's
Prijs: € 20,85

Meer van Hettie Marzak:

17 augustus 2017

Opgaan in de wereld of er buiten blijven staan

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
3 juli 2017

Over kleine dingen die tot bezinning leiden

Over 'Herfsttijloos' van T. van Deel
5 juni 2017

Tegenstemmige poëzie als een oorlogswond

Over 'ik hier jij daar' van Ghayth Almadhoun ; Anne Vegter

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant