21 februari 2017

Dichter J.W. Oerlemans

Door Stefan Ruiters

We kennen allemaal de grote namen Achterberg, Gerhardt, Bloem, Vasalis, Slauerhoff, noem ze maar op. Die moeten we lezen en blijven lezen, helemaal terecht. Mijn aandacht blijft toch vaker haken bij de wat onbekendere namen. Toen ik begon met studeren en echt begon met lezen, las ik juist de debuten van Nederlandse schrijvers in plaats van de grote Couperus, Reve of Haasse. Het antiquariaat waar ik wekelijks kwam, legde zelfs de nieuwste titels op de toonbank voor me klaar.

Poëzie die me raakt is meestal de poëzie over afstand, nostalgie, het onbereikbare, de omgang met dat wat verdwenen is, het proberen te vangen van een moment. De dichter J.W. Oerlemans (1926-2011) is een dichter die al een jaar of 20 in mijn buurt verkeert, althans zijn woorden dan.

Al werkend nemen wij, de antiquaren, veel boeken in onze handen die we vooral financieel en af en toe geestelijk waarderen. Die roman zet ik voor een tientje in de winkel en die dichtbundel neem ik even mee naar huis om te lezen. Zo ging dat ook met Oerlemans, tijdens zijn leven historicus. Ik kreeg zijn bundel In de neerslachtige polder en elders (Bert Bakker, 1976) onder ogen, las een gedicht en raakte geïntrigeerd door de sensitieve beschrijving van wat ons omringt en onze omgang met elkaar en de verglijdende tijd. Oerlemans dicht over het mogelijke, onzichtbaar nabije, het vervliegen van momenten en het langzame besef van verlies. Een van zijn mooiste gedichten vind ik ‘Sporen’:

De drempel schittert nog van jouw voet
er is nog vocht in de gang
van jouw jas en iets van nevel
is tegen de deur gebleven

Zoals ik nu in het boek Complot tegen Amerika van Philip Roth een historische parabel lees van de politieke realiteit van nu – waar ik niet bepaald rustig van slaap – zo kom ik in de gedichten van Oerlemans gelukkig tot rust.

Nou, nog eentje dan:

Vannacht heeft zij de aarde getekend
op de achterkant
van een groot stuk wit papier
er staan geen mensen op
of andere dingen
alleen de ademhaling van de aarde
en het neerstorten
van het licht.

De zachte dimensie van het poëtische woord prefereer ik verre boven de harde realiteit van het politieke woord.

 

Uit: Dichtbundel Balsem (Herik, 2000)

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer