28 juli 2015

Dichter bij Dordt. Biografie van C. Buddingh' – Wim Huijser

Boeiende biografie met goed gekozen citaten

Recensie door Evert Woutersen

Op 24 november 1985 overleed  Kees Buddingh’ op 67-jarige leeftijd. Op zijn grafsteen staat:  ‘Liefde, vriendschap, poëzie:  dat is mijn drieëenheid.’ Daaronder:  ‘Cees Buddingh’  Dordts Dichter’. Het is opmerkelijk dat  er ‘Cees’ op de steen staat, schrijft  Wim Huijser in Dichter bij Dordt. Biografie van C. Buddingh’ .  Cees is ‘een voornaam die ik zelf wel als laatste zou uitkiezen,’ schreef Buddingh’ ooit. In het eerste hoofdstuk ‘C.,  Cees of Kees’  geeft Huijser het antwoord:  C. Buddingh’ is de auteursnaam, Kees Buddingh’ de persoonsnaam.

Dichter bij Dordt  bestaat uit vier delen. Het eerste deel ‘Moeder,  ik zou graag schrijver willen worden’ bestrijkt de jaren 1918-1949. Kees krijgt een liberale, niet-religieuze opvoeding. Illustratief is dit citaat uit zijn jeugdjaren:  ‘Bij ons thuis werd er geen ruzie gemaakt: / je leefde er in een sfeer van harmonie, / begrip, respect, vertedering voor elkaar. / Je zat vaak op, maar ging nooit over de knie.’  Als klein jongetje trekt hij zich soms terug in het keukenkastje,  ‘onder een hemel van vertrouwd geluid.’  Tegen het einde van zijn hbs-tijd weet Buddingh’ dat hij ‘schrijver wil worden.’  Hij studeert Engels en leert zijn latere vrouw Stientje kennen. In 1941 debuteert hij met de dichtbundel Het geïrriteerde lied. Een jaar later wordt de diagnose tuberculose gesteld. Opname in een sanatorium volgt. De ‘tbc-jaren’ duren maar liefst zes jaar. Het is een zware tijd voor Kees en Stientje. Noodgedwongen stellen zij hun huwelijk uit. Buddingh’ leest veel,  o.a. romans en  ‘nonsensepoëzie’. In een verhaal van kinderboekenschrijfster E. Nesbit treft hij ‘the bluebillgurgle’ aan. Buddingh’ maakt er de ‘blauwbilgorgel’ van: ‘Ik ben de blauwbilgorgel, / Eens sterf ik aan de schorgel, / En schrompel als een kriks ineen / En word een blauwe kiezelsteen. Ga heen! Ga heen! Ga heen!  Uit de regels spreekt humor, maar ook een sombere levensvisie . Dit laatste wordt vaak over het hoofd gezien. Buddingh’: ‘Ik schrijf in wezen uitsluitend over sterven, verval, kortstondigheid (…)’

Pas in 1950 kan hij na een zware operatie naar huis. Hij is ervan overtuigd dat hij ‘on borrowed time’ leeft.  Over de sanatoriumtijd vertelt hij later dat hij de ‘betrekkelijkheid van alle mogelijke zaken’ is gaan inzien. Met  de opbrengst  van de vertaling van The Forsyte Saga  van John Galsworthy  kunnen Kees en Stientje  eindelijk trouwen.

In deel Twee: ‘Een nieuwe poëzie  1950 – 1965’ en deel  Drie: ‘Dichter van het moment  1966 – 1975’ komt het schrijver- en dichterschap van de grond. Buddingh’ dicht volop, schrijft essays en recensies, doet vertaalwerk en werkt als docent Vertaalkunde. In het essay ‘De nieuwe poëzie’ betoogt  hij dat er geen verschil moet zijn tussen ‘dichterlijke’ en ‘ondichterlijke’ elementen. ‘Kijk om je heen’, schrijft hij. Hij  wijst op ‘de schoonheid van een jerrycan of een kolenkachel’.  Door zijn optredens op poëziefestivals, zoals bijvoorbeeld Poëzie in Carré in 1966, groeit Buddingh’ uit tot ‘de populairste dichter van het moment’.  Zijn ‘poëzie van het dagelijks leven’ slaat aan, mede door zijn karakteristieke stemgeluid, een ‘droge, neuzelende stem.’

Uit deel Vier ‘Het houdt op met zachtjes regenen 1976 – 1985’ blijkt de veelzijdigheid van Buddingh’ . Naast het vrije vers gebruikt hij de sonnetvorm. Het keukenkastje uit zijn jeugd komt in een sonnet terug: ‘Ja zelfs al zou ‘k het maar hebben gedroomd, / ik zit nog altijd in dat keukenkastje.’  Daarnaast publiceert Buddingh’ ‘Dagboeknotities’.  Hij schrijft over dagelijkse onderwerpen, zijn gezin, een kachel die niet wil trekken. Er komt kritiek.  L.H. Wiener vindt dat Buddingh’ schrijft over de ‘meest onbenullige zaken’ met een ‘zelfvoldaanheid die tot misselijkheid aanleiding’ geeft.  Ook andere critici ergeren zich aan de ‘ontstellende gezelligheid’ van de notities.

In 1978 staat de Bezige Bij uitgebreid stil bij de zestigste verjaardag van hun succesvolle auteur.  Maar het ‘jubeljaar’ verandert in korte tijd in een nachtmerrie.  Eerst publiceert Willem Frederik Hermans een stuk over dagboeken die ‘met opzet’ worden geschreven: ‘Snobisme is troef in de autobiografische branche.’  Schokkende onthullingen staan er nooit in. Over Buddingh’: ‘Heeft ooit een lezeresje de slaap niet kunnen vatten na vernomen te hebben uit het dagboek van Cees Buddingh’ dat deze een vuilniszak aan de stoeprand had gezet?’  Kort daarop bespreekt Hermans uitvoerig het vierde deel van Buddingh’s  dagboeknotities. In ‘Bijzonder aardig; prima, prima’ wijst hij op de vele slordigheden in het werk van ‘kneuterige Kees.’  Hermans: ‘Zitten leuteren in Culturele Raden, stad en land afreizen naar boekenweekkwizzen, poëziecongressen, vergaderingen van de PvdA, van De Bezige Bij. Stomme voetbalwedstrijden, imbeciele cricketklappenuitdelers volgen op de televisie, dat is waar onze letterkundige werkelijk van houdt.’

Buddingh’ is zeer aangeslagen door de kwaadaardige kritiek. Van zijn vrienden, enkele uitzonderingen daargelaten, hoort hij niks, bang als zij zijn het volgende ‘slachtoffer’ van de scherpe pen van Hermans te worden. Een jaar later noteert Kees:  ‘Vriendschap, waardering, ik kan er – en dat is waarschijnlijk mijn zwakheid  – niet buiten […].’  Stientje over de ‘aanval’:  ‘Toen hij het echt nodig had, liet niemand iets van zich horen.’
In zijn laatste levensjaren tobt Buddingh’ met zijn gezondheid. Longontsteking, diabetes, lusteloosheid en drankproblemen.

Huijser sluit de biografie af met een passage over de plaats van Buddingh’ in de Nederlandse letteren. ‘Nooit hoor ik er helemaal bij’, noteert Buddingh’s in 1965. Huijser verwijst naar de necrologie die literatuurcriticus Rob Schouten schreef.  Buddingh’ was naast dichter, schrijver, essayist ook een ‘propagandist van de literatuur’.  Met zijn bloemlezingen en optredens bracht Buddingh’ zijn eigen en andermans poëzie ‘aan de man’. Huijser onderschrijft de woorden van Schouten: ‘Het lijkt of hij er steeds net naast zat, terwijl hij er in feite voortdurend bij was.’

In Dichter bij Dordt komen alle aspecten van Buddingh’s  drie-eenheid  liefde, vriendschap en poëzie aan bod.  De liefde voor Stientje blijkt uit ‘Eight days a week’:  als mijn vrouw met de bus naar de stad gaat / hoop ik altijd dat ze halte ziekenhuis instapt: / dan kan ik haar net zolang nakijken / als wanneer ze halte vogelplein neemt / en zie ik haar bovendien nog een keer / voorbijkomen in de bus. Uit ‘Ode aan poëzie’:  ‘En het zijn niet alleen de woorden, de beelden, / de regels / die in je liggen opgetast als de goudstaven in de Bank van Engeland, maar alles/  wat je ziet: […] / het glanst allemaal als scherfjes onvergankelijkheid […]’  Uit zijn dagboeknotities:  ‘Kijk om je heen, kijk om je heen. Zoals je de wereld nu ziet, zie je hem nooit meer.’
Hij ontvangt in 1976 de Jan Campertprijs voor Het houdt op met zachtjes regenen.  De poëzieprijs van Amsterdam loopt hij mis:  ‘Als jij niet in de jury had gezeten, dan hadden ze jou die prijs willen geven,’  vertelt Adriaan Morriën later. Reden voor Buddingh’ een tijdje geen zitting te nemen in jury’s, eerst moest hij zelf maar eens een prijs ontvangen.

De biografie laat zich lezen als een roman, met voor- en tegenspoed.  De liefde en het succes tegenover de tbc-jaren, de ziekte van Stientje, slechte kritieken.
Buddingh’ leeft voort door  zijn poëzie en in de `C. Buddingh’-prijs voor de Nieuwe Nederlandse Poëzie’.  Poetry International  reikt deze prijs vanaf 1988 uit voor het  beste Nederlandstalige poëziedebuut.

Wim Huijser heeft een sympathiek portret van Buddingh’ gemaakt. Dichter bij Dordt  is een boeiende, lezenswaardige biografie met goed gekozen citaten uit  het werk van Buddingh’.  Achterin een uitgebreid notenapparaat,  bibliografie, personenregister en een gedetailleerd bronnenoverzicht. Alle lof voor de biograaf.


Dichter bij Dordt. Biografie van C. Buddingh’ 

Auteur: Wim Huijser
414 blz.
Prijs: € 34,99
Uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar

Dichter bij Dordt. Biografie van C. Buddingh'
Wim Huijser
ISBN: 9789038899930

Meer van Evert Woutersen:

31 augustus 2017

Overleven dankzij religie, vriendschap en hoop

Over 'Mijn gevangenissen' van Silvio Pellico
8 juni 2017

Vertaling jeugdwerk Paustovski herzien

Over 'De romantici' van Konstantin Paustovski
16 februari 2017

Clarice – de Braziliaanse Kafka

Over 'Clarice Lispector' van Benjamin Moser

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

28 juli 2015

Een indrukwekkende studie

Over 'Sprong in het duister ' van Wim Huijser
28 juli 2015

De charme van langdradigheid 

Over 'Het fregat Pallada ' van Wim Huijser