22 juni 2016

Dichten op de korte baan

Door Rob van Dam

Chris van Geel was een specialist op de korte baan, maar soms maakte hij het wel bont. In zijn verzameld werk komen vijf gedichten voor van slechts één regel. Kan zoiets nog een gedicht heten?

Jawel, althans volgens het Lexicon der poëzie van Cees Buddingh’. Een eenregelig gedicht heet een ‘monostichon’ en als voorbeeld geeft hij Spreuk van L.Th. Lehman: ‘De vogel Valdood vliegt ook tegen beter weten’.
Hm, ‘monostichon’, nooit van gehoord. En de titel Spreuk suggereert dat we hier niet zozeer met een gedicht te maken hebben als met iets anders. De spreuk, het spreekwoord, de sententie, het grafschrift, de krantenkop, de toverformule, het gebed – allemaal vormen van taal op de korte baan die we niet meteen geneigd zijn op hun dichterlijke merites te beoordelen. Terug naar Van Geel. Zijn aller-allerkortste gedicht luidt:
Eenvoudig, de duinen, eenvoudig
Het komt uit de bundel Het zinrijk. Ik durf deze regel niet tussen aanhalingstekens te zetten; de tekst zou eronder bezwijken.
Beschouwen we deze vier woorden in formele zin als gedicht, dan valt ons op: 1) het gedicht heeft geen titel, die ons zou kunnen helpen het gedicht te begrijpen; 2) metrisch bestaat het uit drie amfibrachen; 3) syntactisch bestaat het gedicht uit drie zinsdelen; 4) de zinsdelen vallen samen met de versvoeten; 5) de drie delen kunnen we van plaats laten verwisselen zonder dat dat voor het begrip iets lijkt uit te maken; 6) het gedicht bevat geen werkwoord, waardoor we niet weten wat ‘de duinen’ voor zinsdeel is; 7) als dichterlijke kunstgrepen herkennen we naast het metrum de herhaling en de alliteratie.
Lezer, zo komen we er niet. Want het vergaat u ongetwijfeld net als mij. De overwegende indruk blijft: Wat betekent dit? Wat bedoelde die man? Waarom zoiets gepubliceerd?
Nu is het bekend dat Van Geel dol was op de duinen. Hij woonde er een groot deel van zijn leven. Vaak maakte hij nachtelijke wandelingen door de duinen. Veel van zijn natuurobservaties vinden daar hun oorsprong. We mogen daarom aannemen dat in dit gedicht ‘eenvoudig’ niet misprijzend is bedoeld.
In het dagelijks taalgebruik wordt ‘eenvoudig’ wel gebruikt in de betekenis van ‘dat spreekt voor zichzelf’, ‘dat ligt voor de hand’. Misschien is dat hier ook zo. ‘Zeg Chris, waarom ga jij niet in de stad wonen?’ ‘Nou, eenvoudig, de duinen’. ‘Wat een rare tekening, Chris. Wat moet dat nou weer voorstellen?’ ‘Eenvoudig, de duinen, eenvoudig’.
Het gedicht krijgt zo beschouwd iets polemisch; de dichter moet iets zeggen dat wat hem betreft niet gezegd zou hoeven worden omdat het zo vanzelfsprekend is.
Je kunt uitweiden over de kwaliteiten van je geliefde en daarbij ervaren dat woorden tekort schieten. Misschien waren de duinen voor Van Geel ‘te mooi voor woorden’. We kunnen ‘onuitsprekelijk gelukkig’ zijn. Ook kan iets ‘onnoembaar’ zijn in de betekenis van ‘zeer groot’ (mijn oude Van Dale geeft de fraaie voorbeeldzin ‘onnoembare driften sloopten hem geheel’).

In de mystiek is ‘het onuitsprekelijke’ zelfs het allerhoogste, iets wat Gerard Reve kort en bondig onder woorden bracht toen hij zei ‘Er moet een God zijn, geen gelul’. Je wilt wel iets zeggen maar je kunt het niet en toch moet je. Of beter gezegd, hét moet, het moet eruit. Uit arren moede zeg je dan maar iets onbegrijpelijks of iets banaals. Denk aan Gorters ‘ik wil u zeggen een zo lief wat, maar ‘k weet niet wat’.

In het Zen-Boedhisme krijgen leerlingen naar het schijnt een ‘koan’ ter overpeinzing, een soort raadselspreuk waar het analytische verstand zijn tanden op stuk bijt. Als de frustratie en verbijstering niet meer te harden zijn, is de leerling rijp voor de verlichting. Satori! Zou ook dat in dit gedicht besloten kunnen liggen? Dat we beseffen hoe hoog de dichter tracht te reiken?
Nooit zullen we het zeker weten, maar laten we dit gedicht opvatten als de nietige expressie van iets kolossaals. Om met William Blake te spreken: ‘a world in a grain of sand’. De vier woorden van Van Geel lijken het best te parafraseren als: Ah! Oh! Aaaaaaah!!! Een schreeuw van extase, een zucht van verrukking, een gesmoorde kreet over de ontoereikendheid van de taal. Alledrie. En dat in vier woorden.

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer