20 juli 2012

Derde prijs essaywedstrijd ‘Boek als reisgenoot’

Peter Chabot neemt ‘Frankenstein’ van Mary Woolstonecraft Shelley mee op zijn wandeltocht door de Alpen. De romantiek van wandelen door het alpenlandschap versterkt door het verhaal over de eenzame tocht van Victor Frankenstein.

‘Mijn reis, een wereldberoemde klassieker onder de wandelpaden,  de ‘Tour Du Mont Blanc’ begint in Chamonix. Schuin boven het stadje torent een indrukwekkende grauwe gletsjer. Daar speelt zich de confrontatie af tussen wetenschapper Victor Frankenstein en een monsterlijk mensachtig wezen gemaakt met ‘onderdelen uit het slachthuis en de snijtafel’.  De roman zit bij vertrek in mijn zak. Frankenstein, uit 1831, geschreven door Mary Woolstonecraft Shelley.

Terwijl ik overdag via de bergpaden, de hoge passen oversteek tussen Frankrijk en Italië en Italië en Zwitserland, en ’s avonds de pagina’s omsla, komt de wereld van Shelley dichterbij. Een wereld waar vrouwen tere engelen zijn en mannen roken, roeien, stoeien en filosoferen. Brieven vormen het enige mogelijke contact, de postkoets rijdt en de stadspoorten sluiten ’s nachts. De hutten waar Shelley over schrijft staan nog in de dorpen, het trage ritme van mijn voetreis echoot hoe een langzamere wereld misschien voelde.

Op de gletsjer eist het monster van Victor een levensgezellin. Victor weigert, het schepsel vernietigt al zijn verwanten, en Victor zweert het wezen te achtervolgen tot het einde van de wereld. Een achtervolging die zijn dood wordt.

Van nature streeft het monster in de roman – net als de edele wilde van Rousseau – naar liefde en schoonheid. Maar al bij zijn ontstaan loopt het mis. Victor vlucht vol afgrijzen zijn werkplaats uit als het ding tot leven komt. Verlaten door zijn schepper voedt het monster zich zelf op. Maar steeds als het, enthousiast als een jonge puppy, zich voorstelt aan één of andere voorbijganger, wordt het geconfronteerd met xenofobe reacties, variërend van luid gegil tot loden kogels.

Victor erkent, schoorvoetend,  de bron te zijn van het probleem. Hij pleit schuldig aan het koortsachtig najagen van wetenschappelijke kennis,  om zijn obsessieve droom, leven te scheppen, te verwezenlijken. Schuldig want: ‘een volmaakt menselijk wezen hoort zijn gemoedsrust nooit te laten verstoren door hartstocht of voorbijgaand verlangen’ (p69)

Op de route die ik volg, leidt elke gewonnen top naar een dal en gaat er voor elke stap omhoog ook een omlaag. Een ritme van dagelijkse gesprekjes met andere reizigers, soms een korte samenhorigheid bij een modderig of extra steil pad en verwondering over varens en bossen,  stroompjes en watervallen, gletsjers en steenvlakten. Bocht na bocht ontvouwen zich vergezichten, nevelige bergtoppen en grijsblauwe heuvelranden onder bolle witte wolken.

Geen hartstochten, geen voorbijgaande verlangens, slechts de volgende stap naar het volgende blad.’

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De kunst van het niets doen reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met leven.

Lees meer