10 november 2011

Deinende woorden om niet te kennen

Recensie door: Sheila van Rheenen

Drie weken verbleef de dichter Peter van Lier in het kunstenaarscomplex de Willem 3 te Vlissingen ter voorbereiding van een reeks gedichten in de Slibreeks – een ludieke naam voor een initiatief van het Centrum voor Beeldende Kunst Zeeland. In samenwerking met de kunstenaar Machteld van Buren ontstond Wisseling van de wacht, nummer 134 uit de serie met gelauwerde voorgangers als Kopland, Eijkelboom en Bernlef.

Tot mijn verrassing bleek de Willem 3 geen boot maar een voormalige artilleriekazerne. Het statige gebouw dateert van 1850 en was tot 1922 in gebruik bij het Departement van Oorlog.

Dat verklaart de titel Wisseling van de Wacht, ook al slaat die waarschijnlijk ook op de kunstenaars en schrijvers die Van Lier in het kunstenaarscomplex voorgingen en degenen die nog na hem zullen komen.

De uitgave ziet er op het eerste gezicht aantrekkelijk uit. Van Buren maakte collages van oud beeldmateriaal met als achtergrond vaak een lief behangetje. Naast tekeningen en sober gebruik van grafische elementen duiken hier en daar wat lichaamsdelen op. Een rare landtong die een lap huid met een donkere tepel blijkt en diezelfde tepel als een enorme alarmknop op het borstbeen van een man getransplanteerd deden denken aan verschoten kiekjes uit een rariteitenkabinet.

De rijkdom aan beelden is nogal overweldigend op de kleine bladzijdes. Bovendien moet de ruimte ook nog eens worden gedeeld met de gedichten. Die schommelen in miniscule letters over de bladspiegel en dat maakt letterlijk zeeziek.

Ook in zijn voorlaatste bundel Hoor uit 2010 zwemt Peter van Lier typografisch gezien graag van de kant maar door hun witte achtergrond vormen zijn gedichten daar een minder grote belasting voor het evenwichtsorgaan. Een goede reden om zijn slibreeksgedichten nader te bestuderen op een wit vlak:

 

‘Met

een kijker permanent

paraat-

oudjes aan
zee.

Gebroken bij
windstilte?

 Geliefden die
als

schepen-

kapseizen? Hier?’

 

Die zorgvuldige choreografie van woorden biedt vooral optisch een ritmisch kader, want eenmaal hardop uitgesproken, worden de stiltes die Van Lier typografisch voorschrijft ongemakkelijk. Ze verstoren eerder dan dat ze ophelderen of aanvullen. De dichter waagt zich zelf ook niet aan het voorlezen van die stiltes, zoals blijkt uit een kort filmpje op www.lezen.tv waar hij een gedicht uit Hoor voordraagt, getiteld Smakelijk eten. In dat gedicht staat tussen de twee- en drieregelige strofes vier keer een zeer kort woord geïsoleerd op het spiegelblad, namelijk:

‘na’, ‘en’, ‘de’, ‘die’.

In zijn voordracht spreekt hij de ruimte en nadruk die hij deze woorden op papier geeft niet uit, sterker nog: hij leest zijn gedicht zonder noemenswaardige pauzes, als een stukje proza. Bij Van Lier zijn de geïsoleerde woorden als het ware kilometerpaaltjes waar de stille lezer even kan verpozen om de omgeving wat nauwkeuriger in zich op te nemen. Ik begrijp hoe dat zou kunnen werken maar in Wisseling van de wacht is het geheel vaak niet meer dan de som van de afgezonderde woorden:

‘Maar/ geen/ kwaad woord over de/ bewoners; Willem/ bakt/ zijn/ worstjes/ gewoon goed als straks/ de pleuris uitbreekt weten ze hier wel/ wat/ te doen’,  schrijft hij in het tiende gedicht na wat historische context en gemopper op de stadsinrichting (van Vlissingen, neem ik aan) .

Deze regels hebben wel erg weinig om het lijf en daar verandert het achteroverleunen bij woorden als ‘bakt’, ‘zijn’ of ‘worstjes’ weinig aan.

Wisseling van de Wacht bestaat uit twee delen, getiteld I en II.
Qua thematiek cirkelt Van Lier rond verleden en heden van een havenstad.  De twintig korte  gedichten beginnen steeds met een dik gedrukt woord en bevatten opvallend veel vraagtekens.  ‘Ook/ een bunker in je/ achtertuin?/ Dat/ een zeearm/ het/ land in/ trekt/ om eens flink/ te treiteren?/ treft niemand persoonlijk.’

Dat beeld van een bunker als schaduwganger van een golfbreker is mooi gevonden maar door de aanpalende vragen vestigt de dichter de aandacht te nadrukkelijk op zichzelf. Met een beetje goede wil zijn deze regels ook te lezen als een parodie op reclametaal. ‘- de plaatselijke/ krant/ biedt recreatiemogelijkheden aan tegen / gereduceerd tarief als/ spasme?/, schrijft hij in een eerder gedicht. Dat is wel geestig maar toch staat Van Lier iets te pontificaal voor de ingang van zijn gedicht.

Het Vlissingen in Wisseling van de Wacht is geen plek om lang te blijven. Tenzij je lelijkheid omarmt als een vorm van schoonheid.  ‘Ontluistering ligt op de loer, altijd en overal’, staat er op het achterblad van Hoor. Heel af en toe is Van Liers blik de dingen welgevalliger. ‘Het uitzicht hult zich tevergeefs in deining’ en ‘Lichamen ploffen neer maar gedijen wel’, zijn voorbeelden van observaties die scherp maar onnadrukkelijk zijn geformuleerd.

In zijn licht hermetische gedichten lijkt hij zelf het meest op zijn gemak, zoals in onderstaand gedicht waar vaag de contouren van een brakende baggermachine zichtbaar worden:

Hier,/ op het havenhoofd, toont zich/ terdege-/ ik zeg: ‘Stoom’, hij, vanachter zijn rug:/ ‘Bagger’./ Maar twijfel niet, indien nodig/ ben ik eerste hulp,/ zijn hoofd takelt nu al/ af/ van in de verte/ immens doorgaande activiteiten/ te billijken.

‘Ik doe echt pogingen om mijn eigen poëzie niet te kennen’, zegt Van Lier op de vraag of hij zijn werk uit het hoofd voordraagt, ‘Ik probeer mijn gedichten altijd zo snel mogelijk weer te vergeten.’ Je eigen gedichten van de gevoelige plaat bikken, dat lijkt mij geen eenvoudige excercitie. Ik vraag me af of ik de gedichten van Wisseling van de wacht ook kan vergeten, of wellicht kan proberen ze niet te meer te kennen. Onmogelijk. Of ik wil of niet, de bundel heeft voorgoed een plek in de ‘immens doorgaande activiteiten’ van mijn brein. Ik heb dat maar te billijken.

 

Wisseling van de Wacht

Auteur: Peter van Lier
i.s.m. kunstenaar Machteld van Buren
nr. 134 in de Slibreeks van CBK Zeeland, 2011
Prijs: € 9,00

Deinende woorden om niet te kennen
ISBN: 9789024572823

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant