20 februari 2017

Deadline Jan Hanlo Essayprijs Klein 2017

De Jan Hanlo Essayprijs is een tweejaarlijkse prijs en kent de categorie Groot en Klein. De eerste is een prijs voor een essaybundel. De inzendtermijn daarvoor is al gesloten. De tweede is een prijs voor een niet eerder gepubliceerd essay waarvan de deadline verlengd is tot 1 maart 2017.

Het thema voor de Jan Hanlo Essayprijs Klein wordt ontleend aan het werk of aan uitspraken van Jan Hanlo. Voor dit jaar is het thema: ‘Is dromen nu alleen maar slecht?’. De titel van een kort essay van Jan Hanlo en dat als volgt begint:

IS DROMEN

nou alleen maar slecht? Ik meen dágdromen – men durft het woord haast niet neer te schrijven. Overdag te dromen, het mag dan niet zo geïnverteerd zijn als overdag te slapen, maar zo gezien toch kennelijk invers, pervers.
Aan de droom en de fantasie is de werkelijkheid superieur. De werkelijkheid is, zo niet oneindig veel dan toch beslissend veel, werkelijker.

Het essay werd gepubliceerd in het boek Mijn Benul en is ook te vinden in het verzameld proza van Jan Hanlo, Een erwt zo groot als een voetbal is geen erwt (Van Oorschot 2012) op p. 575.

De Jan Hanlo Essayprijs Klein voor een niet eerder gepubliceerd essay, bestaat uit een geldbedrag van € 1.500,- , een trofee en een publicatie in De Groene Amsterdammer.

 

Deadline voor Essayprijs klein is 1 maart 2017. Sturen naar:
De Groene Amsterdammer
tav Jan Hanlo Essayprijs
Singel 464
1017 AW Amsterdam

De jury bestaat dit jaar uit: Xandra Schutte (voorzitter), Stephan Sanders,  Roos van Rijswijk en Marleen Rensen.

Zie hier het reglement.

Bekendmaking van de winnaars en de prijsuitreiking vindt plaats op woensdag 17 mei om 20:00 in De Balie in samenwerking met De Groene Amsterdammer en  stichting Lira.

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer