8 september 2016

De ziel van het lezen

Door Els van Swol

Jarenlang heb ik op de Muziekschool in Amsterdam hoboles gehad. De langste tijd van Leo van der Lek, die althoboïst was van het – toen nog niet Koninklijk – Concertgebouworkest. Op een gegeven moment vond hij de tijd rijp om mij rieten te leren snijden. Gewapend met een glas water om het hout in nat te maken, een mes om het te snijden, een vijl om het dunner te maken en ga zo maar door. En tot slot met een stel stevige lippen om het eindproduct dicht te knijpen. Het was best leuk om zo bezig te zijn, en het leverde ook geestige momenten op wanneer Van der Lek op het eind van een les bijvoorbeeld met een zwierig gebaar het glas water uit het open raam leegde en er toevallig net een andere docent zat te genieten in de zon …

Maar wat je al rieten makend vooral nodig had, was een dosis gevoel om, zoals Van der Lek het noemde, een ziel in het riet te leggen. Hij wist zelfs de plaats ervan aan te wijzen. De magie is er alleen een beetje af, nu ik in de roman Morgenvroeg in New York van Adrien Bosc las dat ook een viool een âme, een ziel heeft. Dat vurenhouten stukje binnen in de klankkast kan ook gewoon worden aangewezen: ‘Een paar millimeter rechts van de kam en het staartstuk zorgt de stapel, de “ziel”, vanbinnen (…) voor weerklank.’

En toeval bestaat niet. Al struinend tussen boeken in de uitverkoop tref ik voor in het essay Wat alleen de roman kan zeggen van Oek de Jong een motto aan van Stendhal: ‘Een roman is als een strijkstok, de klankkast van de viool – dat is de ziel van het lezen.’
Het wordt wel erg veel allemaal, een ziel die je overal opeens, soms aanwijsbaar, schijnt terug te kunnen vinden. Bosc concludeert met enig gevoel voor drama iets soortgelijks als Stendhal, namelijk dat de ziel een soort galmkamer is, ja zelfs ‘de zwaarte van het bestaan.’ En dat vindt hij wel een mooie gedachte.

In dat citaat vibreert uiteraard een boektitel mee. Van een roman natuurlijk. Die romans, en de ziel van het lezen zelf, hebben een beetje de plaats van de hobo ingenomen. Het viel me zwaar hem aan de wilgen te hangen, maar met de vervanging kon het minder.

 

Foto Henk Hilterman

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer