1 september 2014

Montevideo – Carolina Trujillo

In mummiepak smachtend naar gene zijde

Recensie door Astrid van Wijngaarden

Streng afgerichte duivelse wezens, roekeloze mensen en de dood gaan met elkaar aan de haal in Trujillo’s (1970) derde roman. Geweld en misère worden wederom niet geschuwd. Op geraffineerde en nietsontziende wijze wordt Montevideo – haar geboortestad – bedolven onder allesvernietigende shit.

De Uruguayaans-Nederlandse Trujillo schrijft het liefst over dat wat ze van dichtbij kent – ‘levend weefsel’. Als kind van guerrillastrijders – vader werd tijdens de dictatuur twaalf jaar gevangen genomen en moeder vluchtte met beide dochters, Carolina was toen vier, naar Nederland – ontbreekt het haar niet aan levendige kost. De bastaard van Mal Abrigo (2002) – haar eerste roman – werd bekroond met de Marten Toonder/Geertjan Lubberhuizenprijs. Zeven jaar later won ze met het autobiografische De terugkeer van Lupe Garcia (2009) – waarin ze op indrukwekkende wijze een stem geeft aan vluchtelingen die terugkeren naar hun geboorteland – de BNG literatuurprijs en sleepte ze een AKO-nominatie in de wacht. Het is niet enkel haar eigen geschiedenis waaruit ze graag put, een roofdier noemt ze zichzelf dat schaamteloos steelt uit de – veelal pijnlijke – levens van anderen. In heftigheid gedijen Trujillo’s verhalen het best.

Ook nu, in De zangbreker, ontvouwt zich al gauw de ellende. Trujillo schetst een duale wereld waarin de mens door onzichtbare wezens wordt beïnvloed en bestuurd. Waar de beslissingen vooraf zijn ingeseind en keuzes gemanipuleerd. Een bestaan waarin het lijden bewust aan zwakkeren wordt toebedeeld opdat de sterken kunnen floreren. De ‘groten’ worden opgetild door goddelijke kracht, de ‘kwetsbaren’ genadeloos beroofd van hun illusies. De lezer wordt meegesleurd in een surrealistische werkelijkheid waarin een geraffineerd spel wordt gespeeld tussen gewetenloze wezens en hun uitverkoren slachtoffers. Dwalende mensen worstelen zich een slag in de rondte, de een nog destructiever dan de ander, tot uiteindelijk – een enkeling daargelaten – de roep van de dood hen de dunne huid afrukt, tot op het bot vernielt.

Vanaf de eerste pagina volgen we de krochten van hoofdpersoon Tony, een onzichtbare gedaante uit een soort van geestesgemeenschap. Zijn wereld – zo leert hij ons – verdeelt de mensen in stijgers en dalers. Dalers zijn ‘mensen die het niet kunnen laten alles wat ze opbouwen uiteindelijk kapot te maken’. Stijgers daarentegen zijn ‘van die mensen die wat er ook gebeurt aan de weg blijven timmeren.’ Tony – zangbreker van beroep – werkt voor een wereldwijde bureaucratische organisatie die dalers en stijgers een duwtje in de juiste richting geeft: stijgers naar de top, dalers in de afgrond. Tony ‘zit in dalers’, helpt mensen ‘zo mooi mogelijk (lees gruwelijk)’ naar de kloten. ‘Schroot sorteren. Claimen. Cashen. Quota halen.’ Ofwel: slachtoffers kiezen, doden scoren en optekenen. Daar draait het om. Binnen een mum van tijd zijn we getuige van de vele kostbare levens die Tony met zijn duivelse alomtegenwoordigheid in de ‘gewone’ wereld verwoest.

Het verhaal komt traag op gang. Deel één is een ware beproeving. De lezer wordt linea recta de collegebank in geslingerd. Het verschaft een duizelingwekkende hoeveelheid informatie over de inrichting van de geesteswereld en de organisatie waarvoor Tony werkt. Wetten, regels, geboden, verboden, cursussen, coaches – een staaltje maatschappijkritiek? – vliegen je pagina’s vol om de oren. Gelukkig valt er zo nu en dan ook wat te genieten tijdens de les, zoals in het aftands bordeel ‘Jacintha’s schaduw’ waar de eigenaar zijn animeermeisjes namen van wereldsteden heeft gegeven (‘Voor de prijs van een meisje krijg je een hele stad’) en waar de wanden zijn behangen met wijsheidstegeltjes (‘Jongens beginnen onderaan, meisjes onderop’).

In deel twee verlaat Trujillo de katheder en weet ze zich goed te herpakken. Familie Mus wordt ten tonele gevoerd en Tony – met groeiende lak aan de heersende wetten en regels – lijkt zijn eigen daling glansrijk te hebben ingezet. Zowel privé als professioneel loopt het gierend uit de klauwen én niet alleen bij hem. Gruwelijkheden volgen elkaar op in rap tempo. De destructiedrift is niet meer te stuiten want ‘suïcide is mooier dan het leven uitzitten waar je alleen nog dood zou willen’. Het levert schrijnende taferelen in zelfvernietiging op waarvan die van zoon Mus – zich volledig verliezend in internetporno, sadomasochistische chatcontacten en gaming – het meest luguber en verontrustend zijn. Een pareltje in zijn shit is de prachtig beschreven, beeldende – met cynische humor doorspekte – scène van de gesmoorde zelfmoordpoging. Ongeëvenaard – in mummiepak, verijdeld aan Jezus’ kruis. ‘Hij dacht dat hij een engel was tot hij merkte dat hij in plastic gehuld badend in het zweet lag. Engelen zweten niet. Hij probeerde de folie eerst af te wikkelen, maar dat was niet te doen. […] Hij liet zich op de grond zakken en bleef daar zitten als een Jezus die van zijn kruis gedonderd was.’

Trujillo wilde met De zangbreker – zo onthult ze in een interview – een ode brengen aan de dalers want ‘ze snapt niet waarom er altijd zo negatief over dalers wordt gesproken. Succesvol zijn en dalen sluiten elkaar niet uit. Denk aan Amy Winehouse.’ Zelf ook niet gespeend van enige zelfdestructie – jarenlang coke en alchoholverslaafd, min of meer gered door een hersenbloeding – was het deze gedachte die haar inspireerde tot het schrijven van dit boek want één ding moge duidelijk zijn ‘Het is oneerlijk te denken dat de dalers de zwakkeren zijn. Het is echt niet makkelijk jezelf van kant te maken.’ 

Een mooi streven! Maar hoe jammer dat Trujillo voor haar loflied een onnodig complexe setting heeft gekozen waardoor de boodschap geen weerklank vindt. In tegenstelling tot het fascinerende De terugkeer van Lupe Garcia, is De zangbreker een verhaal dat niet echt beklijft. Waar het de dalers had willen eren – de schoonheid van zelfdestructie had moeten tonen – lijkt Trujillo’s meesterlijke pen zelf te zijn geofferd aan de duale werkelijkheid.

 

Montevideo
Carolina Trujillo
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
ISBN: 9789021445991
320 pagina's
Prijs: € 19,95

Meer van Astrid van Wijngaarden:

16 maart 2015

De lezer een voyeur

Over 'Elders ' van Martijn Knol
27 januari 2015

Voel het water gestaag tot aan je lippen komen

Over 'Hoogvlakte' van Naomi Rebekka Boekwijt
17 november 2014

Droogkomisch avontuur als politiek pamflet

Over 'Haas en bedelaar' van Tuomas Kyro

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

1 september 2014

Oogst van de Week 21

1 september 2014

Recensie door: Rosalien Koster

Over 'Recensie: Annie Dunne ' van Carolina Trujillo
1 september 2014

Naar een rustig heenkomen voor de zoekende mens

Over 'Denken op de plaats rust' van Carolina Trujillo