25 maart 2016

't Jagthyus – Merijn de Boer

Een fabuleuze vertelling

Recensie door Ingrid van der Graaf

In een villa bij Loenen aan de Vecht, leeft Neeltje Bruinjaar in een symbiotische relatie met haar vijfendertig jarige zoon Binnert. Hoewel het landgoed familie-eigendom is van vaders kant (in bezit gekomen door een spelletje whist), is vader al lang uit beeld. Binnert was vanaf zijn geboorte wat ‘raar’ en Neeltje houdt haar zoon consequent voor dat hij niet goed is en nooit aan het openbare leven zal kunnen deelnemen. Dat er meer iets met moeder aan de hand is dan met de zoon, is al snel duidelijk. De zoon is welopgevoed, virtuoos harpspeler, en leest wel drie boeken naast elkaar, zeer trouw aan zijn moeder, maar geniet van kleine verzetjes zoals ‘badjas’ blijven zeggen tegen de voorkeur in van zijn moeders zegswijze van ‘kamerjas’.

“Mild verzet in een uitgestrekte jeugd vol gehoorzaamheid.”

Tot zover niets aan de hand, ze zouden voor altijd en eeuwig zo door kunnen leven. Dan ziet  Neeltje het item sekszorg voor gehandicapten in het Journaal voorbij komen. Ze had haar zoon wel eens iets bijgebracht over masturberen aan de hand van een stengel bleekselderij (die later in de soep ging, zo gaat dat bij De Boer) en ze had hem, met behulp van een passer, haar ‘binnenste’ laten zien: “(…) maar daar lag wat haar betreft dan ook echt de grens. Een moeder kon ook té dichtbij komen.” Dit wordt in zo vanzelfsprekend en mooi proza verteld dat je er even bij stil moet staan. Het nog eens lezen, en dan komt de humor goed aan.

Aanvankelijk leek het even of Merijn de Boer (1982) zijn dolle, jonge honderigheid voorbij is, want de personages in zijn tweede roman zijn behoorlijk consequent. Dat was wel anders in zijn debuutroman De nacht, waarin de protagonist een grote fantast en leugenaar is. Maar denk aan de vos, die wel zijn haren verliest maar (gelukkig) niet zijn streken. Zijn proza is wat meer glad getrokken maar hij blijft volstrekt onvoorspelbaar in zijn vertellingen. De Boer fantaseert er met een lust op los die aanstekelijk werkt. Dat maakt van deze  roman een fabuleuze vertelling, die zowaar een moraal in zich herbergt.

Rendez vous

Vera is een jonge vrouw van midden twintig haar master geschiedenis heeft ze in Oxford gedaan. Ze wil een volwassen leven en een kind maar vindt de ware niet. Ze leert een voormalig prostituee kennen die de zorginstelling de ‘Drie Gezusters’ heeft opgericht, waarvan de slogan luidt: Futuimus ad vostram sanitaten, ofwel: ‘Wij vrijen voor u gezondheid.’ Het klantenbestand van de organisatie bestaat voornamelijk uit verstandelijk gehandicapten. Vera gaat voor hen werken en maakt in die hoedanigheid kennis met Neeltje Bruinworst, die haar uitnodigt voor een kennismakingsgesprek in ’t Jagthyus. Van de zoon vangt ze een glimp op, verborgen achter een gordijn.

Binnert stond achter het gordijn terwijl ik kennis maakte met zijn moeder. Ze wist niet dat hij daar stond en ik had het aanvankelijk ook niet door. (…) De zoom kwam tot zijn kuiten: hij droeg een gele broek, rode sokken en bruinrode brogues. Waardoor het leek alsof het gordijn voeten had.

Een week later volgt het rendez vous  tussen klant en zorgverlener en zo gauw Vera hem ziet weet ze dat ze hem nooit meer zal laten gaan. Eindelijk de perfecte man: een intelligente geest in een goddelijk lichaam. Vanaf dat moment ontstaat er een strijd tussen moeder Neeltje en Vera om de exclusieve aandacht van de zoon.

“Ik was alleen maar op hem gericht, op hem, op hem – met zijn mooie ogen en sterke lichaam. En ik heb hem helemaal voor mij alleen, dacht ik, niemand weet dat hij bestaat.”

De weddenschap

Vera droomt ervan met hem op de bagagedrager op het voorwiel van haar fiets, door Amsterdam te fietsen. Ze dringt op een avond de villa binnen en installeert zich op de kamer van Binnert terwijl die beneden met zijn moeder tv kijkt. Het is een sprookjesachtige passage, die de sfeer van Blauwbaard oproept als Vera om het wachten te bekorten, over de bovenverdieping zwerft en deuren opent waar ze niets te zoeken heeft. Het lukt haar uiteindelijk hem het huis uit te krijgen.

Een verhaal uit de Russische literatuur dient als leidraad voor het leven van Binnert. Hij leest De weddenschap van Tsjechov gedurende vijfentwintig jaar, steeds weer opnieuw, waarin een jurist twintig miljoen roebel kan winnen als hij zich vijftien jaar laat opsluiten in het tuinhuis van een bankier. Verstoken van de buitenwereld. Met een muziekinstrument en alle boeken die hij wil lezen. Als hij na vijftien jaar de weddenschap wint, doet hij afstand van de twintig miljoen. De jaren in afzondering hebben hem meer wijsheid en levensinzicht gebracht, dan hij daar buiten ooit had kunnen vinden. En dan wordt je door De Boer een stukje van de ‘duidingspuzzel’ toegeschoven als hij schrijft: “Dit verhaal uit 1899 diende als verantwoording voor zijn bestaan.”

Binnert leefde zijn leven als in De weddenschap maar droomde ervan aan het openbare leven te kunnen deelnemen. Wanneer het zo ver is en Vera hem meeneemt, mist hij zijn ‘binnenhuis’ leven. Na een paar dagen houdt hij het niet meer uit. Hij verlaat Vera en gaat op weg naar huis waarbij hij in zijn naïviteit de ongelukkige keuze maakt over het spoor terug te lopen. Maar misschien was het uiteindelijk de juiste keuze voor hem, want zijn leven zou nooit meer zijn zoals voorheen. Met het ongeluk dat Binnert tegemoet loopt, komt de volgende gedachte vrij: Waar twee vechten om een been gaat de derde ermee heen. Waarbij in deze de derde, dezelfde is als waarom gevochten werd.

Arjan Peters schreef in zijn column (VK 19 maart) over dure schrijfcursussen op verre eilanden waar het schrijven niet te leren valt. Schrijven leer je door te lezen aldus Peters. Waaraan toegevoegd kan worden: Blijf lekker thuis en lees Merijn de Boer, een schrijver die alle schrijfconventies overboord gooit. Hij zou bij wijze van spreken een mus van het dak laten vallen zonder dat daar verder enige betekenis aan hoeft te worden gehecht. En dat levert heerlijk proza op.

De moraal van dit verhaal voor wie het wil: ‘Liefde is niet voor de heb.’ Laat dat een les zijn voor de Vera’s en Neeltjes onder ons.

 

't Jagthyus
Merijn de Boer
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021400280
237 pagina's
Prijs: € 18,99

3 reacties

  • behoorlijk prachtig beschreven, maar dan toch wel zo dat ik het boek niet ga lezen.
    Even zo goed een uitstekende recensie.
    Compliment

  • Rob Rand zegt:

    Dit boek was voor mij een geweldige leeservaring, spannend tot het laatst, jammer dat de recensent het eind verklapt voor degenen die dit boek van plan waren te lezen.

    • Ingrid Van der Graaf zegt:

      Ik denk dat voor wie het boek nog wil gaan lezen er niets teveel wordt prijsgegeven. Voor wie het boek gelezen heeft, weet wat er bedoeld wordt. Goede of slechte afloop blijft aan de lezer. In het boek zit geen plot dat vrijgegeven kan worden, maar het is wel, zoals je schrijft: een ‘fantastische’ leeservaring. Zoals alle boeken van Merijn de Boer.
      Groet, Ingrid





 

Meer van Ingrid van der Graaf:

22 november 2016

Ongelooflijk sterk verhaal

Over 'Noodweer' van Marijke Schermer
4 november 2016

Een tros rondborstige... verhalen en kronieken

Over 'Tirade' van redactie: Daan Doesborgh - Roos van Rijswijk - Anja Sicking - Wytske Versteeg en Marko van der Wal
30 september 2016

Teksten als legeringen

Over 'Terras#10 Metalen' van onder redactie

Recent

19 januari 2017

Lawaaidichter en lawaaimakers

Over 'Radeloos en betoverd' van Pat Donnez
18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris
16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann
12 januari 2017

Een blik in de spiegel

Verwant

25 maart 2016

Merijn de Boer daagt de lezer uit

Over 'De nacht' van Merijn de Boer