15 september 2016

De vrouw van mijn dromen

Door Rob van Dam

Aan de muur van mijn werkkamer hangen landkaarten. De wereldkaart omdat hij zo mooi is, de kaart van Duitsland omdat ik de deelstaten maar niet kan onthouden en de kaart van Canada omdat mijn zoon er woont.

Vroeger waren het popsterren die het behang bedekten, de middenpagina’s van de Muziek Expres met daarop de tronies van Beatles, Motions, Kinks en andere idolen van de jaren zestig.
Nu heb ik geen idolen meer. Volwassen worden, of proberen te zijn, houdt nu eenmaal in dat je je afgoden afzweert, en dat is per slot van rekening wat ‘idolen’ betekent.
Toch hangt er nog één portretje. Het is een ingelijste Finse postzegel met daarop de vrouw van mijn dromen. Niet om haar uiterlijk, niet om haar prestaties. Ze draagt slechts een keukenschortje en heeft een handtas vast, en zo hoort het, want het is Mamma Moem. Ze is een trol, schepping van Tove Jansson, de Finse schrijfster en tekenares.

Tussen 1945 en 1970 schiep Tove Jansson in strips, prentenboeken en geïllustreerde kinderboeken – ‘voor kinderen van 8 tot 88’ – de wereld van de Moemvallei en zijn bewoners. Ook schilderde ze en schreef ze autobiografische boeken. Daarvan zijn Zomerboek en De dochter van de beeldhouwer in het Nederlands verkrijgbaar. Ze schreef in het Zweeds, de tweede taal van Finland, waar ze een nationale figuur van de eerste orde is. Postzegels, pretparken, musea, serviesgoed. Ze stierf in 2001.

Toen ik op de lagere school zat, zo rond 1960, las ik de Moem-strip in Het Vaderland, een krant die allang niet meer bestaat. Ik wist niet dat de Moems trollen waren, ze zien er nogal vormeloos uit.
Toen ik later de Moem-boeken ontdekte, in de Zwarte Beertjes serie van Bruna, bleken sommige figuurtjes andere namen te hebben gekregen. Wiesje heette opeens Snorkmeisje. De boeken waren buitengewoon goed vertaald door Cora Polet. Ik heb ze nog. De enige fanbrief die ik in mijn leven heb geschreven was aan haar gericht, om te vertellen hoezeer ik genoot van haar vertalingen. Die uitgaven zijn niet meer in de handel, maar gelukkig geeft Uitgeverij Clavis de boeken nu uit, in een nieuwe vertaling. Weer zijn de namen veranderd. De trollen heten nu Moemins, zoals ze in de Engelse vertaling Moomins heten en in het origineel Mumintroll. Laat de vertalers maar begaan, voor mij zal Moem nooit Moemin heten.

Mamma Moem. Als ik haar zie, besef ik dat de wereld soms goed is. Zij is zowel kind met de kinderen als wijze toeverlaat en rots in de branding. Nooit vindt ze iets gek en nooit is ze braaf. Ze is volstrekt onburgerlijk. Zij vertegenwoordigt, om met Jacques Bloem te spreken, ‘een liefde als kamermuren, als lamplicht om het hart’. Dank zij haar is de Moemvallei een beschutte wereld, waarin je wel kunt griezelen en verdwalen maar waar je er nooit aan hoeft te twijfelen of je veilig thuis komt.

Wat heeft er voor gezorgd dat ze na een halve eeuw nog mijn wand siert? Natuurlijk, de verhalen zijn origineel en hartveroverend. De illustraties zijn subliem. Maar er is meer: indertijd, toen de jongenskiel, om op Beets te variëren, niet zo heel zalig om mijn schouders gleed, las ik die strips niet in mijn eentje. Mijn grootmoeder las ze ook. Zij genoot er net zo van als ik en samen hadden we plezier in het fantaseren over de afloop. Ik herinner me dat ze enthousiast was over Mamma Moems oplossing voor de afwas: opsparen tot het regent en dan buiten zetten. Dat Wiesje, het Snorkmeisje, slechts gekleed ging in een enkelband vond ze bijzonder gewaagd. Wanneer ik op zomerkamp moest, knipte oma de stripjes voor me uit en kreeg ik ze toegestuurd.

Ze schoten wortel, de verhalen en de figuurtjes, de tekeningen en de sfeer en, jawel, de ‘wereldbeschouwing’ van de Moems. Dat is namelijk de grote winst die je als lezer meekrijgt: een besef dat het leven niet per se uit stress, loonslavernij en statusangst hoeft te bestaan en dat de wereld op orde is. ‘Ik wil alleen maar in vrede leven, aardappels planten en dromen’, zegt Moem.
Daar komt natuurlijk vaak wat tussen, u weet wel: wetten en praktische bezwaren en de slijtage van het bestaan. Wat de familie Moem belichaamt is een realistisch ideaal en geen wensdromerij.Dat ene postzegeltje valt in het niet bij m’n landkaarten. En zo hoort het misschien ook. Een mens moet zich niet afsluiten van de reële wereld. Maar de droom van een wereld die een veilige woning is, wil ik niet kwijt. Daarom hangt Mamma Moem boven mijn bureau.

Soms, als ik opkijk van mijn werk, zie ik haar daar en dan denk ik aan mijn oma, die deze maand 124 zou zijn geworden:

Maar het gelukkigst is misschien wel Moem die met zijn mamma door de tuin naar huis loopt, juist op het moment dat de maan in de morgenschemering verbleekt en de bomen zachtjes wiegelen op de ochtendwind die uit zee komt. Nu daalt de koele herfst in de Moemvallei. Want anders kan het immers geen voorjaar worden.

(Uit: De hoed van de tovenaar, 1948)

 

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

04 juni 2007

"In Weg met het deeltijdfeminisme! is het meest urgente uit Mees’ columns over vrouwen, ambitie en werk bijeengebracht."

"In Weg met het deeltijdfeminisme! is het meest urgente uit Mees’ columns over vrouwen, ambitie en werk bijeengebracht."

Maar wat is voor Heleen Mees het meest urgente?

Zij stelt dat in Nederlands te veel hoogopgeleide vrouwen werken in deeltijd,in inferieure banen blijven steken en zelf het leeuwendeel van het huishouden doen.

Mees vergelijkt de Nederlandse vrouw met de Amerikaanse vrouw (Mees woont in New York) Deze werken 36 uur per week tegenover de Nederlandse vrouw die 24 uur per week werkt.

Lees meer