21 oktober 2014

De vrouw op de trap – Bernhard Schlink

Betoverend mooi

Recensie door Angèle van Baalen

‘Ik wilde mijn oude leven niet meer. Ik had me verheugd op een nieuw leven. Ik had gedaan alsof het een leven met haar zou zijn.’

De Duitse jurist en schrijver Bernard Schlink laat opnieuw zien dat verbeeldingskracht in combinatie met goed verzorgd proza kan leiden tot een weergaloos mooie en betoverende roman.

De roman heeft een heldere opbouw: het eerste deel zet boeiend uiteen wat voorafgegaan is aan het moment dat het hoofpersonage voor het eerst na veertig jaar het schilderij ‘De vrouw op de trap’ ziet. Hoewel het grotendeels verhalend van karakter is, wordt het toch nergens saai, wat mede te danken is aan het heen en weer flitsen tussen veertig jaar geleden en het heden in het verhaal.

Een niet meer zo jonge Duitse advocaat met een glansrijke carrière is voor juridische onderhandelingen in Australië en krijgt het verzoek een schilderij te komen bekijken. Dit schilderij is na veertig jaar zoek te zijn geweest onlangs in bruikleen gegeven aan de Art Gallery in Sydney. Irene, de ‘eigenaresse’ van dit beroemde schilderij, brengt niet zonder reden het doek naar buiten: zij, de geportretteerde jonge vrouw die naakt de trap afdaalt, is terminaal ziek. Ze weet dat de drie mannen die vroeger een grote rol hebben gespeeld in het conflict met betrekking tot het schilderij èn de afgebeelde vrouw, gretig op het schilderij zullen afkomen; en dat zij er alles aan zullen doen om haar te vinden. De mannen om wie het gaat zijn: haar toen al wat oudere echtgenoot, de succesvolle zakenman Gundlach, die de opdracht voor het schilderij had gegeven en het niet kon verkroppen dat Irene er met de schilder vandoor ging en daarom keer op keer ‘De vrouw op de trap’ vernielde; de schilder Schwind, die later wereldberoemd zou worden en er geen moeite mee had zijn minnares te verruilen voor zijn schilderij; verder de beginnende, ambitieuze advocaat die het contract van deze ‘ruil’ opstelde en die Irene – op wie hij inmiddels hopeloos verliefd was geworden – op de hoogte stelde van de gesloten overeenkomst tussen man en minnaar. Dank zij de hulp van de advocaat ontsnapt Irene met het schilderij en vanaf dat moment is en blijft zij spoorloos.

Hevig ontroerd na het zien van het schilderij laat de advocaat uitzoeken waar Irene zich bevindt. Hij annuleert zijn terugvlucht, want hij wil niets liever dan deze vrouw opnieuw zien en van haar horen waarom zij hem zonder een woord te zeggen, heeft laten zitten. In afwachting van wat dit onderzoek oplevert, geeft hij zich over aan zijn herinneringen: zijn eerste kennismaking met Irene, met de kinderlijke schilder en de cynische echtgenoot; de diefstal van het schilderij en de vlucht van Irene; zijn huwelijk waarvan hij op dat moment nog niet inziet dat het geen succes was. (Toen hij van de politie vernam dat zijn vrouw zich had doodgereden tegen een boom, terwijl zij dronken achter het stuur zat, snapte hij in al zijn rechtlijnigheid niet waarom zijn vrouw aan de drank was. Hij had toch altijd het meest verkieslijkste gedaan? Had hij zijn kinderen niet voor hun eigen bestwil naar een internaat in Engeland gestuurd?)

In het tweede deel waarin de spanning meteen wordt opgevoerd, wordt een eerste aanzet gegeven tot de karakterontwikkeling van de advocaat. Hij komt als eerste aan in de baai, waar Irene zich teruggetrokken heeft, een uur varen vanuit de ‘bewoonde’ wereld. Hun eerste gesprekken verlopen uiterst moeizaam. Tenslotte vertelt Irene waarom zij besloot te verdwijnen: zij had er genoeg van zich een rol te laten opdringen. ‘Nu sprak ze met openlijke minachting. “Voor Gundlach was ik de jonge, blonde, fraaie trofee waarvan alleen de verpakking van belang was. Voor Schwind was ik inspiratie, ook daarvoor volstond de verpakking. Toen kwam jij. De derde stompzinnige vrouwenrol; na het vrouwtje en de muze kwam de in gevaar verkerende prinses die door de prins wordt gered. Opdat ze niet in handen van de schoft valt, neemt de prins haar in zijn handen. Want in de handen van een man hoort ze nu eenmaal.”‘
Een paar dagen later arriveren Gundlach en Schwind. Het geruzie over het schilderij begint hier weer van voren af aan en al gauw blijkt dat schilder en ex-echtgenoot geen haar veranderd zijn en nog meer dan vroeger van zichzelf overtuigd zijn. Dat Irene ernstig ziek is, lijkt hen niet te raken. En zodra zij hun duidelijk maakt dat er bij haar niets te halen valt (zij heeft het schilderij inmiddels geschonken aan het museum), maken de twee zich snel uit de voeten. De advocaat daarentegen laat zijn hart spreken en gaandeweg, terwijl hij haar liefdevol verzorgt en zij zich laat verzorgen, bloeit er iets moois op tussen hen. Mooi en ontroerend zijn de passages waarin een trap voorkomt: ‘Ze keek mij aan en ik sloeg mijn rechterarm om haar heen, ondersteunde haar met mijn linker en hielp haar de trap op.’
(Inmiddels zijn we in het derde deel beland.)
De twee naderen elkaar zo dicht als mogelijk is gegeven de omstandigheden, totdat Irene sterft en de advocaat in alle eenzaamheid achterblijft. De schrijver heeft er dan inmiddels wél voor gezorgd dat de lezer de advocaat een plaatsje in zijn hart heeft gegeven.

Zonder het al te dik erbovenop te leggen heeft Schlink in zijn roman elementen van een klassieke tragedie gelegd, waarbij vooral dit element in het oog springt: de (anti-)held die buiten zijn schuld, maar door zijn karakter en het daaruit voortvloeiende gedrag in het ongeluk wordt gestort, en helaas pas tot inzicht komt als alles verloren is. In de roman is de advocaat onze (anti-)held. Op juridisch terrein wordt alles wat hij aanpakt een groot succes. Maar op het menselijk vlak brengt hij niets klaar. Doordat hij de mensen in zijn onmiddellijke omgeving niet begrijpt en slechts kan oordelen en veroordelen (hij had liever rechter willen worden), verliest hij zijn vrouw, heeft hij geen contact met zijn kinderen en is hij zonder vrienden. De lezer is getuige van het pijnlijke proces dat de advocaat doormaakt wanneer het eindelijk tot hem doordringt dat zijn leven tot dan toe ongelukkig is geweest en dat hij zelf daarvoor verantwoordelijk is. (‘Van meet af aan was er een glazen ruit die ervoor zorgde dat ik de anderen niet werkelijk bereikte, niet mijn vrouw, niet mijn kinderen, niet mijn vrienden. Ik was altijd op mijzelf geweest. Ik moest alweer – maar de vorige avond had ik al genoeg gehuild.’)

In een tijdsbestek van veertien dagen – hij maakt expliciet melding hiervan wanneer hij zich realiseert dat sinds zijn aankomst in de baai en de dood van Irene, precies veertien dagen zijn verstreken – heeft de advocaat door de gesprekken met Irene zichzelf leren kennen en weet hij één ding zeker, namelijk dat hij zijn oude leven niet meer wil.

Thuisgekomen in Duitsland gaat de advocaat verder op de ingeslagen weg: ‘Vandaag zou ik naar het kerkhof gaan en met mijn vrouw praten. Ik wilde om vergeving vragen.’

Alle lof ook voor de vertaalster Gerda Meijerink die een prachtige vertaling maakte waardoor niets van de stijl en de sfeer van het origineel verloren is gegaan.

 

 

De vrouw op de trap
Bernhard Schlink
Vertaling door: Gerda Meijerink
Verschenen bij: Cossee, Uitgeverij
ISBN: 9789059365254
288 pagina's
Prijs: € 19,90

Meer van Angèle van Baalen:

22 juni 2015

Hoe overleef ik mijn slaven?

Over 'Handboek slavenmanagement ' van Marcus Sidonius Falx
18 maart 2015

Schrijnende roman over het leven van contractkoelies

Over 'Njai Inem ' van Barney Agerbeek
19 februari 2015

Treurnis, weemoed en melancholie in adembenemend proza

Over 'Een avond bij Claire ' van Gajto Gazdanov

Recent

24 januari 2017

Eendimensionaal verhaal in fraaie beelden

Over 'De man van nu' van Hanco Kolk, Kim Duchateau
23 januari 2017

Het verlangen elders te zijn

Over 'Stromen die de zee niet vinden' van Rob Verschuren
20 januari 2017

Openhartig over lotsbestemming

Over 'Het visioen aan de binnenbaai' van Oek de Jong
19 januari 2017

Lawaaidichter en lawaaimakers

Over 'Radeloos en betoverd' van Pat Donnez
18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten

Verwant

21 oktober 2014

Geloofwaardige leugens

Over 'Zomerleugens ' van Bernhard Schlink
21 oktober 2014

De eerste zwaluw - William Maxwell

Over 'De eerste zwaluw' van Bernhard Schlink
21 oktober 2014

Dichtbij maar onbereikbaar

Over 'Hoger dan de zee ' van Bernhard Schlink