20 juni 2016

De vluchteling

Door Adri Altink

Afgelopen weekend, een dag voor Wereldvluchtelingendag was de Nacht van de Vluchteling, een sponsorloop voor de Stichting Vluchteling die sinds 2010 wordt georganiseerd. Dit jaar werd als extra middel om inkomsten binnen te halen, een nieuwe versie van Iedereen is van de wereld van Thé Lau uitgebracht door The Scene. Het was een idee van Hadewych Minis, een van de uitvoerenden. “Het lied roept op tot verbroedering en solidariteit en sluit naadloos aan op de boodschap die de Nacht van de Vluchteling uitdraagt”, vermeldde het persbericht. Dat valt niet tegen te spreken (al gebeurt dat wel door schreeuwers die tegen alles zijn wat vluchtelingen een warm hart toedraagt). Het lied erkent dat vluchtelingen recht hebben op dezelfde wereld als waarop wij aanspraak maken.

Over vluchtelingen is al vaak gezongen. Zo is er uit 2004, ook van Thé Lau, die het toen met Yasmine opnam, De partizane. Het was een Nederlandse bewerking van Le Chant Des Partisans door Anna Marly uit 1943, dat een tijd zo populair was dat het naar voren geschoven werd als vervanging van de Marseillaise. Herman van Veen zette in 1970 een Nederlandse versie van hetzelfde lied op de plaat onder de titel De vluchteling. Hij maakte van de laatste strofen:

En in Warschau of in Praag
1940 of vandaag
er is geen verschil
voor wie op de vlucht is

Hoor de wind, de wind die fluistert
en belooft als je goed luistert
dat er vrede komt
misschien vandaag of morgen

Wie opgegroeid is met de hartverscheurende Mauthausenliederen van Theodorakis zal De vluchteling van Liesbeth List kennen met de regels ‘En over land en over zee wil ik naar huis’, ongetwijfeld de diepste wens van menigeen die elders asiel zoekt voor oorlogsgeweld in eigen land. Over de angst te moeten vluchten zong Willem Vermandere in 1993. En van Freek de Jonge is er het deel De vluchteling uit zijn programma De Grens uit 1999. Het geknuffel met vluchtelingen werd ten tijde van de jongste Balkanoorlog op de hak genomen door Rick Dros, die zong:

Ik heb een vluchteling uit Sarajevo
Hij zegt al keurig: eet oe smakelijk mijnheer
Met angst en beven kijk ik naar het nieuws
Ja misschien wordt het daar binnenkort wel vrede
Nou dan hou ik hem wel even aan het lijntje
Met een video van een paar journaals geleden

Dan heb ik het alleen nog maar over hoe Nederland in de liedkunst met vluchtelingen omgaat. Het is de toonzetting van de drang om te helpen en tegelijk van de onmacht en de wens dat dit leed ooit ophoudt.

Ik zou deze opsomming van het vluchtelingenrepertoire niet begonnen zijn, als ik niet toevallig in de dagen dat The Scene met de nieuwe versie van Thé Laus lied kwam, een boek herlas dat me ooit een illusie armer maakte. Het is Kanttekeningen bij Hitler van Sebastian Haffner. In een bevlogen betoog schrijft hij:

Een vluchtige blik op de wereldgeschiedenis, zowel voor als na Hitler, leert ons (…) dat de oorlog net zomin uit het statensysteem te verbannen is als de stoelgang uit het biologisch systeem van het menselijk lichaam.’

Een verre echo van de befaamde opvatting die Carl von Clausewitz al in 1832 de wereld in zond – zij het in een militair-strategische context: ‘Oorlog is de voortzetting van politiek met andere middelen’.

Daarom getuigen de slotwoorden van het lied van Herman van Veen misschien wel minder van geloof in wat de wind fluistert, dan van hoop tegen beter weten in. In elk geval zijn ze een erkenning van de onontkoombaarheid van het probleem. Net als alle soortgelijke liederen. Het helpt dan ook niet om te roepen dat de grenzen dicht moeten voor de asielzoekers van nu. Er zal altijd oorlog zijn (Clausewitz, Haffner), er altijd vluchtelingen zijn. Houden we ze vandaag tegen, dan komen ze morgen opnieuw. Als we onze eigen vesting barricaderen, sluiten we ook ons zelf op. Wie zijn grenzen sluit, sluit zijn ogen voor de droevige werkelijkheid die steeds opnieuw zal aankloppen. Misschien mogen we, in plaats van gillen dat een AZC niet welkom is, de regels uit een lied van Claudia de Brij fluisteren:

Als de oorlog komt,
En als ik dan moet schuilen,
Mag ik dan bij jou?

 

Nacht van de vluchteling 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zie: https://www.nachtvandevluchteling.nl/
En: http://www.wereldvluchtelingendag.nl/

Recent

27 maart 2017

Pulp of kunst

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 april 2007

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

Een westerse vrouw, met Nederlandse wortels, wordt opgenomen in een subgemeenschap in het Islamitische Jordanië. Een verhaal dat een deel van het Midden-Oosten belicht op een manier die zeer welkom is in Nederland op dit moment. Niets van het nu heersende beeld van onderdrukte vrouwen in het Midden-Oosten. Maar een avontuurlijk levensverhaal over een vrouw die, door zichzelf te zijn en te blijven, met haar eigen karakter wordt opgenomen in de gemeenschap en daar een belangrijke rol speelt in de gezondheidsvoorziening.

Lees meer