11 november 2014

De val van Jakob Duikelman – Annemarieke Samson

Jakob, Disi en Jimi

Recensie door Evert Woutersen

Jakob Duikelman werkt als buitengewoon opsporingsambtenaar, afdeling Oorlogsmisdaden bij het OM. Op kantoor voert hij niets uit. Onder werktijd plaatst hij reacties op medische fora en op Facebook. Hij zoekt de scheidslijn tussen een reactie die mag blijven staan en een reactie die wordt verwijderd. Bij een pedofielenvereniging schrijft hij dat ze van hem allemaal de kogel kunnen krijgen.
Bij lezingen vertelt hij over het verhoren van oorlogsmisdadigers en hij sluit vaak af met een opmerking over nazi’s. ‘Jakob weet dat vergelijkingen met nazi’s het altijd goed doen’.

We leren Jakob kennen als hij als op de trein staat te wachten, op weg naar het ziekenhuis. Hij luistert naar ‘Hey Joe’ van Jimi Hendrix. ‘Wie hem daar ziet staan zou misschien niet denken dat er in Jakob weinig anders omgaat dan paniek. Want aan Jakobs uiterlijk valt meestal weinig af te lezen.’

‘Ik ben Jakob, ik hou van bier en vrouwen,’ zegt hij ’s ochtends tegen zijn spiegelbeeld. ‘Ik heb geen hobby’s en geen principes. Ik heb een mooie vrouw, beter kan ik niet krijgen. /…/ Ik heb een fijne baan met een keurig salaris, waarvoor ik maar weinig hoef te doen. Ik heb een mooie, slimme dochter, die het goed kan vinden met mijn nieuwe vrouw.’ Wat kan een mens zich nog wensen?

Maar Jakob tobt al jaren met zijn gezondheid. Hij vertelt zijn vrouw dat hij met zijn vriend Sander een weekendje weg wil. In werkelijkheid moet de wildgroei in zijn darmen weggesneden worden. De bestralingen krijgt hij na werktijd. Het gaat alras slechter met hem – uitzaaiingen, stadium 4, geen behandelmogelijkheden.

Uit zijn eerste huwelijk met een Nigeriaanse heeft Jakob een dochter, Disi. Hij heeft haar toen ze acht was achtergelaten bij zijn gestoorde boze ex-vrouw. Daarover heeft hij ‘een gevoel van schuld, dat rondzoemde als een hongerige mug in zijn gedachten’. Als Disi twaalf is, belt zijn ex op: ‘Ik hoef haar niet meer’. Disi: ‘Papa, ik kom bij jou wonen’. Jakob koopt een nieuw huis aan de Boterbloemkreek, met een kamer op zolder voor zijn verloren en teruggekeerde dochter.

Disi Dunkelman houdt van de muziek van Kurt Cobain en Jimi Hendrix, muzikanten die stierven op hun zevenentwintigste. Van Cobain is bekend dat zijn ouders uit elkaar gingen toen hij een jaar of negen was, ongeveer net zo oud als Disi toen Jakob bij zijn eerste gezin vertrok. Disi zet op haar blog een quote van hem ‘I hate myself and want to die’. Jakob leest deze tekst in de blog van zijn dochter en interpreteert dat als zwartgallige humor. ‘Ze is een kind van haar vader’, denkt hij trots.
Net als haar vader luistert Disi vooral naar de muziek van Jimi Hendrix. Jakob heeft al zijn platen en Disi vindt ‘Castles made of sand‘ zijn mooiste nummer. Ze zet zijn muziek hard aan als ze zich rot voelt (‘best wel vaak de laatste tijd’) en dan schrijft ze in haar dagboek over de dingen die haar dwarszitten.

Op haar zestiende wordt ze obsessief verliefd op de Nigeriaanse asielzoeker ‘Be Free’, de schoonmaker op haar school. Ze denkt dat zij alles is voor hem, maar hij blijkt getrouwd. Disi zoekt zijn vrouw op en er volgt een heftige confrontatie. Op haar vlucht naar Oma treft ze haar vader, maar ze vertelt niet wat zij heeft gedaan. Samen reizen ze naar Barneveld. ‘Woont Oma hier echt?’ vraagt Disi. Het huis ligt grijzig voor hen, enigszins dreigend. ‘Ga niet, zwiepen de kale takken in de bomen. Ga weg, ruisen de bladeren van de hulststruik.’

Beroepshalve krijgt Jakob te maken met Be Free: hij verhoort hem over zijn rol als ronselaar van kindsoldaten. Jakob laat zich provoceren en slaat de asielzoeker het ziekenhuis in. Hij wordt gearresteerd en krijgt huisarrest in afwachting van zijn ‘zaak’. Bij  het OM kan hij niet blijven werken. In het hoofdstuk ‘Handdruk’ wordt zijn afscheidsreceptie op een vrijdagmiddag beschreven, de standaardspeech, de schalen bittergarnituur. ‘Afscheidsreceptie 2, concludeert Jakob. Want met bittergarnituur én kaasblokjes. De luxe variant.’ Mooi ook is het gebruik van de typische kantoortaal. Jakobs afscheid valt onder ‘de plaatsmakingsregeling in het kader van het ‘overheid verjongt, Justitie 2017’ verandermanagementprogramma’.

Er is veel media-aandacht voor de zaak Duikelman, de ambtenaar die een ‘onschuldige’ asielzoeker in elkaar heeft geslagen. De extreme reacties komen overeen met wat Jakob zelf ook altijd op fora plaatst. Hij kan ‘de kogel krijgen’. De pers noemt hem ‘Jakob D., de Boterbloemnazi‘. Veel ongenuanceerde reacties van ‘reaguurders’ die met haat en agressie reageren.

Het boek heeft een motto van Epicurus, ‘De dood is niet voor ons’. Jakob denkt er na de diagnose zo over: ‘De dood, het is niets voor hem’. Hij wil nog een paar mooie jaren hebben, hij vreest de dood niet. Volgens Epicurus is het onzinnig de dood te vrezen – ‘zolang wij er zijn, is de dood er niet, en wanneer de dood gekomen is, zijn wij er niet meer’. Jimi Hendrix zou zingen ‘And so castles made of sand, fall in the sea, eventually’.

Anne-Marieke Samson speelt met haar romanpersonages volgens het procedé dat W.F Hermans beschrijft in zijn essay Antipathieke romanpersonages. Ieder mens interpreteert de waargenomen werkelijkheid op zijn eigen wijze en legt eigen verbanden. Dit geldt ook voor de personages in dit boek. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van o.a. Jakob, Mai en Disi. Elk personage heeft een eigen kijk op de gebeurtenissen. Door het meervoudig perspectief weet de lezer meer dan de afzonderlijke figuren in het boek. Maar het zorgt ook voor afstand tot de personages. De lezer heeft weinig mededogen met Jakob. Ook omdat hij wordt neergezet als een bevooroordeelde, egoïstische man.

‘Duikelman’ doet qua naamgeving denken aan ‘Somberman’ van Remco Campert. Net als Somberman voert Duikelman de hele dag niks uit. De vergelijking met De val van Marga Minco dringt zich op. Niet alleen door de titel, maar ook door het gebruik van het meervoudig perspectief en de manier waarop de hoofdpersonen aan hun einde komen.

Samson heeft oog voor detail en mooie beelden. Zo beschrijft ze het huis van Jakobs moeder: ‘De ramen op de begane grond zijn groot en donker, als de zwarte plekken in een gehavend gebit’. De huiskamer ligt vol met stapels kranten en dozen met bedorven spullen. Van buiten ziet het huis er ‘grijzig’ uit. Binnen is het ook grijs – op de vensterbank staan ‘bestofte vetplanten’ en in de hoeken liggen ‘stofwolken als kleine dode dieren’.
Knap verwerkt in het boek zijn de directe en indirecte verwijzingen naar de songteksten van Jimi Hendrix.  ‘Hey Joe’, ‘Castles made of sand’, ‘Voodoo Child’.
Samson beschrijft de soms karikaturale kanten van het werken op een kantoor en hoe extreem reacties in de (sociale) media kunnen zijn. Niet diepgravend allemaal, eerder vermakelijk en onderhoudend. Het boek heeft een lichte toon, met kenmerken van een sprookje. De gemene, boze ex-vrouw, de manier waarop het huis van Oma is beschreven.

Een mooi debuut.

Anne-Marieke Samson (1981) werkt als adviseur voor het ministerie van Veiligheid en Justitie.  Ze schrijft blogs voor Tirade.nu (met o.a. inkijkjes in de totstandkoming van het boek).

 

De val van Jakob Duikelman
Annemarieke Samson
roman
Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN: 9789029589505
304 pagina's
Prijs: € 22,50

Meer van Evert Woutersen:

8 juni 2017

Vertaling jeugdwerk Paustovski herzien

Over 'De romantici' van Konstantin Paustovski
16 februari 2017

Clarice – de Braziliaanse Kafka

Over 'Clarice Lispector' van Benjamin Moser

Recent

25 juli 2017

Een Limburgse Rémi

Over 'De dagen' van Frans Budé
21 juli 2017

Vast in het ijs

Over 'Dwars door het ijs' van Cormac James
19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

Over 'Wonderwezens' van Ingrid Biesheuvel, John Rabou
17 juli 2017

Terug naar vroeger

Over 'Hier kom ik weg' van Annette Maas
14 juli 2017

Het barre landschap van de menselijke geest

Over 'Beest' van Paul Kingsnorth

Verwant

11 november 2014

Boeiende biografie met goed gekozen citaten

Over 'Dichter bij Dordt. Biografie van C. Buddingh'' van Annemarieke Samson
11 november 2014

Niets in de wereld zal ooit veranderen 

Over 'De karaokeoorlog' van Annemarieke Samson