16 september 2014

De tijdelijke gentleman – Sebastian Barry

Ik heb de goden van de waarheid aangeroepen en zij hebben me nu in hun macht.

Recensie door Hella Kuipers

 De Ierse schrijver Sebastian Barry heeft al meer boeken over de McNulty-familie geschreven. Zo gaat De geheime schrift over de schoonzuster, en De omzwervingen van Eneas McNulty over de broer van de hoofdpersoon uit De tijdelijke gentleman, Jack McNulty. Zijdelings komen deze andere personages wel in het boek voor, maar een werkelijke rol spelen ze niet. Het verhaal van Jack McNulty staat geheel op zichzelf.

Jack stelt zijn levensgeschiedenis op schrift in een huisje van hout en leem in Accra (Ghana), af en toe geteisterd door malaria, en lastiggevallen door de politie vanwege schimmige gebeurtenissen in het verleden. Het is 1957, en eigenlijk wil hij terug naar zijn geboorteland Ierland, maar hij wil eerst in het reine komen met de mislukkingen in zijn leven: zijn noodlottig verlopen huwelijk, de relatie met zijn dochters, zijn drank- en gokverslaving, en de gruwelen van de oorlog. Hij schrijft alles op, en zijn verhaal springt heen en weer tussen het heden in Afrika, en het verleden, in Ierland en overal elders op de wereld waar hij als ingenieur heeft gewerkt. Als officier in het Britse leger, en als echtgenoot van een vrouw uit een gegoed milieu, is hij tijdelijk een gentleman geweest, maar wat is daarvan gebleven?

De andere hoofdpersoon uit het boek is Jacks vrouw, Mai, die hij in de loop der tijd heeft zien veranderen van een zelfverzekerde studente in een instabiele vrouw, gekweld door postnatale depressies en een toenemende alcoholverslaving. Het is vooral haar geschiedenis, en die van hun twee dochters Maggie en Ursula – over wie wellicht ook nog eens een roman of toneelstuk zal verschijnen – die dit verhaal tot een tragedie maakt.

Barry’s stijl is bij vlagen adembenemend mooi. Zomaar een paar zinnen die het onderstrepen waard zijn:

Ik leunde als een gekantelde kar tegen de muur van het bankgebouw. (p57)

Waardoor raakt de ene ziel aan de andere gebonden? Heel vaak is het zoiets als een mening staande houden tegenover een wereld die haar probeert te weerleggen. (p64)

de doodskistsmalle trap (p106)

… en de zon vervolgens de hele zomer lang geel licht in de bekers en kommen van het land goot … (p146)

We praatten over niks, zoals mensen dat doen, totdat het niks op was. (p152)

… verleden, heden en toekomst in een warboel van oud licht … (p155)

… een leeuwerik schoot omhoog … en als een flitsende naald in mijn moeders hand van weleer maakte ze een lange steek tussen aarde en hemel … (p174)

De vogels daar hadden een buitenlandse roep en de vissen droomden over farao’s en niet over koningen. (p241)

In één zin weet hij de hele geschiedenis samen te vatten: … er was niets anders meer in Gods schepping dan dat toekijkende kind en het geslagen kind en de verwoeste vrouw en de verbijsterde vader. (p166)

Prachtig is ook de verwevenheid van het boek. Alle scènes en gebeurtenissen verwijzen op een of andere manier naar elkaar. Zo gaan Jack en Mai – op huwelijksreis in Dublin – naar een uitvoering van Dido en Aeneas. Niets is zo’n goede voorafschaduwing van Mai’s lot als Dido’s Klaagzang: When I am laid in earth, May my wrongs create, No trouble in thy breast – Remember me, but forget my fate. (En eigenlijk is het ook van toepassing op Jack zelf.)

Het verhaal begint met een torpedo-aanval op het oorlogsschip dat Jack naar Afrika brengt, in 1940. In een zin van meer dan twee bladzijden wordt deze gebeurtenis invoelbaar gemaakt voor alle zintuigen, het is een fantastische opening. En tegelijk is het als opening misschien een truc, want in het geheel van het verhaal is deze ervaring maar een van de vele. Het stijlmiddel van de lange zin wordt bij een andere explosie – op een trainingslocatie voor het demonteren van explosieven – nogmaals toegepast, en zo worden ook deze gebeurtenissen aan elkaar gekoppeld.

In de laatste hoofdstukken ziet Jack steeds meer overeenkomsten tussen Ierland en Afrika. Als je de hitte wegdenkt en die verdomde palmbomen en zwarte huiden, dan is het gewoon Ballymena in de regen, echt. (p207)

Als Mai erachter komt dat Jack haar geld vergokt heeft, schrijft hij: Vernietigd zat ik daar, ook voor mezelf. (p116) Een zinsnede die vooruitwijst naar de gebeurtenissen rondom zijn oppasser in Accra, Tom Quaye, die voor hij kan terugkeren naar zijn vrouw, moet wederopstaan uit de dood.

De tocht die de twee mannen maken naar het geboortedorp van Quaye, brengt Heart of Darkness van Joseph Conrad in herinnering, en verwijst naar de gewelddadigheid van het duistere continent dat symbool staat voor het duistere, gewelddadige innerlijk van de hoofdpersoon. Dit is een staaltje geweldige schrijfkunst: de hoofdpersoon is er zich niet van bewust, terwijl de lezer het wél oppikt.

Elders rijst af en toe de vraag of het Jack McNulty is die aan het woord is, of Sebastian Barry. Er is bijvoorbeeld niets in Jacks leven of opleiding wat doet vermoeden dat hij regelmatig Cicero leest, en toch zegt hij ‘ik voelde me zoals Cicero zich misschien voelde …’ (p134)

Af en toe is hij ook té lyrisch, zoals wanneer hij een waanzinnige Mai redt, die naakt een sneeuwstorm ingelopen is: … verwonderde me nu ook over de totale witheid in de wereld, die alles niet alleen bedekte maar ook uitveegde, uitwiste, alsof ons hele verhaal weer tot een blanco bladzijde teruggebracht kon worden … (p200)

De tijdelijke gentleman is een boek dat diepe indruk maakt, vooral door de gebeurtenissen, die onder de huid kruipen door de zintuiglijke taal. Het is een boek dat om herlezing vraagt, om de verweven structuur nog beter te doorgronden.

 

De tijdelijke gentleman
Sebastian Barry
Vertaling door: Johannes Jonkers
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
ISBN: 9789021454948
256 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van :

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam

Recent

22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy
17 mei 2017

Geloven in ongebakken lucht

Over 'Dans! Denk!' van Désanne van Brederode
16 mei 2017

Moord op de grachtengordel

Over 'Nachtwandeling' van Robbert Welagen
15 mei 2017

Wat een schrijver lijden kan

Over 'De Weergekeerde Bloem' van Wessel te Gussinklo

Verwant