26 mei 2015

De schrijver ruimt op

Een boekenuniversum waaruit de schrijver zijn wereld destilleert

Boekenkastblog door Stefan Ruiters

‘Joe, ik kom eraan hoor.’ Gestommel op de gang boven. De lichte draf naar beneden. ‘Eh, wij hadden een afspraak? Ja sorry, beetje vergeten.’ Voor me staat een van de grote schrijvers van Nederland, in joggingbroek en trui. ‘Weet je waarom ik het ben vergeten? Ik ben bezig met mijn nieuwe boek over kunst en dat moet over twee maanden af zijn.’ Ik zeg dat ik het niet erg vind, kan gebeuren. ‘Daar staan een paar dozen die ik al heb uitgezocht, die kun je alvast bekijken. Die mogen weg.’ Waarna hij me op de wand met kasten vol kunstboeken wijst. Op de ruggen zie ik canonieke namen als: Mark Rothko, Andy Warhol, Gerhard Richter, Marlene Dumas, Luc Tuymans. Daarnaast de dunne, fragiele ruggetjes van poëziebundels.

Aan de andere kant van de eettafel een wand vol Nederlandstalige literatuur. Boven krijg ik nog een paar wanden Amerikaanse literatuur, geschiedenis en filosofie te zien. ‘Die ga ik binnenkort met mijn zoon helemaal sorteren en dan mail ik je weer, oké?’ ‘Natuurlijk,’ zeg ik. En bedenk me dat ik zojuist het boekenuniversum heb gezien waaruit de schrijver zijn eigen wereld van woorden heeft gedestilleerd en gecreëerd.

Als student in de jaren negentig las ik natuurlijk De buitenvrouw, Vals licht, en Gimmick. Ik wist dat hij in de jaren daarvoor lid was van de dichtersbent de Maximalen, en omging met schilders als Rob Scholte en Peter Klashorst. Vriend van Martin Bril, die ook geregeld in JOOT kwam en zijn boeken aan ons verkocht. Bewonderaar van Kees Fens, die om de hoek van de boekwinkel woonde. Zijn essaybundels over Amerika, kunst en popmuziek verslond ik. Een culturele omnivoor, iemand om ontzag voor te hebben op een prettige manier, een zielsverwant.

Ook nu lees ik zijn wekelijkse artikelen in de Volkskrant. Over lichtval in de kunst, over de verbeelding van de zee, over het vermeende plagiaat van Luc Tuymans. Mooie bijvangst van op inkoop gaan bij een schrijver is dat ik soms al weet wat een week later in de krant zal staan. ‘Ik heb vannacht ook nog een stuk voor de krant geschreven over de zaak-Tuymans: Luc Tuymans in Absurdistan heb ik het genoemd. Wat een amateurisme zeg, die uitspraak van de rechter over het werk van Tuymans. Ehm, ik moet weer door, ik mail je en dan zien we elkaar weer. Hoi.’ En met drie dozen vol kunstboeken, romans, geschiedenis en letterkunde rijd ik tevreden weer terug.

JOOT.NL

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer