6 mei 2017

Lijkententoonstelling – Hassan Blasim

De schoonheid van oorlogsgruwelen

Recensie door Kaj Peters

In deze bundel met twaalf korte verhalen tekent de Fins-Iraakse Hassan Blasim fictieve getuigenverslagen op van psychisch getraumatiseerde Iraakse mannen. Het zijn gewone mannen in ongewone tijden, die allen genoodzaakt zijn (of zijn geweest) om onmenselijke keuzes te maken in oorlogstijden. Hun overlevingsdrift is sterker dan hun rechtvaardigheid, hun moraliteit en hun medemenselijkheid, maar het oorlogsgebeuren dwingt hen tot een dog eat dog-mentaliteit. Overleven tegen elke prijs, met een blijvende identiteitsschade tot gevolg.

Blasim laat twaalf verschillende ik-vertellers aan het woord met incoherente, fragmentarische gedachtestromen, waarin ze proberen vat te krijgen op hun getroebleerde geestesgesteldheid. Anekdotes verglijden met mythes en fantasieën, terwijl de rauwe oorlogswerkelijkheid vreemder blijkt dan elke fictie.

Soms sijpelt het oorlogsgeweld sluipenderwijs binnen in de alledaagse realiteit van de personages. Zoals in Het konijn van de Groene zone, waarin een man zich in een afgesloten villacomplex voorbereidt op de instructies voor een eerwraakliquidatie, terwijl zijn voornaamste zorg het mysterie is rond een kippenei dat opeens in zijn konijnenhok is verschenen. Verveling, landerigheid en morele twijfel gaan gepaard met een drukkende, psychische spanning over de onduidelijke situatie waarin hij terecht is gekomen.
Nog minder rust is de politieagent in ‘Het Dossier en de Werkelijkheid’ vergund, als hij betrokken raakt bij de vondst van zes afgehakte hoofden van belangrijke religieuze leiders. Hij wordt de inzet van een getouwtrek tussen allerlei verschillende facties – met als enige overeenkomst de bloeddorstigheid waarmee ze hem martelen en hem zijn basisbehoeftes ontzeggen.

De ik-vertellers in de bundel hebben aan den lijve de verscheurdheid in Irak meegemaakt na twee golfoorlogen en een machtsvacuüm na Saddam Hoessein, waardoor het islamitisch fundamentalisme aan kracht won. Hierdoor komen de personages terecht in een hels labyrint van verschillende strijdende facties en een botsende strijd der ideologieën. De oorlogslogica ontneemt hen echter de mogelijkheid om existentiële, morele vraagstukken te beantwoorden over wie of wat ze zelf nog zijn, of waar ze goed aan doen in de gegeven omstandigheden. Ze volgen alleen nog hun primitieve instinct, een impuls die uiteindelijk de grootste twijfels en angsten oproept bij de Irakezen die wél wisten te ontsnappen aan de oorlog.

Ook de overlevenden, die soms zelfs hun weg hebben gevonden naar het Europese vasteland, hebben het zwaar te verduren. In De Wolf duikt er plotseling een wolf op in de flat van een Iraakse asielzoeker in Finland. Het is een gewelddadige fantoomverschijning – bijna een sprookjesfiguur- die voor de doodsbange man echter is dan de banale gebeurtenissen in zijn troosteloze bestaan. Alleen zijn seksuele verlangen naar twee aantrekkelijke tienermeisjes (jehova’s getuigen) houdt hem op de been als hij zich angstvallig verstopt in z’n badkamer.
In De Mestkever heeft een ik-verteller innerlijke monologen met een (al dan niet ingebeelde) dokter. Deze figuur wil gered worden van de pijn die ‘als een reusachtige, goedaardige mestkever’ hem voortsleept alsof hij gevangen zit in een mestbal.

De overlevenden lijden het meest onder psychische machteloosheid. Ze zijn niet in staat om te reageren op de spookverschijningen die hun trauma’s levend houden. Alleen al omdat zij, in tegenstelling tot zoveel mede-Irakezen, het geweld hebben overleefd en de kans hebben gekregen om hun leven in het buitenland op te bouwen. Het is de onmogelijke, schuldbewuste positie van Hassan Blasim zelf, die ook moest vluchten voor het oorlogsgeweld, die resoneert in de zoektocht van deze ik-vertellers. Aan de ene kant voelen deze overblijvers ergens een morele verantwoordelijkheid en een noodzaak om hun gestorven landgenoten waardig te eren, maar aan de andere kant is juist hun beeld vertroebeld omdat zij erop terugkijken als migranten. Ze moesten hun identiteit opnieuw vormgeven om verder te kunnen. Het gevolg is een extra gevoel van controleverlies en innerlijke pijn, omdat ze niet alleen hun oorlogstrauma moeten verwerken maar ook te maken krijgen met vervreemding als ze zich aanpassen in een nieuwe leefomgeving.

Misschien is het titelverhaal ‘Lijkententoonstelling’ het meest exemplarisch voor de schrijfstijl van Hassan Blasim. Zoals veel van de andere verhalen is het opgezet als een schuldbekentenis van een onbetrouwbare ik-verteller. Een ondergeschikte luistert naar de instructies die een hogergeplaatste geeft over een zogenaamde lijkententoonstelling, waarbij de overblijfselen van ontzielde mensenlichamen worden omgebouwd tot macabere kunstobjecten. De gruwel wordt kunst en de kunst wordt een propagandamiddel om angst en verwarring te zaaien. Blasim geeft vooral het woord aan de geperverteerde lijkenkunstenaar, terwijl de ik-figuur niks anders kan doen dan meegaan in het retorische overwicht van iemand die hem kan (en zal) vermoorden bij enige tegenspraak.

Hassan Blasim schrijft stilistisch knap proza. Zoals bijvoorbeeld in het eerder genoemde  titelverhaal, waarin hij met minimale middelen – namelijk een simpele dialoog tussen een ik en een tweede spreker- de onmachtige positie van zijn antihelden uiteenzet. Het kale taalgebruik in ‘Lijkententoonstelling’ spreekt tot de verbeelding, omdat het in haar gepresenteerde soberheid evenzoveel vragen oproept als beantwoordt. In de beste verhalen gaat de auteur onverbiddelijk naar de kern toe, zonder een mooie zin of een dromerige sfeerbeschrijving te veel. En toch weet Blasim ook een lyrische, poëtische schoonheid te vinden in de wanstaltige lelijkheid die hij schetst. Het vertelritme is namelijk onverminderd opzwepend en hallucinant, als een absurdistische koortsdroom die een vervreemdende afstand schetst tot het afgrijselijke menselijke leed dat wordt beschreven.

De kracht van Hassan Blasim schuilt in zijn vermogen om de identiteiten van zijn personages te laten verglijden met de oorlogsmachinaties waar ze in terecht zijn gekomen. Hun egocentrische motieven worden niet verklaard, gepsychologiseerd of met sentimentele clichés onschadelijk gemaakt. Blasim oordeelt namelijk niet over de schuldvraag van zijn personages, die laat hij voor de lezer open. De huurmoordenaar en de politieagent handelen omdat de oorlog hen daartoe aanzet, hun eigen wil is daarbij uitgevlakt. Voor de migranten die het overleefd hebben, is de schuldvraag irrelevant omdat zij niks terug kunnen draaien en alleen nog hun spookverschijningen hebben. En Blasim is daarin zelf als de morbide ‘lijkenkunstenaar’: een wreedaard die in gelijke mate parasiteert op het leed van anderen en daaruit schoonheid schept, terwijl hij tegelijkertijd de lezer impliceert om voorbij eenduidige hokjes te denken als dader en slachtoffer.

 

 

Lijkententoonstelling
Hassan Blasim
Vertaling door: Djûke Poppinga en Richard van Leeuwen (met dank aan Hisham Hamad).
Verschenen bij: Uitgeverij Jurgen Maas
ISBN: 9789491921315
168 pagina's
Prijs: € 19,95

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *





 

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

6 mei 2017

Arabische verhaaltraditie met westerse invloed

Over 'De dag dat de leider werd vermoord' van Hassan Blasim