19 juli 2012

De rode ambassadeur – Peter Henk Steenhuis

Nederlands diplomaat klapt uit de school

Recensie door Rein Swart

Een ambassadeur vertegenwoordigt een land in een ander land. Vaak hoor je weinig over dat soort mensen. Ze bevinden zich achter dikke muren met hoge hekken, (laten zich) rijden in dure auto’s, nemen deel aan diners en handelen administratieve plichtplegingen af. Coen Stork (1928), die in 1961 attaché werd in Bagdad en in 1988 ambassadeur in Roemenië, is een uitzondering. Als diplomaat heeft hij over de hele wereld gezworven en hij vertelt daarover aan Peter Henk Steenhuis. Deze redacteur van Trouw legde zijn avonturen, met foto’s verluchtigd, vast in De rode ambassadeur dat als ondertitel De twintigste eeuw door de ogen van Coen Stork meekreeg. De omslag toont een kaart van de wereld waarop rode vlekken aanduiden met welke landen hij bemoeienis had. De vlekken in Spanje, Zuid-Afrika, Argentinië, Cuba en Roemenië zijn het grootst. In zijn Nawoord geeft Stork aan dat hij dictaturen het meest interessant vond.

Coen Stork vertegenwoordigde zijn land met veel sociale betrokkenheid. Door zijn bazen werd hem dat niet altijd in dank afgenomen. In zijn Nawoord noemt Stork het Ministerie van Buitenlandse Zaken reactionair en de Buitenlandse Dienst nog een graadje erger omdat altijd de nadruk lag op handelsbevordering. Stork bepleitte in plaats van een VOC-mentaliteit, meer aandacht voor cultuur en mensenrechten. Hij werd dan ook na zijn pensioen in 1993 door OVSE-voorman Max van der Stoel gevraagd hem te assisteren in Roemenië. Helaas keurden de Roemeense regeringsleden zijn benoeming niet goed. Stork had zich, tegen de zin van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Hans van den Broek, kritisch uitgelaten over het nieuwe regime van Iliescu. Van den Broek noemde hem een onbezoldigde verslaggever van de Nederlandse pers. Angst voor de pers was bij diplomaten ingebakken, zegt Stork daarover.

De getuigenissen van Stork geven meer inzicht in de werkelijkheid dan men gewoonlijk in de krant leest. Tijdens het proces tegen Nelson Mandela en andere ANC leden, lijkt Stork zich op de borst kloppen over zijn invloed in het voorkomen van de doodstraf, maar hij blijkt daarna een man met het hart op de goede plaats. Als Luns oproept om als diplomaten het Nederlands belang te dienen zet Stork zijn huis open voor mensen die verdrukt worden door hun regering.

Hoewel af en toe de gesprekstoon tussen Stork en Steenhuis door de tekst heen dringt zijn de avonturen spannend genoeg. Het is boeiend te lezen over de zware jaren in het Spanje van Franco, het teloorgaan van het peronisme in Argentinië en Storks onzekerheid in 1980 over Castro, die het niet nauw nam met de mensenrechten maar wel zorgde voor basisvoorzieningen.

Behalve over diens ambtelijke bezigheden schetst Steenhuis ook een beeld van de persoon Stork. Af en toe wijdt hij een hoofdstuk aan de jeugd van Stork. Zijn grootvader zat in de Eerste Kamer en werd door Thorbecke zeer gewaardeerd. Zijn familie behoorde tot de top van industrieel Nederland. Coen Stork daarentegen ontwikkelde een aversie tegen economie en werd meer aangetrokken tot het culturele leven.

Ook zijn tumultueuze liefdesleven komt ruimschoots aan bod. Stork trouwde in 1963 op 34-jarige leeftijd met de Amerikaanse Kiki Parker en kreeg kinderen met haar, maar hun huwelijk raakte in het slop. Stork wilde verder met zijn secretaresse Ellen, die hij zwanger had gemaakt, maar een vriendin was een vreemd verschijnsel in de wereld waarin hij zich bewoog. Nadat zijn vrouw tenslotte een scheiding accepteerde, trouwde hij met Ellen maar ook met haar liep het mis. Een diplomaat reist nu eenmaal veel en doet overal contacten op, lijkt Stork als verklaring te geven. De verwijdering met zijn moeder die het oneens was met zijn duidelijke stellingname op politiek gebied is schrijnend om te lezen.

De tijd in Roemenië noemt Stork zijn spannendste tijd. Hij arriveerde daar in 1988 en werd als ambassadeur door het autoritaire regime geïntimideerd om te voorkomen dat hij geen onwelgevallige berichten naar buiten zou brengen. Hij kwam op tegen de systematisering, waarmee de sloop van dorpen en het weghalen van stadswijken ten gunste van megalomane gebouwen onder Ceausescu werd bedoeld. Een memo daarover aan Buitenlandse Zaken toont het belang aan van diplomatie. Stork zegt in dit verband: ‘Een goede diplomaat doet niet alleen verslag van wat hij ziet of hoort, maar zet zich ook persoonlijk in, laat zien wie hij is, wat hij goed vindt, slecht vindt. Een diplomaat probeert na te gaan of wat er in een land speelt tegen zijn gevoel van menselijkheid in gaat of niet.’

Het zou mooi zijn als dat in elke geloofsbrief komt te staan die een ambassadeur voor zijn beëdiging aan het staatshoofd aanbiedt!

 

 

De rode ambassadeur
Peter Henk Steenhuis
de twintigste eeuw door de ogen van Coen Stork
Verschenen bij: Singel Uitgeverijen
ISBN: 9789025368784
208 pagina's
Prijs: € 26,95

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant