16 augustus 2016

Dichters van het nieuwe millennium, Nederlandse en Vlaamse poezie in de 21e eeuw – Redactie: Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre

Poëzie van de 21e eeuw als ‘work in progress’

Recensie door Maarten Buser

Dichters van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw is zo’n boek waar je veel over kunt zeuren, maar dat uiteindelijk toch gewoon geslaagd is. In het voorwoord wordt al een voorschot gegeven: er wordt toegegeven dat de selectie niet compleet is, en dat je als lezer ongetwijfeld namen zult missen.  De afwezigheid van bijvoorbeeld Dennis Gaens is jammer. Maar verder zijn de meeste beeldbepalende dichters die in dit millennium debuteerden, aanwezig. Van Alfred Schaffer en Rodaan Al Galidi tot Ellen Deckwitz en Lieke Marsman, gesorteerd op jaar van debuut. Het besproken gezelschap is representatief divers qua leeftijd en geslacht en meerdere dichters hebben een niet-westerse afkomst; hier dus niet alleen middelbare, blanke mannen. Bovendien is de aandacht goed verdeeld tussen Vlaamse en Nederlandse auteurs, zowel de besprokene als de besprekers.

Door die variëteit is het fijn grasduinen in het boek. Je kunt bijvoorbeeld eerst de hoofdstukken over de eigen favoriete dichters gaan lezen, of dichters die je op andere wijze interesseren. Of je gaat juist met interesse de stukken doornemen over auteurs met wie je weinig hebt, een goed hoofdstuk kan je namelijk ook aansporen om je oordeel te herzien. Elk hoofdstuk biedt wel een verrijking, een nieuwe invalshoek van de eigen lectuur. In die zin is dit boek zeker geslaagd. Kila van der Starre bijvoorbeeld legt helder uit hoe Lieke Marsman ‘zowel binnen als buiten haar poëzie de relatie tussen taal en werkelijkheid […] thematiseert.’

Een echt ‘leesboek’ is Dichters van het millennium niet, de stukken zijn overwegend academisch van toon en opzet. Er vallen af en toe termen die waarschijnlijk alleen degenen die een taal- of cultuurstudie hebben gedaan, zullen begrijpen. Het helpt bijvoorbeeld als je het verschil kent tussen een veld in de Bourdieuaanse zin en een isotopisch veld (al kom je zonder die kennis ook heus wel een eind). De auteurs zijn immers ook academici;  verschillende vooraanstaande hoogleraren als Jos Joosten en Erik Spinoy, promovendi als Dera en Posman zelf, en zelfs een researchmasterstudent. Ze stippen van alles aan, elk artikel bevat biografische informatie over de dichter, een korte receptiegeschiedenis en een deel close reading. Ondertussen worden er door het boek heen (soms vrij zijdelings) ook onderwerpen behandeld als: de relatie tussen de Nederlandse en Vlaamse literaire wereld, of de invloed van internet en het podium op poëzie.

En over die laatste twee punten mag gezeurd worden, om met de internetkritiek te beginnen. Her en der wordt een op internet verschenen recensie aangehaald, maar in veel stukken worden hoofdzakelijk kritieken aangehaald die in papieren media verschenen. En dat terwijl bijvoorbeeld kranten steeds minder ruimte hebben voor poëzierecensies (of überhaupt voor literatuurkritiek), en verschillende websites misschien (nog) niet hun prestige hebben, maar die ruimte juist wel bieden. Denk aan het wat academischere De Reactor, of juist wat meer mainstreamsites als Meander of inderdaad Literair Nederland. Jos Joosten zet een belangrijke kanttekening:

‘De receptie [van Vluchtautogedichten van Maarten van der Graaff] toont namelijk stilaan de nieuwe dimensie waarin de internetkritiek voorziet. Op het moment dat geen enkele krant de bundel had besproken, waren er tal van recensies verschenen op het internet. Dit waren over het algemeen serieuze, lange artikelen’.

Joosten merkte daarvoor al op dat de bundel in de papieren media bijna alleen werd besproken nadat Van der Graaff de C. Buddingh’-prijs had gekregen. Dat Fabian Stolk ergens opmerkt ‘er is slechts één louter zurige recensie, die van Nikki Dekker op 8WEEKLY, dat evenwel geen vooraanstaand literair-kritisch orgaan genoemd kan worden’, is daarom bepaald niet chique en een beetje jammer.

Ander punt van kritiek is de manier waarop veel bijdragende auteurs omgaan met de flink gegroeide populariteit van de combinatie poëzie en podium. Erik Spinoy citeert in zijn bijdrage een interview met dichter Bart van der Straeten: ‘“poëzie die het goed doet op een podium”, dat wil zeggen, “kleinkunstpoëzie met een humoristische kwinkslag”.’ Een dergelijke houding lijkt ook uit verschillende teksten van bijdrages te spreken; je zou je kunnen afvragen of ze recent naar een poëzievoordracht zijn geweest.

Toch nog   een dichter noemen die mist: een bijdrage over Martijn Teerlinck zou niet verkeerd zijn geweest: iemand die heeft geslamd, én wiens poëzie meer te maken heeft met Faverey en Celan dan ‘kleinkunstpoëzie’. Daarentegen zijn er wel stukken opgenomen over Ellen Deckwitz (slamkampioen 2009) en Maud Vanhauwaert, over wie wordt betoogd dat de opvallende vorm van haar bundel Wij zijn evenredig opgevat kan worden als ‘een poging om de openheid van het podium op het papier te evenaren.’ Kijk, zo kan het ook.

Er sluimert wel vaker subjectiviteit door; Obe Alkema steekt bijvoorbeeld zijn bewondering voor Ramsey Nasr niet onder stoelen en banken, en dat is vreemd voor zo’n objectief bedoeld en academisch boek: ‘[Hij] laat zijn lezers aan zijn lippen hangen door dramatiek, meeslepende spanning en een indruk van toegankelijkheid. […] Ramsey Nasr is een alleskunner.’ Over Mark Boog merkt Mathijs de Ridder op: ‘In De rotonde keert de dichter veeleer terug naar het thema dat in zijn eerste bundels met zoveel brille had uitgewerkt.’ Zulke passages blijven toch wat merkwaardig, al zijn veel bijdragende auteurs ook poëzierecensent.

Hoewel nog niet elke bijdragende auteur gewend lijkt te zijn aan belangrijke vernieuwingen van de 21e eeuw, zoals de opkomst van het internet en de grote populariteit van poëzievoordrachten, geeft Dichters van het nieuwe millennium een uitstekend overzicht van de poëzie van deze eeuw; op moment van schrijven natuurlijk nog wel een work in progress omdat we pas in 2016 zitten. Maar dat wordt ook duidelijk in het boek, dat juist veranderingen en ontwikkelingen in kaart brengt.

 

 

Dichters van het nieuwe millennium, Nederlandse en Vlaamse poezie in de 21e eeuw
Redactie: Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre
Verschenen bij: Van Tilt
ISBN: 9789460042669
320 pagina's
Prijs: € 19,95

Meer van Maarten Buser:

30 juni 2017

Een magere oogst van vier decennia poëzie

Over 'Zingend naar huis' van R.A. Basart
20 april 2017

Een bundel die afstand schept

Over 'Oden voor komende nacht' van Jacques Hamelink
2 januari 2017

Roman of essaybundel

Over 'Vertrouwde en vreemde dingen' van Teju Cole

Recent

21 juli 2017

Vast in het ijs

Over 'Dwars door het ijs' van Cormac James
19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

Over 'Wonderwezens' van Ingrid Biesheuvel, John Rabou
17 juli 2017

Terug naar vroeger

Over 'Hier kom ik weg' van Annette Maas
14 juli 2017

Het barre landschap van de menselijke geest

Over 'Beest' van Paul Kingsnorth
12 juli 2017

Het geluid van een brekend hart

Over 'Ik heet Lucy Barton' van Elizabeth Strout

Verwant