3 juni 2013

De onttovering van de waanzin – Marius Engelbrecht

Hoe de duivel verdween uit de artsenkamer

Recensie door Adri Altink

Op pagina 142 van De onttovering van de waanzin staat een zin die kenmerkend is voor de manier waarop schrijver Marius Engelbrecht vertelt. Hij citeert William Harvey, in 1613 de ontdekker van de bloedsomloop, en komt daarna met zijn eigen vaststelling: ‘“I begun to think whether there might not be A MOTION, AS IT WERE, IN A CIRCLE”. Bij die zin stort de oude menskunde in en begint een nieuwe’.

Dat suggereert dat de ontdekking de wereld van de ene dag op de andere op zijn kop zette. Toch laat Engelbrecht haarscherp zien dat, zoals veel wetenschappelijke ontdekkingen, ook deze wel revolutionaire gevolgen had, maar geen revolutie was die zich in één klap voltrok. In retrospectief blijken er wegbereiders te zijn geweest en voor de ontdekker zelf geldt dat hij zich de reikwijdte van zijn vondst niet ten volle realiseerde. Het waren weer anderen die de implicaties blootlegden.

De tekst op pagina 142 illustreert dan ook hoe Engelbrecht schrijft. Natuurlijk weet hij dat de menskunde niet van de ene dag op de andere instortte toen Harvey via een experiment op zijn eigen lichaam ontdekte dat het bloed in ons lichaam wordt rondgepompt. Zijn toevoeging aan Harvey’s citaat is dan ook meer bedoeld om de schwung in het verhaal te houden. Dat doet Engelbrecht terecht. De niet altijd eenvoudige materie wordt onder zijn handen zeer leesbaar doordat hij die spannend weet te brengen. Daar draagt ook aan bij dat hij oog heeft voor details die duidelijk maken in wat voor wereld de wetenschap zich destijds (we hebben het grofweg over de periode van 1600 tot 1800) ontwikkelde. Hoe leuk is het bijvoorbeeld niet om terloops te lezen dat de experimenteel wetenschapper Kenelm Digby (1603-1665) edelman, ridder en koninklijk adviseur was, maar ook wonderdokter en piraat en dat hij één van zijn boeken schreef in de gevangenis.
Daarnaast neemt Engelbrecht de lezer ook nog eens zorgvuldig bij de hand door regelmatig aan te kondigen wat hij gaat behandelen en waarom.

Dat is nodig, want wij kunnen ons als 21ste-eeuwers nauwelijks voorstellen hoe wetenschappers destijds hekserij en duiveluitdrijvingen konden bestuderen als reële verschijnselen. Duivels en kwade geesten waren voor hen werkelijk bestaande fenomenen die de waanzin in de mens konden ‘toveren’. Engelbrecht overtuigt ons er al snel van dat we de denkwereld van destijds niet serieus nemen als we dit soort zaken afdoen als bijgeloof. Wat men toen wist bepaalde het toenmalige mensbeeld. De medische wetenschap – en daarover gaat het boek natuurlijk vooral – was gebaseerd op de onaantastbare kennis die al sinds de Griek Hippocrates en de Romein Galenus geldend was. Als men nieuwe ervaringen opdeed was alle energie er op gericht die zo te kunnen verklaren dat ze pasten in het aloude schema. Ook daarom is het citaat van Harvey zo kenmerkend. Niet het experiment op zichzelf was doorslaggevend, maar zijn gedachteomslag daarvóór: eeuwenlang was gedacht dat de lichaamssappen (bloed, lymfe, gele gal en zwarte gal) die het temperament van de mens uitmaken, naar het hart stroomden langs dezelfde ader waardoor ze ook weer de terugweg maakten. Dat wierp een aantal vragen op, zoals de kwestie hoe het bloed dan van de ene hartkamer in de andere kon komen. Daar staat immers, zo stond toen vast, een ondoordringbaar schot tussen. De revolutionaire gedachteomslag van Harvey was dat hij die eeuwenoude opvatting durfde te betwijfelen: stel nou eens dat de beweging niet heen en terug langs dezelfde weg gaat, maar in een cirkelbeweging!

De repercussies van de ontdekking van Harvey waren van grote invloed op het denken over waanzin. De vondst van Harvey leidde tot de bestudering van de functie van het hart en van het bloed en geleidelijk tot een andere kijk op lichaam en geest. Daar droegen andere wetenschappers aan bij, zoals Bacon, Hobbes, Descartes en Willis, met hun kijk op het denken en bedrijven van wetenschap. Zij zorgden voor een veranderend mensbeeld waarin de behandeling van een behekst iemand niet meer hoefde te worden gezocht in bezwering van krachten van buiten die in de mens slopen. Genezing zat hem dan ook niet in uitdrijving van de duivel of verbranding van degene die anderen behekste. Waanzin bleek niet te worden veroorzaakt door vervuiling van de lichaamssappen of verkeerde stromingen daarvan in de aders. En al evenmin door een baarmoeder die in onrust door het lichaam ging zwerven bij gebrek aan zaadtoevoer. Het nieuwe mensbeeld opende de ogen voor de geest en de ziel als een eigen entiteit die ziek kon zijn als het lichaam zelf dat niet was en daarom een andere behandeling nodig had. Het waren de eerste schreden op weg naar de psychologie en aanverwante wetenschappen.

Engelbrecht noemt het ‘misschien verrassend’ dat ook de theologie erg heeft bijgedragen aan de onttovering van de waanzin. Door magie, occultisme en volksgeloof (in heksen en geesten) als bijgeloof te classificeren, hoorden dezen daarmee niet (meer) tot de wereld van het bovennatuurlijke die door de theologie werd bestudeerd. De onttovering kwam dan ook niet alleen op conto van de wetenschap, maar was evenzeer een wisselwerking met maatschappelijke ontwikkelingen en juridische (hoe bewees je dat iemand een heks was?) en theologische factoren.

De onttovering van de ziel, zoals hier besproken is een bewerking van het gelijknamige proefschrift van Engelbrecht uit 2011. Dat is gaandeweg steeds meer te merken als de auteur in zijn behoefte om de standpunten van de verschillende onderzoekers zo zorgvuldig mogelijk te verwoorden zijn toevlucht zoekt in vérgaande nuanceringen en uitweidingen. Daarmee stuurt hij de belangstellende leek soms een bos in dat door de overbegroeiing niet meer als zodanig te herkennen is. Maar boeiende materie blijft het.

 

 

De onttovering van de waanzin
Marius Engelbrecht
Hoe het psychologische mensbeeld het magische verdrong (1550-1700)
Verschenen bij: Singel Uitgeverijen
ISBN: 9789025369965
368 pagina's
Prijs: € 22,50

Meer van Adri Altink:

19 juni 2017

Stinkende lijven en slapeloze nachten

Over 'Tien dagen die de wereld deden wankelen' van John Reed
25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
4 mei 2017

Roman over de oude en nieuwe elite

Over 'Geloof mij steeds' van René Huigen

Recent

26 juni 2017

Logboek van een ziener

Over 'Andalusisch logboek' van Stefan Brijs
23 juni 2017

Een disharmonisch tegengeluid

Over 'De wolkenmuzikant' van Ali Bader
22 juni 2017

Een lekker tussendoortje

Over 'De spionne' van Jean Echenoz
21 juni 2017

Van een fascinerende wispelturigheid

Over 'J.B.W.P.Het leven van Johan Polak' van Koen Hilberdink
20 juni 2017

Een mens van vlees en bloed

Over 'Chelsea Girls' van Eileen Myles