11 augustus 2009

De nieuwste Parelduiker is verschenen!

De Parelduiker 2009/3
Johnny van Doorn

In no. 2009/3 o.m. een portret van de Arnhemse jaren van Johnny van Doorn. Nico Keuning bezoekt de plekken van zijn jeugd, waar de kleine Selfkicker in spe probeerde te ontsnappen aan het zuur. In het ‘Chicago van de Veluwe’ vindt de Arnhemse Zenuwbal experimenterend en acterend zijn weg tussen terrasexistentialisten, beatniks, nozems en kruimeldieven.

Inhoud
RONNY BOOGAART EN ERIC DE ROOIJ
‘Spelen met Reve is spelen met vuur’
Bernard Sijtsma op bezoek bij Gerard Reve

BERNARD SIJTSMA
Bij de Meester

ANNE VAN BUUL
‘Gij zijt niet hier gelijk gij waart’
Egidius in de nagelaten poëzie van P.C. Boutens

SEINPOST
NICO KEUNING
Het woord is beeld geworden

RUBEN VAN LUIJK
‘schooner ben jij dan de heilige Foedsji’
Slauerhoff en de eerste Nederlandse haiku

Voor meer informatie en bestellen, ga naar: www.lubberhuizen.nl en dan naar het kopje ‘De Parelduiker’

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer