16 mei 2016

De oorlog heeft geen vrouwengezicht – Svetlana Alexijevitsj

‘De nauw begrijpbare schoonheid van het menselijke leed’

Recensie door Adri Altink

Op 16 januari van dit jaar werd de Nederlandse FARC-strijdster Tanja Nijmeijer geïnterviewd door NRC Handelsblad. Ze las net op dat moment een boek van Svetlana Alexijevitsj en zei daarover: ‘Ik herken heel veel in dit boek. In een oorlog lopen dingen vaak dwars door elkaar, het is niet zwart-wit. Oorlog kun je niet begrijpen vanuit een vredesperspectief.’
Alexijevitsj zelf zei ooit over haar manier van schrijven, dat je de grote geschiedenis kruimel voor kruimel bijeen kunt sprokkelen door naar de verhalen van kleine mensen te luisteren.

Beide uitlatingen passen uitstekend bij het al uit 1985 stammende De oorlog heeft geen vrouwengezicht, het boek dat op Nijmeijer zo’n indruk maakte en nu in Nederlandse vertaling is verschenen. In dat boek zelf verwoordt Alexijevitsj haar werkwijze nog poëtischer: ‘Hoe graag ik ook naar de hemel en de zee kijk, toch zie ik liever een zandkorrel onder de microscoop.’

De Wit-Russische onderzoeksjournaliste won in 2015 de Nobelprijs voor literatuur. Een jaar eerder was in Nederland al haar Het einde van de rode mens verschenen, dat alom lovend werd besproken en in menig lijstje van ‘Beste boeken van 2014’ voorkwam.

Mannenzaak
Het einde van de rode mens en De oorlog heeft geen vrouwengezicht volgen hetzelfde procédé. Alexijevitsj interviewde grote aantallen gewone mensen en rangschikte die getuigenissen tot een boeiend overzicht van wat de geschiedenis teweeg brengt in gezinnen, dorpen en persoonlijke levens. Cirkelde Het einde van de rode mens grotendeels om de vraag wat het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de Russische mens heeft gebracht (vooral teleurstelling, desillusie en nieuwe pijn) na de Revolutie, onder Stalin, in de Tweede Wereldoorlog en daarna, in De oorlog heeft geen vrouwengezicht spreekt ze talloze vrouwen, destijds meisjes van 17 tot 20 jaar, die in de Tweede Wereldoorlog vrijwillig naar het front trokken om mee te vechten. Uit haat tegen Duitsland. Uit liefde voor het Vaderland. Zeven jaar lang interviewde ze hen. Aanvankelijk met grote moeite. Bijna niemand wilde er over praten: ‘Oorlog is een mannenzaak. Hebt u voor uw boek niet genoeg mannen om over te schrijven?’, zegt één van hen.

De rol van die vrouwen werd lang verzwegen. Pas tien jaar na de oorlog viel in de Pravda te lezen dat de Sovjet-Unie ook jonge meisjes aan het front had. En pas dertig jaar na ‘de Overwinning’ van 1945 werden ze uitgenodigd op herdenkingsbijeenkomsten: ‘In het begin hielden we ons koest, droegen zelfs onze medailles niet. Mannen waren winnaars, helden, potentiële verloofden, het was hun oorlog, ons bekeken ze met heel andere ogen (…) Ons werd de overwinning afgepakt’, vertelt een vrouwelijke sergeant.

Twee oorlogen
Alexijevitsj lijkt zelf nauwelijks in het boek aanwezig. Natuurlijk is er het eerste hoofdstuk waarin ze met aantekeningen uit haar eigen dagboek duidelijk maakt hoe haar onderzoek te duchten had van de censuur en wat ze zelf besloot weg te laten. Maar alle volgende hoofdstukken bevatten hooguit enkele inleidende regels van haar zelf.

Haar oogst aan gesprekken staat op kasten vol cassettebandjes. Tijdens de interviews stelde ze vragen, maar die blijven buiten de uitgeschreven tekst. Ze geeft letterlijk, dat wil zeggen ongekuist en zonder in te grijpen, weer wat er wordt gezegd. Dat maakt dat de schuchterheid van de vrouwen en hun pijn niet wordt benoemd, maar de lezer tegemoet komt in de transcripties. Puntjes laten zien waar stiltes vallen; zinnen worden niet afgemaakt, onvoltooid tegenwoordige tijd en onvoltooid verleden tijd worden lukraak afgewisseld en er wordt van de hak op de tak gesprongen. Je ervaart als lezer bijna hoe de spreekster slikt, wegkijkt en het goede woord niet vindt.
En toch is Alexijevitsj ook voelbaar in die ononderbroken weergaves aanwezig: blijkbaar weet ze vertrouwen te wekken, want uiteindelijk vertellen de spreeksters wat ze tot dan toe verzwegen; sommigen zijn zelfs blij dat het ze eindelijk lukt.
Af en toe mengt zich een echtgenoot in een gesprek van zijn vrouw. Dan wordt duidelijk hoe ze zelfs elkaar moeilijk kunnen vertellen over frontervaringen: ‘We hebben inderdaad twee oorlogen. Zodra we erover beginnen merk ik dat zij zich haar oorlog herinnert en ik de mijne.’

Zintuigen
Ook aanwezig is Alexijevitsj in de selectie die ze maakt. Ze heeft oor voor – wat ze noemt – ‘de nauw grijpbare schoonheid van het menselijke leed’. Ze noteert bijvoorbeeld uit de mond van de een hoe het slaan van takken tegen de vrachtwagen leek op kogelinslagen omdat met de oorlog ‘woorden en geluiden veranderden’ en later zegt iemand anders: ‘we reden op onze paarden en hoorden ineens muziek. Een viool… Voor mij was de oorlog op die dag afgelopen… Dat was zo’n wonder: ineens muziek. Andere geluiden… Alsof ik ontwaakte.’

Opvallend is dat de vrouwen veel over zintuiglijke indrukken vertellen omdat de werkelijke pijn onzegbaar is. Een vrouw die mitrailleurschutter was zegt dat ze niet onder woorden kan brengen hoe ze huilde als ze vuurde: ‘U bent schrijfster. Verzint u zelf wat. Iets moois. Zonder luizen en vuil, zonder braaksel… Zonder de geur van wodka en bloed…’ En een chirurg over haar verborgen herinneringen: ‘soms hoor ik muziek… Of een lied… Een vrouwenstem. Daarin vind ik terug wat ik voelde.’

En dan zijn er de schrijnende beelden die blijven hangen, zoals dit, beschreven door een verzetsstrijdster in een getto, die uit het raam keek: ‘Dinsdag… De datum en de maand weet ik niet meer. Maar het was een dinsdag.’ Ze zag op een bank een jongen en een meisje die elkaar zoenden: ‘Rondom waren pogroms en executies aan de gang. Maar zij waren aan het zoenen! Ik was kapot van dat vredige tafereeltje.’ Er kwam een Duitse patrouille uit een zijstraat, knalde het stelletje neer, en liep door: ‘Dat moet je begrijpen: ze zoenden niet thuis maar op straat. Waarom? Zo wilden ze kennelijk sterven… Ze wisten dat ze toch in het getto zouden omkomen en wilden op een andere manier sterven.’

Inderdaad: oorlog kun je niet begrijpen vanuit een vredesperspectief. Svetlana Alexijevitsj sleept je aan de hand van vrouwenstemmen mee terug in de drek, de verlatenheid en de persoonlijke crises door alleen maar te luisteren en wat ze vernam aan ons door te geven.

 

De oorlog heeft geen vrouwengezicht
Svetlana Alexijevitsj
Vertaling door: Jan Robert Braat
Verschenen bij: Uitgeverij De Bezige Bij
ISBN: 9789023499527
384 pagina's
Prijs: € 29,90

2 reacties

  • J.Everaers schreef:

    Prima recensie.
    Het aantal vermelde pagina’s is echter niet 384 maar 334.





 

Meer van Adri Altink:

9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
25 juli 2017

Een Limburgse Rémi

Over 'De dagen' van Frans Budé
19 juni 2017

Stinkende lijven en slapeloze nachten

Over 'Tien dagen die de wereld deden wankelen' van John Reed

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

Over 'De bekentenis van de leeuwin' van Mia Couto
19 september 2017

Nieuw leven beschreven

Over 'Het groeit! Het leeft!' van Marjolijn van Heemstra
18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Over 'Ovale dakraam' van Pierre Reverdy
15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Over 'Syfilis, of de Franse ziekte' van Girolamo Fracastoro
14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Over 'Wraak' van Andelko Vuletic

Verwant

16 mei 2016

Laat varen alle hoop

Over 'We houden van Tsjernobyl' van Svetlana Alexijevitsj
16 mei 2016

Oogst week 13

16 mei 2016

Oorlogsleed in een zinken kist

Over 'Zinkjongens' van Svetlana Alexijevitsj